Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

woensdag 22 december 2021


EERST EVEN DIT LEZEN


Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

Briefadvies inclusief taalgebruik

 

 

Auteur

Datum

Aantal pagina’s

Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

17 november 2021

1 van 4

Onderwerp

 

 

Inclusief taalgebruik

 

 

 

 RNTL: inclusief taalgebruik

 

De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren vraagt het Comité van Ministers om aandacht voor het belang van ‘inclusief taalgebruik’ en om het onderwerp integraal deel te laten uitmaken van het Taalunie-beleid vanaf 2022.

 

1                Probleemschets

 

In een open en democratische samenleving kan iedereen volwaardig deelnemen en voelt iedereen zich welkom. Zo’n inclusieve samenleving houdt rekening met sociale, culturele, religieuze, etnische en genderverschillen tussen mensen. Taal speelt daarbij een rol, want taal kan verbinden. Als individuen zich echter door de taal die in het openbaar wordt gehanteerd niet herkennen en zich buitengesloten voelen, dan is dat een zorgelijke situatie, die een democratische samenleving schaadt.

 

De Raad constateert dat sommige mensen of groepen mensen zich uitgesloten voelen door taal. Mensen met een diverse culturele achtergrond, een fysieke, mentale, communicatieve beperking of een andere geaardheid die zich soms door de taal die gebruikt wordt, gestigmatiseerd of gekwetst kunnen voelen, willen zichtbaarder zijn en erkenning krijgen van hun identiteit in de taal. De afgelopen jaren zien we een toenemend aantal mensen dat hiervoor aandacht vraagt. Veel culturele en publieke instellingen, bedrijven en politieke organisaties zoeken naar manieren om tegemoet te komen aan de roep in de samenleving om taalgebruik dat niet uitsluit, kwetst of stigmatiseert. Een aantal organisaties heeft inclusief communiceren daarom duidelijk op de agenda geplaatst. Maar er is nood aan concrete en eenduidige handvaten en adviezen over dit thema.

 

De Raad stelt ook vast dat er een groep taalgebruikers is die door bestaande adviezen en discussies over inclusief taalgebruik het gevoel krijgen dat er iets van hen wordt afgenomen, zeker wanneer (al dan niet terecht) de indruk ontstaat dat bestaande woorden ‘verboden’ zijn. We stellen vast dat het thema tot polarisatie leidt, vaak zonder dat er een constructieve dialoog tussen betrokken partijen mogelijk blijkt te zijn. Ook dit is schadelijk voor de samenleving. Een dergelijke sterk gepolariseerde discussie kan leiden tot misverstanden, en een gevoel van onbehagen veroorzaken bij diverse groepen taalgebruikers. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer er discussie ontstaat over het gebruik van bepaalde woorden die historisch gezien geladen zijn, zoals woorden die associaties met de koloniale tijd oproepen. De toenemende aandacht voor inclusieve taal vergroot de noodzaak aan een brede dialoog. De Raad acht het daarom van belang dat er meer bewustzijn en dialoog komt over het gebruik van inclusieve taal.

 

Tot slot constateert de Raad ook dat er verhalen en getuigenissen ten over zijn over het thema, maar dat er nog te weinig wetenschappelijk onderzoek gebeurt naar de concrete effecten van inclusief taalgebruik voor het Nederlands, en dat er te weinig gegevens beschikbaar zijn over hoe specifieke gecontesteerde woorden, uitdrukkingen of constructies door verschillende doelgroepen worden gebruikt en ervaren.

Bestaande adviezen spreken zichzelf en elkaar soms tegen, en zijn soms eerder gestoeld op intuïties dan op empirisch onderzoek naar taalgebruik en attitudes van sprekers en toehoorders. De Raad roept op tot meer wetenschappelijk onderzoek over het thema in kwestie.

 

Recent onderzoeki geeft aan dat het gebruik van inclusieve taal door individuele taalgebruikers wel degelijk een effect kan hebben op de attitudes tegenover inclusie en diversiteit in bredere zin, bijvoorbeeld om stereotypering en zo discriminatie tegen te gaan. Om bij te dragen aan een inclusievere maatschappij waarin de gelijkwaardigheid van mensen en tolerantie onderling wordt vergroot, is het van groot belang om het thema op de agenda te plaatsen en via onderzoek, dialoog en beleid het pad naar een inclusievere samenleving te bewandelen.

 

2                Inclusief taalgebruik

 

Met inclusief taalgebruik wordt taalgebruik bedoeld dat insluit in plaats van uitsluit, niet discrimineert en dat correct benoemt en/of neutraal is. Inclusief taalgebruik kan ervoor zorgen dat meer individuen in de samenleving zich aangesproken voelen en zich niet buitengesloten voelen door de taal die wordt gehanteerd. Het leidt bij de taalgebruiker tot meer bewustzijn en draagt bij aan de vermindering van stereotypering, bijvoorbeeld door het vermijden van woorden die als discriminerend of denigrerend kunnen worden ervaren. In dit verband wordt ook wel gesproken van ‘gedekoloniseerde’ taal: taal die niet de heersende structuren uit de koloniale tijd bestendigt, omdat ze nadelig zijn voor bepaalde groepen, met als gevolg dat die groepen zich buitengesloten voelen in de gehanteerde taal. Het stimuleren van het gebruik van inclusieve taal is een manier om de diversiteit van de samenleving te respecteren.

 

Tegelijkertijd zien we dat de roep om inclusieve taal weerstand kan oproepen en daardoor tot polarisatie kan leiden, onder andere omdat taal gekoppeld is aan identiteit en emotie. Het verschilt per persoon hoe taal opgevat en uitgelegd wordt. Taal is een beschrijving van de werkelijkheid en draagt onvermijdelijk historische, culturele en politieke bagage met zich mee. Daarmee kan taal een wereldbeeld in stand houden of versterken. Taalgebruik weerspiegelt niet alleen een bepaalde sociale realiteit en maatschappelijke verhoudingen, maar geeft die ook mee vorm. Hierdoor kunnen individuen in de samenleving zich niet herkennen, zich niet gehoord voelen of zich buiten de samenleving voelen staan. Dat is een situatie die zorgen baart en de nood aan een constructieve dialoog vergroot.


 3                Wat kan de Taalunie doen?

 

In het meerjarenbeleidsplan 2020-2024 van de Taalunie worden diversiteit en inclusie genoemd als urgente thema’s om aandacht aan te schenken. Bij uitstek kan de Taalunie als Nederlands-Vlaamse instelling een rol spelen in het verbinden van mensen in taal, tot wederzijds begrip en dialoog in een diverse samenleving. Het onderwerp inclusief taalgebruik vraagt allereerst om informatie, bewustwording en dialoog, en daarnaast om kennisopbouw door aanvullend onderzoek.

 

De Raad adviseert dat taalgebruikers en organisaties grondig voorgelicht worden over wat er speelt. Goed onderbouwde, duidelijk gecommuniceerde informatie en helderheid over de situatie en het benoemen van wat bepaald taalgebruik met mensen doet, kan uiteindelijk leiden tot bewustwording en sensibilisering, waardoor meer mensen hun taal, waar nodig, adequaat kunnen gebruiken. De Taalunie kan een rol spelen bij het stimuleren van taalgebruikers en organisaties om hun taalgebruik inclusiever te maken en hoe dat te doen. Daarin kan de Taalunie (ook) zelf een voorbeeldfunctie vervullen.

 

De Raad stelt de volgende drie initiatieven voor die invulling geven aan de behoefte aan informatie, bewustwording en kennisopbouw:

 

1)      Informatie: de taalgebruiker handvatten bieden

Met Taaladvies.net beschikt de Taalunie over een krachtig instrument om de taalgebruiker verantwoorde, neutrale en betrouwbare antwoorden te geven op alle mogelijke taalvragen. Ook adviezen over hoe taal inclusief te gebruiken kunnen een plek krijgen op Taaladvies.net. De Taalunie werkt hiervoor samen met Onze Taal, het Team Taaladvies van de Vlaamse Overheid en het INT als samenwerkingsverband voor taaladvies.

 

2)      Bewustwording: een permanente dialoog opzetten

Juist omdat de oproep tot inclusief taalgebruik soms weerstand oproept en daarmee polarisatie in de hand kan werken, roept de Raad op tot een brede dialoog. In een doorlopend gesprek of een serie open dialogen tussen individuele taalgebruikers en organisaties die actief met dit thema bezig zijn, kunnen heel wat praktijken, gevoeligheden, getuigenissen en verhalen een plaats krijgen. De Taalunie kan hierin een verbindende rol op zich nemen en samenwerken met organisaties die hier al mee bezig zijn zoals Vlaams-Nederlands Huis de Buren en de Code Diversiteit & Inclusie van het Nederlandse LKCA (Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst).

 

3)      Kennisopbouw: wetenschappelijk onderzoek naar inclusief taalgebruik

De Raad adviseert dat er meer wordt ingezet op, en geïnvesteerd in, wetenschappelijk onderzoek naar de rol, functie en impact van inclusief taalgebruik in het algemeen, en naar de gebruikswaarde en perceptie van de talige elementen die vaak gezien worden als deel van inclusief taalgebruik. Dit soort gegevens en inzichten zijn essentieel voor een gericht en efficiënt beleid rond inclusieve taal. Vanuit de Taalunie kunnen relevante onderzoekers benaderd worden uit de sociolinguïstiek, de antropologie, de taalkunde of de sociale psychologie en geschiedwetenschap, die aanvullend onderzoek kunnen doen waardoor de gaten die er nu nog zijn in de kennis over gevoeligheden rond en de effecten van het gebruik van inclusieve taal en taalverandering worden opgevuld.


 De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren hoopt dat het Comité van Ministers deze visie en voorstellen ondersteunt, en hoort ook graag van de ministers of zij eventueel aanvullende aandachtspunten of kenniswensen hebben.Annette Roeters

Voorzitter van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

 


i Sociolinguïstisch, antropologisch en sociaal psychologisch onderzoek naar het gebruik van taal wijst voorzichtig in die richting, zie onder andere:

     Sczesny, S., Formanowicz, M., & Moser, F. (2016). Can Gender-Fair Language Reduce Gender Stereotyping and Discrimination? Frontiers in Psychology, 7.

     Onderzoek dr. Claartje Vinkenberg naar ‘linguistic gender bias’: https://magazine.itv- hogeschool.nl/2020/05/gebruik-van-seksestereotypen-in-onze-taal-leidt-tot-ongelijke-kansen/.

     Willem Schoonen, ‘Wetenschappers maken de balans op: genderneutrale taal werkt in Zweden’, Het Parool, 8 augustus 2019. https://www.parool.nl/nieuws/wetenschappers-maken-de-balans-op- genderneutrale-taal-werkt-in-zweden~bbcfb48d/.

     Hoe we taal continu gebruiken om mensen in- en uit- te sluiten komt naar voren in het onderzoek van Lotte Thissen, antropoloog aan Maastricht University. Voor haar proefschrift deed ze ‘participerende observatie’: https://www.socialevraagstukken.nl/racisme-zit-ook-in-alledaagse-taal/. 


DAARNA MAG U DIT LEZEN

Er was een tijd dat mensen oplossingsgericht dachten. Onze generatie leerde dat meestal vroeg. Als wij een platte band kregen op weg naar huis van school, dan doken wij ergens binnen in een huis langs de route. Meestal was dat bij wildvreemden en dan probeerden wij onze band te plakken of zoiets. Bij ons thuis hadden ze geen telefoon en geen auto, dus bellen kon niet en zou sowieso geen oplossing hebben opgeleverd. Soms konden we ergens een andere fiets lenen terwijl de vader des huizes (het wezen met het XY-chromosoom, je weet wel...) onze eigen fiets repareerde, die we dan later weer gingen omruilen.

Als we dan thuis arriveerden, een uur later dan gewoonlijk in het geval we zelf de band hadden moeten herstellen, werden we niet opgewacht door een vloot rijkswachtcombi's met zwaailichten, maar door een moeder (XX-chromosoom) die informeerde waar we nù weer gezeten hadden, en of we gezien hadden hoe laat het was?!

 

O tempora, o mores.

 

Het is een manier van denken die bijblijft. Ik rijd momenteel met een vervangwagen, had gisterenochtend een afspraak en merkte te laat dat het ding was dichtgevroren. Op de koop toe vond ik geen ruitenkrabber in die vreemde wagen. Ik heb mijn ruiten schoongeveegd met mijn schoentrekker.

 

Ooit -einde vorige eeuw,begin deze- heb ik een lange verhouding gehad met een dame (I use the word rather lightly...) die bij Tele-Onthaal vrijwilligde als telefoonbeantwoorder. In eerste instantie had ik daar bewondering voor, tot ik begon door te krijgen hoe die onnozeliteit "functioneerde". Voorbeeld: B (mijn lief) krijgt telefoon van iemand die zegt dat ze het leven beu is en zich uit het raam wil werpen. Want wat is er gebeurd? Beller is depri omdat ze geen geld heeft om op skivakantie te gaan. Wat mij in deze vooral trof, was dat deze anecdote zich afspeelde in juli. Dat was ook wat ik tegen B zei: "Ge hebt dat kalf toch gezegd dat ze nog eens moest terugbellen als er sneeuw lag?" Hola! Dàt was nauwelijks minder erg dan de uitvinding van Zyklon-B en de waterstofbom! Want wat kregen die vrijwilligers van Tele-Onthaal als EERSTE richtlijn mee? Dat ze NIET oplossingsgericht MOCHTEN denken!

 

Nou, zo lus' je d'r nog wel één, zou Sonneveld zeggen. 

 

Stilaan begon ik dan ook door te krijgen waarom B telkens opnieuw aan de Sisyfusarbeid van zo'n Tele-Onthaalsessie begon: om goed te staan met zichzelf. Nu zie ik daar een voorbode in van deze Eindtijden, zowel in de werking van Tele-Onthaal als in de houding van B. Problemen zijn er niet om opgelost te worden, God verhoede, maar om opgeschroefd te worden tot bergen van Eerste Categorie. Er wordt oeverloos gepalaverd over (vaak verzonnen) problemen die nooit opgelost geraken, die integendeel altijd gecompliceerder worden tot de Gordiaanse Knoop lekker strak zit!

 

(Sisyfus, Gordiaanse Knoop... Wat bezielt mij hier vanmorgen...?)

 

Enfin. In alle geval weten we wat Alexander met de Gordiaanse Knoop heeft gedaan: het enige wat er nog kon mee gedaan worden. 

 

Over Gordiaanse Knopen gesproken, nu we toch bezig zijn...

 

In oktober 1962 zaten Kennedy en Chroesjtjov hard te trekken aan hun eigen Gordiaanse knoop. Tot ze beseften dat ze op een road to nowhere zaten, voorzichtig terugkrabbelden en een Derde Wereldoorlog op het allerlaatste nippertje wisten te vermijden.

 

Stel je nu even The Missiles of October voor in 2021...

 

JFK had de democratische nominatie nipt gewonnen van Adlai Stevenson. Daarna won hij nipt de presidentsverkiezingen van Richard Nixon. Zowel Stevenson als Nixon hadden heel goed president kunnen zijn ten tijde van de Cubacrisis. Het angstaanjagende (als men het NU bekijkt) is dat zowel Stevenson als Nixon het er even goed hadden kunnen afbrengen als Kennedy. Er zaten nog competente mensen in de politiek, mensen die het vaak werkelijk goed meenden, zoals Adlai Stevenson, de Kennedybroers (ook al liepen ze vaak hun lul achterna; niemand is perfect) en ook Nikita Chroesjtjov.

 

Maar nu...? Joe de Meisjessnuffelaar won zijn nominatie van Pocahontas, een dame die zo blank is als een Ierse rugbyspeler maar die het publiek bezwoer dat ze native American roots heeft. Zijn tegenstander was Donald Trump; dat had alle kanten opgekund maar echt bekend om zijn empathie stond The Donald niet... In Moskou zit nu Vlad the Impaler, die waarschijnlijk nog de meest intelligente is van het hele stel, en dat wil wat zeggen maar niet veel goeds. Allemaal zijn ze overgeleverd aan een volslagen onverantwoorde, barbaarse, lompe pers...

 

Laat de Cubacrisis van 1960 zich zestig jaar later afspelen, en het is dag met het handje voor de menselijke soort en de planeet. 

 

Dat is zowat het enige wat de hele politiek correcte, woke hersenschim bewerkstelligd heeft: dat we opnieuw staan te dansen aan de rand van een heel diepe afgrond. En er zijn geen Kennedybroers of Nikita Chroesjtjoven meer voorhanden.


EEN TOEMAATJE

Mogen we nog wel "dialect" spreken? dat is hélemaal niet inclusief, toch?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten