EERST EVEN DIT LEZEN
Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
Briefadvies inclusief taalgebruik
|
Auteur |
Datum |
Aantal pagina’s |
|
Raad voor de Nederlandse Taal
en Letteren |
17 november 2021 |
1 van 4 |
|
Onderwerp |
|
|
|
Inclusief taalgebruik |
|
|
RNTL: inclusief taalgebruik
De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
vraagt het Comité van Ministers om
aandacht voor het belang van ‘inclusief taalgebruik’ en om het onderwerp integraal deel te laten
uitmaken van het Taalunie-beleid vanaf
2022.
1
Probleemschets
In
een open en democratische samenleving kan iedereen volwaardig deelnemen en
voelt iedereen zich welkom. Zo’n
inclusieve samenleving houdt rekening met sociale, culturele, religieuze,
etnische en genderverschillen tussen
mensen. Taal speelt daarbij een rol, want taal kan verbinden. Als individuen
zich echter door de taal die in het
openbaar wordt gehanteerd niet herkennen en zich buitengesloten voelen, dan is dat
een zorgelijke situatie, die een democratische samenleving schaadt.
De
Raad constateert dat sommige mensen of groepen mensen zich uitgesloten voelen
door taal. Mensen met een diverse
culturele achtergrond, een fysieke, mentale, communicatieve beperking of een
andere geaardheid die zich soms door
de taal die gebruikt wordt, gestigmatiseerd of gekwetst kunnen voelen, willen
zichtbaarder zijn en erkenning krijgen van hun identiteit in de taal. De
afgelopen jaren zien we een toenemend
aantal mensen dat hiervoor aandacht vraagt. Veel culturele en publieke
instellingen, bedrijven en politieke
organisaties zoeken naar manieren om tegemoet te komen aan de roep in de
samenleving om taalgebruik dat niet
uitsluit, kwetst of stigmatiseert. Een aantal organisaties heeft inclusief
communiceren daarom duidelijk op de
agenda geplaatst. Maar er is nood aan concrete en eenduidige handvaten en adviezen
over dit thema.
De Raad stelt ook vast dat er een groep taalgebruikers is die door bestaande adviezen en discussies over inclusief taalgebruik het gevoel krijgen dat er iets van hen wordt afgenomen, zeker wanneer (al dan niet terecht) de indruk ontstaat dat bestaande woorden ‘verboden’ zijn. We stellen vast dat het thema tot polarisatie leidt, vaak zonder dat er een constructieve dialoog tussen betrokken partijen mogelijk blijkt te zijn. Ook dit is schadelijk voor de samenleving. Een dergelijke sterk gepolariseerde discussie kan leiden tot misverstanden, en een gevoel van onbehagen veroorzaken bij diverse groepen taalgebruikers. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer er discussie ontstaat over het gebruik van bepaalde woorden die historisch gezien geladen zijn, zoals woorden die associaties met de koloniale tijd oproepen. De toenemende aandacht voor inclusieve taal vergroot de noodzaak aan een brede dialoog. De Raad acht het daarom van belang dat er meer bewustzijn en dialoog komt over het gebruik van inclusieve taal.
Tot
slot constateert de Raad ook dat er verhalen en getuigenissen ten over zijn over
het thema, maar dat er nog te
weinig wetenschappelijk onderzoek gebeurt naar de concrete effecten van
inclusief taalgebruik voor het
Nederlands, en dat er te weinig gegevens beschikbaar zijn over hoe specifieke
gecontesteerde woorden, uitdrukkingen of constructies door verschillende doelgroepen worden gebruikt
en ervaren.
Bestaande
adviezen spreken zichzelf en elkaar soms tegen, en zijn soms eerder gestoeld op
intuïties dan op empirisch
onderzoek naar taalgebruik en attitudes van sprekers en toehoorders. De Raad
roept op tot meer wetenschappelijk onderzoek over het thema in kwestie.
Recent onderzoeki geeft aan dat het gebruik van inclusieve taal door individuele
taalgebruikers wel degelijk een
effect kan hebben op de attitudes tegenover inclusie en diversiteit in bredere
zin, bijvoorbeeld om stereotypering
en zo discriminatie tegen te gaan. Om bij te dragen aan een inclusievere
maatschappij waarin de
gelijkwaardigheid van mensen en tolerantie onderling wordt vergroot, is het van
groot belang om het thema op de
agenda te plaatsen en via onderzoek, dialoog en beleid het pad naar een
inclusievere samenleving te bewandelen.
2
Inclusief taalgebruik
Met
inclusief taalgebruik wordt taalgebruik bedoeld dat insluit in plaats van
uitsluit, niet discrimineert en dat correct
benoemt en/of neutraal is. Inclusief taalgebruik kan ervoor zorgen dat meer
individuen in de samenleving zich
aangesproken voelen en zich niet buitengesloten voelen door de taal die wordt gehanteerd. Het leidt bij de taalgebruiker
tot meer bewustzijn en draagt bij aan de vermindering van stereotypering, bijvoorbeeld door het
vermijden van woorden die als discriminerend of denigrerend kunnen worden ervaren. In dit verband wordt ook
wel gesproken van ‘gedekoloniseerde’ taal: taal die niet de heersende structuren uit de koloniale tijd
bestendigt, omdat ze nadelig zijn voor bepaalde groepen, met als gevolg dat die groepen zich
buitengesloten voelen in de gehanteerde taal. Het stimuleren van het gebruik van inclusieve
taal is een manier om de diversiteit van de samenleving te respecteren.
Tegelijkertijd
zien we dat de roep om inclusieve taal weerstand kan oproepen en daardoor tot polarisatie kan leiden, onder andere omdat taal gekoppeld
is aan identiteit en emotie. Het verschilt per persoon
hoe taal opgevat en uitgelegd
wordt. Taal is een beschrijving van de werkelijkheid en draagt onvermijdelijk historische, culturele en politieke bagage
met zich mee. Daarmee kan taal een wereldbeeld in stand houden of versterken. Taalgebruik weerspiegelt
niet alleen een bepaalde sociale realiteit en maatschappelijke verhoudingen, maar geeft die ook mee vorm.
Hierdoor kunnen individuen in de samenleving zich niet herkennen, zich niet gehoord voelen of zich buiten de
samenleving voelen staan. Dat is een situatie die zorgen baart en de nood aan een constructieve
dialoog vergroot.
3 Wat kan de Taalunie doen?
In
het meerjarenbeleidsplan 2020-2024 van de Taalunie worden diversiteit en
inclusie genoemd als urgente thema’s
om aandacht aan te schenken. Bij uitstek kan de Taalunie als Nederlands-Vlaamse
instelling een rol spelen in het
verbinden van mensen in taal, tot wederzijds begrip en dialoog in een diverse
samenleving. Het onderwerp
inclusief taalgebruik vraagt allereerst om informatie, bewustwording en dialoog, en daarnaast om kennisopbouw door aanvullend onderzoek.
De
Raad adviseert dat taalgebruikers en organisaties grondig voorgelicht worden
over wat er speelt. Goed onderbouwde,
duidelijk gecommuniceerde informatie en helderheid over de situatie en het
benoemen van wat bepaald taalgebruik
met mensen doet, kan uiteindelijk leiden tot bewustwording en sensibilisering, waardoor meer mensen hun taal, waar nodig,
adequaat kunnen gebruiken. De Taalunie kan een rol spelen bij het stimuleren van taalgebruikers en
organisaties om hun taalgebruik inclusiever te maken en hoe dat te doen.
Daarin kan de Taalunie (ook)
zelf een voorbeeldfunctie vervullen.
De Raad stelt de volgende drie initiatieven voor die
invulling geven aan de behoefte
aan informatie, bewustwording en kennisopbouw:
1) Informatie: de taalgebruiker handvatten bieden
Met
Taaladvies.net beschikt de Taalunie over een krachtig instrument om de
taalgebruiker verantwoorde, neutrale
en betrouwbare antwoorden te geven op alle mogelijke taalvragen. Ook adviezen over hoe taal inclusief te
gebruiken kunnen een plek krijgen op Taaladvies.net. De Taalunie werkt hiervoor samen met Onze Taal, het
Team Taaladvies van de Vlaamse Overheid en het INT als samenwerkingsverband voor
taaladvies.
2) Bewustwording: een permanente dialoog
opzetten
Juist
omdat de oproep tot inclusief taalgebruik soms weerstand oproept en daarmee
polarisatie in de hand kan werken, roept
de Raad op tot een brede dialoog.
In een doorlopend gesprek of een serie open dialogen tussen individuele
taalgebruikers en organisaties die actief met dit thema bezig zijn, kunnen heel wat praktijken, gevoeligheden, getuigenissen
en verhalen een plaats krijgen. De Taalunie kan hierin een
verbindende rol op zich nemen en samenwerken met organisaties die hier al mee
bezig zijn zoals Vlaams-Nederlands
Huis de Buren en de Code Diversiteit & Inclusie van het Nederlandse LKCA (Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst).
3) Kennisopbouw: wetenschappelijk onderzoek naar inclusief
taalgebruik
De
Raad adviseert dat er meer wordt ingezet op, en geïnvesteerd in,
wetenschappelijk onderzoek naar de
rol, functie en impact van inclusief taalgebruik in het algemeen, en naar de
gebruikswaarde en perceptie van de
talige elementen die vaak gezien worden als deel van inclusief taalgebruik. Dit
soort gegevens en inzichten zijn
essentieel voor een gericht en efficiënt beleid rond inclusieve taal. Vanuit de Taalunie kunnen relevante onderzoekers
benaderd worden uit de sociolinguïstiek, de antropologie, de taalkunde of de sociale psychologie en
geschiedwetenschap, die aanvullend onderzoek kunnen doen waardoor de gaten die er nu nog zijn in de kennis over
gevoeligheden rond en de effecten van het gebruik van inclusieve taal en taalverandering worden opgevuld.
De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren hoopt dat het Comité van Ministers deze visie en voorstellen ondersteunt, en hoort ook graag van de ministers of zij eventueel aanvullende aandachtspunten of kenniswensen hebben.Annette Roeters
Voorzitter van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
i Sociolinguïstisch,
antropologisch en sociaal psychologisch onderzoek naar het gebruik van taal
wijst voorzichtig in die richting, zie onder
andere:
• Sczesny, S.,
Formanowicz, M., & Moser, F. (2016). Can Gender-Fair Language Reduce Gender Stereotyping and Discrimination? Frontiers in Psychology, 7.
•
Onderzoek dr. Claartje Vinkenberg
naar ‘linguistic gender bias’: https://magazine.itv- hogeschool.nl/2020/05/gebruik-van-seksestereotypen-in-onze-taal-leidt-tot-ongelijke-kansen/.
• Willem Schoonen,
‘Wetenschappers maken de balans op: genderneutrale taal werkt in Zweden’, Het
Parool, 8 augustus 2019. https://www.parool.nl/nieuws/wetenschappers-maken-de-balans-op- genderneutrale-taal-werkt-in-zweden~bbcfb48d/.
• Hoe we taal continu gebruiken om mensen in- en uit- te sluiten komt naar voren in het onderzoek van Lotte Thissen, antropoloog aan Maastricht University. Voor haar proefschrift deed ze ‘participerende observatie’: https://www.socialevraagstukken.nl/racisme-zit-ook-in-alledaagse-taal/.
DAARNA MAG U DIT LEZEN
Er was een tijd dat mensen oplossingsgericht dachten. Onze
generatie leerde dat meestal vroeg. Als wij een platte band kregen op weg naar
huis van school, dan doken wij ergens binnen in een huis langs de route.
Meestal was dat bij wildvreemden en dan probeerden wij onze band te plakken of
zoiets. Bij ons thuis hadden ze geen telefoon en geen auto, dus bellen kon niet
en zou sowieso geen oplossing hebben opgeleverd. Soms konden we ergens een
andere fiets lenen terwijl de vader des huizes (het wezen met het XY-chromosoom,
je weet wel...) onze eigen fiets repareerde, die we dan later weer gingen
omruilen.
Als we dan thuis arriveerden, een uur later dan gewoonlijk in het
geval we zelf de band hadden moeten herstellen, werden we niet opgewacht door
een vloot rijkswachtcombi's met zwaailichten, maar door een moeder
(XX-chromosoom) die informeerde waar we nù weer gezeten hadden, en of we gezien
hadden hoe laat het was?!
O tempora, o mores.
Het is een manier van denken die bijblijft. Ik rijd momenteel met
een vervangwagen, had gisterenochtend een afspraak en merkte te laat dat het
ding was dichtgevroren. Op de koop toe vond ik geen ruitenkrabber in die
vreemde wagen. Ik heb mijn ruiten schoongeveegd met mijn schoentrekker.
Ooit -einde vorige eeuw,begin deze- heb ik een lange verhouding
gehad met een dame (I use the word rather lightly...) die bij
Tele-Onthaal vrijwilligde als telefoonbeantwoorder. In eerste instantie had ik
daar bewondering voor, tot ik begon door te krijgen hoe die onnozeliteit
"functioneerde". Voorbeeld: B (mijn lief) krijgt telefoon van iemand
die zegt dat ze het leven beu is en zich uit het raam wil werpen. Want wat is
er gebeurd? Beller is depri omdat ze geen geld heeft om op skivakantie te gaan.
Wat mij in deze vooral trof, was dat deze anecdote zich afspeelde in juli. Dat
was ook wat ik tegen B zei: "Ge hebt dat kalf toch gezegd dat ze nog eens
moest terugbellen als er sneeuw lag?" Hola! Dàt was nauwelijks minder erg
dan de uitvinding van Zyklon-B en de waterstofbom! Want wat kregen die vrijwilligers
van Tele-Onthaal als EERSTE richtlijn mee? Dat ze NIET oplossingsgericht
MOCHTEN denken!
Nou, zo lus' je d'r nog wel één,
zou Sonneveld zeggen.
Stilaan begon ik dan ook door te krijgen waarom B telkens opnieuw
aan de Sisyfusarbeid van zo'n Tele-Onthaalsessie begon: om goed te staan met
zichzelf. Nu zie ik daar een voorbode in van deze Eindtijden, zowel in de
werking van Tele-Onthaal als in de houding van B. Problemen zijn er niet om
opgelost te worden, God verhoede, maar om opgeschroefd te worden tot bergen van
Eerste Categorie. Er wordt oeverloos gepalaverd over (vaak verzonnen) problemen
die nooit opgelost geraken, die integendeel altijd gecompliceerder worden tot
de Gordiaanse Knoop lekker strak zit!
(Sisyfus, Gordiaanse Knoop... Wat bezielt mij
hier vanmorgen...?)
Enfin. In alle geval weten we wat Alexander met de Gordiaanse
Knoop heeft gedaan: het enige wat er nog kon mee gedaan worden.
Over Gordiaanse Knopen gesproken, nu we toch bezig zijn...
In oktober 1962 zaten Kennedy en Chroesjtjov hard te trekken aan
hun eigen Gordiaanse knoop. Tot ze beseften dat ze op een road to nowhere
zaten, voorzichtig terugkrabbelden en een Derde Wereldoorlog op het
allerlaatste nippertje wisten te vermijden.
Stel je nu even The Missiles of October voor in
2021...
JFK had de democratische nominatie nipt gewonnen van Adlai
Stevenson. Daarna won hij nipt de presidentsverkiezingen van Richard Nixon.
Zowel Stevenson als Nixon hadden heel goed president kunnen zijn ten tijde van
de Cubacrisis. Het angstaanjagende (als men het NU bekijkt) is dat zowel
Stevenson als Nixon het er even goed hadden kunnen afbrengen als Kennedy. Er
zaten nog competente mensen in de politiek, mensen die het vaak werkelijk goed
meenden, zoals Adlai Stevenson, de Kennedybroers (ook al liepen ze vaak hun lul
achterna; niemand is perfect) en ook Nikita Chroesjtjov.
Maar nu...? Joe de Meisjessnuffelaar won zijn nominatie van
Pocahontas, een dame die zo blank is als een Ierse rugbyspeler maar die het
publiek bezwoer dat ze native American roots heeft. Zijn
tegenstander was Donald Trump; dat had alle kanten opgekund maar echt bekend om
zijn empathie stond The Donald niet... In Moskou zit nu Vlad the Impaler, die
waarschijnlijk nog de meest intelligente is van het hele stel, en dat wil wat
zeggen maar niet veel goeds. Allemaal zijn ze overgeleverd aan een volslagen
onverantwoorde, barbaarse, lompe pers...
Laat de Cubacrisis van 1960 zich zestig jaar later afspelen, en
het is dag met het handje voor de menselijke soort en de planeet.
Dat is zowat het enige wat de hele politiek correcte, woke
hersenschim bewerkstelligd heeft: dat we opnieuw staan te dansen aan de rand
van een heel diepe afgrond. En er zijn geen Kennedybroers of Nikita
Chroesjtjoven meer voorhanden.
EEN TOEMAATJE
Mogen we nog wel "dialect" spreken? dat is hélemaal niet inclusief, toch?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten