In 1939 kwam het tot een toenadering tussen Hitler en
Stalin die uitmondde in het Molotov-Ribbentroppact van 23 augustus. Gedekt
door dit pact startte nazi-Duitsland nog geen tien dagen later de aanval op
Polen.
De Sovjetaanval op het oosten van Polen op 17
september 1939 was eveneens een uitvloeisel van het niet lang daarvoor gesloten
pact, waarbij nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie hun invloedssferen hadden
afgestemd. De aanval was een onderdeel van een poging om de grenzen van het
tsaristische Rusland uit de 19de eeuw te herstellen.
Op 5 maart 1940 ondertekende Jozef Stalin het bevel om
4.410/4.420 krijgsgevangen Poolse officieren om te brengen.
Het bevel was het gevolg van een besluit van Lavrenti
Beria de toenmalige NKVD-chef om ruim 25.000 "landheren, fabrikanten,
voormalige officieren, ambtenaren en overlopers te fusilleren". De
concentratiekampen waarin de Polen gevangen hadden gezeten moesten worden
vrijgemaakt vanwege de komst van 50.000 tot 70.000 inwoners van de Baltische
staten, waarvan velen later eveneens vermoord zouden worden
De NKVD, de geheime dienst van de Sovjet-unie, voerde
dit bevel nauwgezet uit. Dit werd het Bloedbad van Katyn zoals het beschreven wordt
in de latere geschiedenisboeken.
Hoewel de Duitse inval in Polen aanleiding was voor Groot-Brittannië en Frankrijk om Duitsland de oorlog te verklaren, bleef een soortgelijke reactie in de richting van Sovjet-Unie volledig uit. Voor Duitsland en de Sovjet-Unie had het Molotov-Ribbentroppact zijn waarde bewezen. Duitsland had nu rugdekking om in mei 1940 Frankrijk aan te vallen en de Sovjet-Unie viel in juni 1940 de Baltische staten binnen.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten