Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

maandag 21 maart 2022

EEN VRIEND

 

Bij het opruimen (dat doet een 82,5 jarige zoal eens) vond ik een kartonnen map met in grote letters erop geschreven: CANADA. Het geheel bevatte, naast de resultaten van mijn bezoek aan het Salon du livre de Montréal, een aantal onnozele kleine notities waarop ik heel ernstig noteerde wat ik zo allemaal uitgaf. De map dateert van die tijd dat ik samen met Julien weverbergh, de naam van de derde persoon ben ik vergeten, naar de boekenbeurs van Montréal (Canada) trok op 25 november 1985.





Er zat ook een ansichtkaart in die ik nogal leuk vond. Bij het bekijken bedacht ik dat ik deze best naar mijn vriend Wim Zaal kon sturen, hij houdt van oneerbiedige dingen, dat bewees hij al in vele van zijn publicaties, hij schrijft in hoofdzaak over de kneusjes.

Even opzoeken wanneer hij jarig is en hopsa.

Daar kwam de schok.

De man waarmee ik om de paar maanden korte berichtjes wisselde – die ik dan frankeerde met de meest gekke plaatjes, zelfs Zuhal Demir kwam aan bod – was niet meer.

Op Wikipedia las ik achter zijn naam het woordje was, dat schrijf je niet over iemand die nog leeft. Ja, Wim was er niet meer, Wim was op 11 oktober 2021 op 86 jarige leeftijd overleden. Mijn laatste bericht had hem dus nooit bereikt, en kwam niet terug vermits er geen afzender vermeld was. Toen ik verder zocht, kwam ik alleen door Nederlandse journalisten geschreven stukken tegen. In Vlaanderen kreeg hij nauwelijks aandacht. Wim, de man die in Maatstaf 10, 11, 12 met als titel De vitaliteit van de Vlaamse literatuur (1993) het essay De sluipmoord op de Vlaamse schrijver publiceerde - en dat met kennis van zaken – was in Vlaanderen genegeerd. Trouwens, hij was de enige Nederlander in dat nummer. Op het kaft, zie hierbij, schreef hij –  in zijn wonderbaarlijk mooi handschrift – een van zijn typische van humor getuigende bijdragen.


Natuurlijk moet ik de enige andere Nederlandse bijdrage, die van Martin Ros, niet vergeten, hij schreef in zijn
Ten Geleide: “Het fijnste van mijn jaarlijkse kaboutervakantie is altijd het de grens overschrijden van België.” (Het woord Vlaanderen krijgen onze noorderburen blijkbaar moeilijk door de strot.)

De postpoëet. Voor de liefhebbers uitgegeven. Kijkgatpaperback nr. 41. Soethoudt/Nijgh en Van Ditmar, Antwerpen/'s-Gravenhage, [1976]. Omvang: 18 p. Oplage 600 ex. een verwoed gezochte dichtbundel, verscheen zoals je kon merken bij mijn uitgeverij. Een van de gedichten uit deze bundel werd later in heel wat studieboeken opgenomen, wat Wim jaarlijks enkele centen opbracht en dat vond hij leuk, want ja, hij was een Nederlander, eentje die ik verdomd zal missen.


dinsdag 15 maart 2022

VAN ONZE REPORTER (SOMS TER PLAATSE)

 

Victor Henry Elford was een Brits Formule 1-coureur uit Groot-Brittannië. Hij reed in 1968, 1969 en 1971 13 Grands Prix voor de teams Cooper, McLaren en BRM. Hij maakte ook naam in de wegracerij.

10 juni 1935, Peckham, Londen, VK –  13 maart 2022


***

Ooit was er een tijd waarin sport nog sport was - geen opgeblazen, zinloze business - en topsporters gewone mensen die evengoed op de kleintjes moesten letten. 

In 1965 won de zeer grote Jim Clark - Lulu Hamilton en Seb Vettel komen niet eens tot aan zijn enkels, zelfs niet als ze op elkaars schouder gaan staan - zes van de eerste zeven grands prix van het Formule 1 seizoen. De zevende, Monaco, had hij gemist omdat hij in de VS was voor de Indy 500.


Clark, een volbloed Schot, en Lotusbaas Colin Chapman hielden allebei evenveel van het slijk der aarde. 

De dag nadat zijn vriend Graham Hill Monaco won, scoorde Jimmy zijn historische zege in Indianapolis en datzelfde jaar won hij ook zijn tweede wereldtitel in de Formule 1. Niemand heeft het hem ooit voor- of nagedaan. Clark’s bruto-inkomen uit 13 grands prix Formule 1 bedroeg in 1965 13.340 pond. Dat is wel degelijk dertienduizend driehonderdveertig. Zijn zege in Indianapolis bracht hem meer dan 46.000 pond op. 

Hier ergens vindt u de verklaring waarom Chapman en Clark de grand prix van Monaco lieten links liggen, maar ook van het feit dat de grote Formule 1 sterren van de sixties ook sportwagenraces reden, en Formule 2, Indycar, toerwagens en zelfs occasioneel een rally of twee: het was financiële noodzaak, misschien iets minder voor iemand als Clark maar voor de meesten was de autoracerij allesbehalve een vetpot. Ook Clark bleef pretentieloos en bescheiden leven.

  



Zolder 1967, de enige keer dat hij daar reed, de eerste keer (van amper twee) dat ik 'm zag rijden. Op de eerste rij John Surtees, Jean-Pierre Beltoise en Jim. Op de tweede rij met het nummer 1: regerend wereldkampioen Jack Brabham. 


Een van de dingen die het Lotusteam ontdekte in Indianapolis, was dat Amerikaanse muntjes van 1 cent exact even groot en zwaar waren als Britse sixpence muntjes. Dit was in de dagen vòòr Groot-Brittannië decimaal ging. Sixpence was één veertigste van een Pound Sterling; een halve shilling. (Er ging twaalf pence in een shilling en twintig shilling - 240 pence - in een Pound Sterling…) Een sixpence was ongeveer zes Amerikaanse cent waard, en was het gebruikelijke muntstuk in Britse parkeermeters. U ziet ‘m al komen, denkt u, ja, maar niet helemaal. 

Het Lotusteam bracht wel degelijk een indrukwekkende zak muntjes van 1 cent mee uit de VS en ook Jimmy, noblesse oblige, gebruikte die gretig als hij in zijn Londense flat verbleef. Tot hij op de ochtend van Kerstdag 1965 buitenkwam, op het dak van zijn Lotus Elan een paar keurige stapeltjes Amerikaanse centen vond en een beetje verderop een parkeerwachter die een Goed Gesprek met ‘m wou… 



Het einde: Hockenheim 7 april 1968


Hij was mijn held. 

 


vrijdag 11 maart 2022

RASPUTIN

 Bron: WIKIPEDIA

Grigori Jefimovitsj Raspoetin (Russisch: Григорий Ефимович Распутин), (Pokrovskoje21 januari [O.S. 9 januari] 1869 - Petrograd30 december [O.S. 17 december] 1916) was een Russische starets in wording. Beter is het om hem een strannik (een rondreizende pelgrim) te noemen. Hij kwam aan het hof van de tsaar Nicolaas II van Rusland als geestelijk leidsman.[bron?] Twee jaar later werd hij uitgenodigd als gebedsgenezer voor zijn zoon, de tsarevitsj Aleksej Nikolajevitsj van Rusland, die aan hemofilie leed. Raspoetin boekte daarmee opvallend succes. Hij verwierf de genegenheid van de tsarina Alexandra Fjodorovna, die hem als redder van haar zoon zag. Nadat de tsaar zich in augustus 1915 als opperbevelhebber naar het front had begeven, begon hij zich in te laten met de Russische staatsaangelegenheden.[bron?] Raspoetin werd na een jaar zowel door rechtse als linkse krachten in de politiek gezien als de oorzaak van de penibele toestand in het keizerlijke Rusland. Eind december 1916 werd hij door monarchisten, gevreesd door zijn invloed op de tsarina en het beleid van de tsaar, gedood door middel van verschillende pistoolschoten.

dinsdag 8 maart 2022

INVASIE

 

De oudste foto die ik van mijn ouders heb, dateert van 14 november 1940. Het jonge koppel trouwde op 15 januari 1938 en ik werd geboren op 20 september 1939.

Mijn vader werd geboren in Breda in 1916 uit Belgisch-Nederlandse ouders, mijn moeder werd geboren in Anna Paulowna (provincie Noord-Holland, Nederland) in 1918 uit Belgische ouders.

Twee jaar daarvoor was mijn grootmoeder, moeders moeder, een pasgeboren baby verloren tijdens de watersnood van 1916 in Anna Paulowna.

Willy Stöwer - Antwerpen 1914


Hoe en waarom was mijn grootmoeder met twee kinderen vanuit Antwerpen naar het noordelijke Den Helder vertrokken? Een tocht van bijna 250 kilometer. Hoe? Dat heeft ze me nooit verteld, maar het waarom was uiteraard de invasie van de Duitse troepen in België. Tijdens de belegering van de vesting Antwerpen, en vooral vanaf de beschieting van de stad, ontvluchtten heel wat burgers de stad. Na de val van Antwerpen op 10 oktober 1914 waren zowat één miljoen Belgische burgers in Nederland terechtgekomen. De grote meerderheid van de niet-militaire vluchtelingen in Nederland zouden naar huis terugkeren zodra de bezetter "orde en rust" verzekerd had.