Bij het opruimen (dat doet een 82,5 jarige zoal eens) vond ik een kartonnen map met in grote letters erop geschreven: CANADA. Het geheel bevatte, naast de resultaten van mijn bezoek aan het Salon du livre de Montréal, een aantal onnozele kleine notities waarop ik heel ernstig noteerde wat ik zo allemaal uitgaf. De map dateert van die tijd dat ik samen met Julien weverbergh, de naam van de derde persoon ben ik vergeten, naar de boekenbeurs van Montréal (Canada) trok op 25 november 1985.
Er zat ook een ansichtkaart in die ik nogal
leuk vond. Bij het bekijken bedacht ik dat ik deze best naar mijn vriend Wim
Zaal kon sturen, hij houdt van oneerbiedige dingen, dat bewees hij al in vele
van zijn publicaties, hij schrijft in hoofdzaak over de kneusjes.
Even opzoeken wanneer hij jarig is en hopsa.
Daar kwam de
schok.
De man waarmee ik om de paar maanden korte berichtjes wisselde – die ik
dan frankeerde met de meest gekke plaatjes, zelfs Zuhal Demir kwam aan bod – was
niet meer.
Op Wikipedia las ik achter zijn naam het woordje was, dat schrijf je niet over iemand die nog leeft. Ja, Wim was er niet meer, Wim was op 11 oktober 2021 op 86 jarige leeftijd overleden. Mijn laatste bericht had hem dus nooit bereikt, en kwam niet terug vermits er geen afzender vermeld was. Toen ik verder zocht, kwam ik alleen door Nederlandse journalisten geschreven stukken tegen. In Vlaanderen kreeg hij nauwelijks aandacht. Wim, de man die in Maatstaf 10, 11, 12 met als titel De vitaliteit van de Vlaamse literatuur (1993) het essay De sluipmoord op de Vlaamse schrijver publiceerde - en dat met kennis van zaken – was in Vlaanderen genegeerd. Trouwens, hij was de enige Nederlander in dat nummer. Op het kaft, zie hierbij, schreef hij – in zijn wonderbaarlijk mooi handschrift – een van zijn typische van humor getuigende bijdragen.
De postpoëet. Voor de liefhebbers uitgegeven. Kijkgatpaperback nr. 41. Soethoudt/Nijgh en Van Ditmar,
Antwerpen/'s-Gravenhage, [1976]. Omvang: 18 p. Oplage 600 ex. een verwoed
gezochte dichtbundel, verscheen zoals je kon merken bij mijn uitgeverij.
Een van de gedichten uit deze bundel werd later in heel wat studieboeken
opgenomen, wat Wim jaarlijks enkele centen opbracht en dat vond hij leuk, want
ja, hij was een Nederlander, eentje die ik verdomd zal missen.
