Julien weverbergh
was mijn reisgenoot, samen met een man van uitgeverij Het Volk (Jommeke), toen
we in 1985 in november naar het
LE SALON DU LIVRE
DE MONTRÉAL
PLACE
BONAVENTURE
du 21 au 26 novembre
1985
afzakten.
Het is
in Montréal dat ik Julien kreeft (die was spotgoedkoop) zag eten. Zoals ik in
mijn herinneringen schreef: “Weverbergh kreeft zien eten, doet denken aan een
botten verpulverende wolf die al weken niet meer heeft gegeten.”
Eigenlijk leerde
ik Julien vanop afstand kennen toen een Vlaamse dichter bij mij kwam aankloppen
met een door hem geschreven dichtbundel. In het inleidend gesprek dat we hadden
– terwijl ik door de bundel struinde – liet hij de woorden vallen: “Weverbergh
heeft me gezegd dat ik het bij jou moest proberen. Als jij mij uitgeeft, wil
hij wel mijn eventuele tweede bundel publiceren.”
Alles bij elkaar
genomen, echte vrienden zijn we nooit geworden, maar ik ben en zal dat blijven,
jaloers op hem, omdat hij de dichtbundel Schreeuwlandschap
van Jotie ’t Hooft liet verschijnen bij de uitgeverij waar hij toen de plak
zwaaide.
Nu is hij dood. Misschien komt een van de vele ufo’s die Julien bij leven zag, zijn urne wel ophalen.

Uitgevers komen in de hemel maar blijven liever aan een toog hangen.
BeantwoordenVerwijderenOok wij (Anita en ik) hebben vele herinneringen aan Julien maar de mooiste is onze reis naar Moskou en het toenmalige Leningrad in 1984 samen met Jos Vandeloo en andere coryféeen uit het boekenvak. Nog nooit zo gelachen als toen
BeantwoordenVerwijderen