 |
| Colin & Burns |
Twintig jaar geleden, op 25 november 2005, overleed Richard Alexander Burns in het Londense Wellington Hospital aan een hersentumor. Hij was 34 jaar oud.
Richard Burns was een rallyrijder in een era van reuzen als Juha Kankkunen, Tommi Mäkinen, Didier Auriol, François Delecour, Carlos Sainz (père) en, uiteraard, Colin McRae. Het was de periode waarin ook Belgische uitblinkers als Bruno Thiry en Freddy Loix actief waren, met copiloten Stéphane Prévot en Sven Smeets.
De rol van een copiloot in het rallyrijden mag niet onderschat worden. Hij of zij -Fabrizia Pons en Tina Thörner spring to mind- vertrouwt zijn/haar leven toe aan de rijder of rijdster -Michelle Mouton springs to mind- maar die vertrouwt evengoed zijn (of haar… vermoeiend, dat DEI gedoe…) leven toe aan de copiloot. Want dat is de navigator waarop de rijder blindelings vertrouwt. Heel wat crashes in die tijd waren toe te schrijven aan fouten in de pacenotes. Of in de communicatie ervan.
Om te illustreren hoe groot het vertrouwen tussen rijder en navigator wel was… Tijdens een nachtelijke special stage die bovendien geteisterd werd door dikke mist (ik weet nu niet meteen welke rally het was en ik heb ook geen zin om het op zoeken, maar de scene is vastgelegd op de inboard camera van de Subaru in kwestie en is terug te vinden op een van de season reviews uit de jaren 90) was de zichtbaarheid letterlijk nul, want de koplampen creëerden een verblindende, ondoorzichtelijke mistsoep, wat rijder Colin McRea mateloos irriteerde. Waarop navigator Nicky Grist, ijzig kalm: “Turn off the lights, Colin”. Colin dooft de koplampen van de Subaru. Het uitzicht is nu simpelweg zwart maar verblindt niet meer. Waarop Nicky, opnieuw doodkalm: “That’s better”. En Colin: “Yeah”. Als ik me goed herinner wonnen ze de stage.
Formula 1 is for sissies.
Weliswaar was het tijdperk van de monsterachtige Groep B rallywagens voorbij -die hadden bijna 1 PK ter beschikking voor elke kilo die ze wogen- maar toch ging het allemaal steeds sneller en sneller. De timing voor het communiceren van de pacenotes aan de rijder werd moeilijker en moeilijker. Ook de beschikbare tijd om ze te communiceren werd steeds korter. Sommigen waren al overgeschakeld van een relatief begrijpelijk jargon ("forty left five minus over crest opens over 40, tightens four plus into triple caution right four over big jump off camber"… Ik zei toch relatief…) naar een cijfercode die dezelfde informatie overbracht in de helft van de tijd. Het maakte alles uiteraard nog riskanter dan het al was.
Richard Burn’s vaste navigator was Robert Reid. Samen ontwikkelden ze een system dat niet enkel elke bocht beschreef, maar die bocht bovendien opdeelde in drie fasen: ingang, apex en uitgang. Het was waanzinnig moeilijk te verwerken maar eens ze het onder de knie hadden, werkte het fantastisch. Richard’s snelheid bij het uitkomen van een bocht was stelselmatig (een van) de snelste van allemaal.
(Wie graag wat meer wil weten over navigatie in rally’s, raad ik ‘Winter Story’ door Fabrizia Pons aan.)
Richard Burns begon zijn opmars in de jaren dat Colin McRea de absolute top was, op de baan maar zeker ook in populariteit. Colin’s rijstijl -pedal to the metal all the time, in all circumstances- maakte hem tot een publiekslieveling zoals de rallywereld er nooit een tweede heeft gekend. Of het altijd de meest efficiënte rijstijl was, is een ander paar mouwen maar wie kon dàt wat schelen als je Colin tegensturend als een gek door een haarspeldbocht zag scheuren? Of een sprong zag maken die langer was dan de eerste vlucht van de gebroeders Wright?
In vergelijking was Richard’s rijstijl minder flamboyant. Omdat hij meer dan McRea zijn hersens gebruikte, was the young whippersnapper echter meteen een bedreiging voor de oude meester. Die het niet altijd even gracieus opnam en soms zijn toevlucht nam tot psychologische oorlogvoering, waarin hij veel beter was dan Richard.
Richard hield niet van gekonkelfoes. Toen hij in zijn begindagen bij Subaru een gewonnen rally uit handen moest geven aan zijn ploegmaat Kankkunen (die in de running was voor het wereldkampioenschap) was hij daarover allerminst verguld. Tussen Richard en Colin kwam het uiteindelijk allemaal goed en ze werden goede vrienden. In wezen waren ze beide ongeveer even schuchter, al liet de een het wat meer zien als de ander.
Richard was een slimme rijder en het is daarom niet verwonderlijk dat hij zijn eerste overwinning boekte in de Safari Rally, in 1998. Hij was toen tweede rijder in het Mitsubishiteam van wereldkampioen Tommi Mäkinen. De Safari Rally (voorheen East African Safari) was een evenement dat doorging in Kenya. Zijn formule verschilde van alle andere rally’s, die bestaan uit verbindingsritten op openbare wegen die open zijn voor gewoon verkeer en waar de rallywagens worden geacht zich aan de verkeersregels te houden, en zogenaamde Special Stages, pure-snelheidsproeven die gehouden worden op afgesloten wegen. De Safari Rally was één grote Special Stage van vijfduizend kilometer, op wegen die NIET waren afgesloten voor het gewone verkeer. Toegegeven dat dat “gewone verkeer” in Kenya heel wat minder intensief was dan in Europa en vaak bestond uit paard en kar of een vooroorlogse roestbak, toch waren het zelden fonceurs als McRea of Auriol die daar wonnen. De Safari Rally was het domein van bedaarde, ervaren rijders, genre Björn Waldegård en Shekhar Mehta. Het was ook een kolfje naar de hand van Richard Burns, die ‘m in 2000 voor een tweede keer zou winnen.
Richard vierde zijn eerste (en helaas laatste) wereldtitel op 25 november 2001, aan het einde van de laatste rally van het seizoen. Na McRea die in 1995 de eerste Britse wereldkampioen rally was geworden, was Richard Burns nu de eerste Engelse wereldkampioen.
Dag op dag vier jaar later overleed hij.
Uiteraard weet niemand wat Richard Burns nog had kunnen presteren als hij was blijven leven. Meer wereldtitels hadden zeker tot de mogelijkheden behoord. Ik stel me zo voor dat hij op een gegeven moment zou zijn overgestapt naar marathonrally’s genre Paris-Dakar. Hij zou zich daar als een vis in het water hebben gevoeld.
Ook zou hij ongetwijfeld getrouwd zijn met de verrukkelijke Zoe, die haar Richard aan het einde van een rally altijd de schattigste omarming uit de geschiedenis van het WRC gaf. Het heeft niet mogen zijn.