Enkele dagen geleden kwam het nieuws dat The Washington Post komaf maakt met de gedrukte versie van zijn literaire zondagse bijlage, Bookworld, en dat de artikels zullen worden opgenomen in andere secties van de krant, maar zullen in hun geheel wel minder pagina’s omvatten dan de 16 pagina’s van het magazine. Drama? Niet helemaal, want de webversie blijft bestaan. Een speciale zomereditie en een kinderboekenspecial blijven eveneens aan de orde. De oorzaak moet in de meeste gevallen echter worden gezocht bij de uitgevers van boeken zelf. De reden is dat die meestal uit zijn op free-publicity en vinden dat een nieuw boek van een goedverkopende auteur de nodige plaats in de krant moet krijgen, zonder dat zij er ook maar een centimetertje advertentie tegenover zetten. De dagbladuitgevers snoeien niet in de literaire recensies omdat ze boeken haten maar omdat de boekenwereld geen publiciteit genereert. Dit in tegenstelling met andere media. Je kunt geen krant openslaan of je ziet welke films en welke theaters je moet bezoeken, en dit met advertenties die meestal niet te klein zijn uitgevallen. Uitgevers spenderen het meest van hun gelden om boekhandelsketens te overhalen om hun producten een goede plaats in hun winkel te geven. Dat gebeurt op velerlei manieren, zoals met het geven van (te) hoge kortingen, of met het afkopen van etalageruimte, of met deelname in de kosten van de publiciteitsfolders die door die ketens worden aangemaakt. Maar als uitgevers nu eens die gelden besteedden aan publiciteit in kranten en weekbladen, met als gevolg recensies, dan zouden die boekhandelsketens wel verplicht zijn om hun boeken in de schappen te zetten.
Minder journalisten kan ook betekenen dat het echte nieuws dat het monopolie is van de echte kranten wel eens in de verdrukking zou kunnen komen. En dat is pas erg. Of niet? Want er zullen altijd mensen zijn die een weg zoeken om een vinger op een wonde te leggen, er zullen altijd kranten zijn met een uitgebreid aanbod op hun website om de vrije meningsuiting te waarborgen.


