Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

dinsdag 3 februari 2009

DE PLAATSBEKLEDER


Hochhuth 1965

De zogenaamde plaatsvervanger van Jezus op aarde, paus Benedictus XVI, ook wel bekend als voormalige Hitlerjongen Joseph Ratzinger, heeft beslist de vier door aartsbisschop Marcel Lefebvre gewijde bisschoppen, die door zijn voorganger Johannes Paulus II werden geëxcommuniceerd terug in de kerk op te nemen. In 1988 was Ratzinger wel de verantwoordelijke onderhandelaar van de Heilige Stoel in de kwestie rond de omstreden en geëxcommuniceerd geachte aartsbisschop Marcel Lefebvre en diens Priesterbroederschap Sint Pius X.
Onder deze vier is ook de Holocaustontkenner William Richardson. Richardson heeft wel geluk dat hij niet in België woont, want hier zou hij sowieso in de gevangenis belanden.
Dat Ratzinger deze daad stelde, zou volgens Maarten ’t Hart liggen aan de geaardheid van de paus, die hij een niet praktiserend homoseksueel noemt. (Wanneer volgt er een woeste betoging van miljoenen Nederlanders tegen ’t Hart? En een dagvaardiging van advocaat Spong die hem voor de Hoge Raad daagt?) Maarten verwijst hierbij naar het in Nederland in 1963 verschenen boekje van diezelfde Ratzinger, ‘De Christelijke broederlijkheid’, dat in Duitsland drie jaar voordien verscheen. Aan de hand van honderden aanhalingen van de woorden ‘broeder’ – ‘broederschap’ – en ‘broederlijkheid’ meent ’t Hart dit te moeten vaststellen. Zwakke argumentatie? Niet helemaal. Als men er de Brief aan de bisschoppen van de Katholieke Kerk over de pastorale zorg voor homoseksueel geaarde personen (1986) en Overwegingen bij voorstellen om een wettelijke erkenning te verlenen aan verbintenissen tussen homoseksueel geaarde personen (2003) op naleest, kan men in de eerste brief terugvinden: "Hoewel de bijzondere neiging van een homoseksueel geen zonde is, is het een min of meer sterke tendens die naar een intrinsiek moreel kwaad neigt; en dus moet de neiging zelf als objectieve storing worden gezien." en ook "Het is betreurenswaardig dat homoseksueel geaarde personen het voorwerp geweest zijn en nog zijn van gewelddaden in woord of daad. Daar waar dit plaatsvindt, moet dit door de herders van de Kerk veroordeeld worden." Met deze brief bevestigde hij de kerkelijke leer, die een duidelijk onderscheid maakt tussen geaardheid (persoon) en de levenswijze (zonde) die eruit kan voortvloeien. En de vier die gratie kregen zouden volgens 't Hart tot de broederschap van 'mannen' behoren.
Maar terug naar William Richardson en zijn beweringen en dan kom ik tot de vaststelling dat wanneer Ratzinger de heer Richardson terug in de kerk opneemt, hij zich meteen ook achter diens gedachtegoed schaart. En dan denk ik weer aan het controversiële toneelstuk ‘De plaatsbekleder’ van Rolf Hochhuth uit 1963.
In dit onhistorische toneelstuk komt het erop neer dat de Jodenvervolging onder de aandacht van de toenmalige paus, Pius XII, wordt gebracht en dat hij er helemaal niets aan gedaan zou hebben, zelfs geen protest uitsprak of iets dergelijks, maar opmerkte dat het het verdiende loon van de joden was omdat zij Christus aan het kruis doodden...
Ik hou mijn hart vast.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten