Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

dinsdag 28 januari 2014

PETE SEEGER OPGEDRAGEN


ZOMERAVOND

 Pete Seeger opgedragen


De tafeltjes in café Sherlock stonden schots en scheef, bierviltjes hielden ze in evenwicht. De uitbater, Bill Graham, was een Engelsman die lange jaren zijn brood verdiende als bedelend straatzanger, maar toen hij in Antwerpen belandde – Antwerpen wordt wel eens het kerkhof van de bedelende straatzanger genoemd – ging al het geld dat hij tijdens de dag verdiende ’s nachts op aan drank en vrouwen. Op een dag besloot hij dat dit niet langer kon en opende Sherlock. Het café kreeg die naam omdat hij een bewonderaar was van Arthur Conan Doyle van wie hij zowat alles wist. Belloc, die een regelmatig bezoeker was, had hem al eens gesuggereerd dat hij zijn grote kennis moest uitbuiten en moest deelnemen aan een quiz. Maar Bill had hem geantwoord dat zijn Vlaemsch daar niet goed genoeg voor was en daarmee was de kous af.

Op vrijdag- en zaterdagavonden trad Bill op met gasten en zijn optredens werden erg gesmaakt door een publiek dat in folk was geïnteresseerd.

Belloc nam plaats aan een tafeltje en bestelde een cola. Een slordig geklede man, met lang grijs sluikhaar, hing aan de toog en hield een betoog over bezoekers van een vernissage, zo luid dat iedereen het wel moest horen.

‘Ze komen naar je werk kijken, meestal met de bedoeling niets te kopen, daar begint het al. Als je dan met hen aan de praat raakt, beginnen ze te praten over de doeken die ze al wel hebben gekocht en dat ze nu geen plaats meer hebben om iets te hangen. Waarom komen ze dan, verdomme! Ze hebben er eentje van die en dat werk kostte zoveel, dat van die andere was wat goedkoper omdat ze het aan atelierprijs kregen en in het zwart.’ Dan wendde hij zich zonder enig aanwijsbare reden tot een grote roodharige vrouw en riep: ‘En jullie kutwijven zijn nog erger. Jullie gaan vreemd terwijl je nog helemaal niks hebt gezopen, terwijl wij mannen enkel vreemd gaan als we zat zijn.’ De roodharige gaf hem een vernietigende blik en dat bleek voldoende.
Belloc zag zijn vriend Boterberg binnenkomen en rondkijken. Hij stak zijn hand op en de man kwam zijn richting uit.
‘Hier zijn we dan,’ zei Boterberg. Hij ging zitten. ‘Over wat zullen we het hebben?’
‘Ik wilde jouw mening over iets hebben. Je weet dat ik enkele tijd geleden de Nederlandse politie heb geholpen om twee moeilijke zaken op te lossen, wel, dat heeft de Nederlandse kranten en roddelbladen gehaald, omdat er nogal wat bekende Nederlanders bij betrokken waren en dus is mijn naam meerdere keren gevallen. Hierdoor ben ik in een talkshow beland, maar dat weet je allemaal. Nu heeft de VPRO me gevraagd om in hun programma ‘Zomeravonden’ te komen zitten. Ik heb nog niet ja of niet nee gezegd, maar ik heb een beetje mijn huiswerk gemaakt en vraag jou nu om te beoordelen of ik een boeiend programma heb samengesteld. Als jij vindt van wel, dan zeg ik ja. Wat denk je?’
‘Bedankt voor de eer. Maar ik vrees dat je mij overschat.’
‘Helemaal niet. Wil je dat voor mij doen?’
Terwijl hij dit zei, haalde Belloc enkele dubbelgevouwen A4-tjes uit zijn binnenzak en legde ze open op het tafeltje.
‘Een zomeravond met Hilaire Belloc.’  las hij plechtstatig, zoals kinderen die voor het eerst een gedicht oplezen.
‘Vooruit dan maar,’ zei Jacob lachend en vroeg Bill om nog twee cola’s.
 ‘Om de toon te zetten zou ik willen beginnen met een tv-film, een pilootfilm voor de tv-serie ‘The bold ones’ met als titel ‘The whole World is watching’, waarin een student wordt beschuldigd van moord op een politieagent en de rechtszaak die daarop volgt en de verschillende getuigenissen. De scènes die ik graag zou zien is het studentenprotest en de chant ‘The whole World is watching’ en deze laten volgen door de scene op de trappen van het gerechtsgebouw waar de student Gil terechtstaat. Burl Ives, James Farentino, Joseph Campanella, Carrie Snodgress en Hal Holbrook zitten in deze film die de jaren zestig perfect weergeeft.
‘Om verder te gaan zou ik een scène willen laten zien uit The play on one, met de titel ‘Changing step’, geregisseerd door Richard Wilson.’
‘Waarom zegt die naam me iets?’
‘One foot in the Grave?’
‘Victor Meldrew!’
‘Inderdaad, maar wat die man in zijn mars heeft! Zoals ik zei, ik wil een stukje laten zien uit ‘Changing Step’. Het speelt in een door het leger gevorderd kasteeltje tijdens WO I, dat is omgebouwd tot een hospitaal. Daar worden soldaten met één been opgevangen. De scène is, dat je samen met iemand door het raam kijkt, naar soldaten die worden gedrild, ze hebben allemaal één been en marcheren op krukken. De bevelen gaan als volgt: ‘One, One, One, One’. Een sterkere aanklacht tegen de oorlog kun je nauwelijks vinden.’
‘Je maakt me nieuwsgierig naar de hele film.’
‘Een andere aanklacht is ‘Mutter Courage und ihre Kinder’ van Berthold Brecht.  Brecht was ambulancebroeder in de Eerste Wereldoorlog, dus wist hij heel wat van de wreedheid van oorlog. Hij schreef het stuk na de invasie van Polen door Duitsland in 1939. Waarschijnlijk het sterkste toneelstuk van de twintigste eeuw en daarbij nog het beste anti-oorlog theater aller tijden, al zullen er dan weer een heleboel mensen zijn die het stuk verouderd vinden. Wel ik niet. Als er beelden zouden zijn met de Vlaamse Yvonne Lex als Moeder Courage dan graag, maar ook beelden van een Engelse versie in een regie van Deborah Warner en met Fiona Shaw grijpen je naar de keel.’
‘Ik heb het nooit gezien, want mijn vrouw houdt niet van theater en daar ga je niet alleen naartoe, vind ik. Maar ik heb wel van horen zeggen dat het een prachtig stuk is, dus…’

‘Nu we bij Brecht zijn, kunnen we er even blijven met ‘Die Dreigroschenoper’ en het prachtige lied ‘Seeräuber Jenny’, met aan elkaar gemonteerde zangeressen zoals Lotte Lenya, Hildegard Knef, Nina Simone – bij haar zitten we gelijk in de strijd voor burgerrechten van de zwarte Amerikanen, Marianne Faithfull en Haydee Thompson. Ik zong de tekst

                   Und ein Schiff mit acht Segeln
                   Und mit fünfzig Kanonen
                   Wird liegen am Kai.

al mee toen ik ongeveer tien jaar was, denk ik. Nu ik de woorden begrijp zie ik er veel meer in dan toen, uiteraard, en als ik aan het einde van het lied hoor

                   Und an diesem Mittag wird es still sein am Hafen
                   Wenn man fragt, wer wohl sterben muss.
                   Und dann werden Sie mich sagen hören: Alle!
                   Und wenn dann der Kopf fällt, sag ich: Hoppla!

weet ik dat Jenny een jaloerse, bezittelijke vrouw is die Mackie Messer helemaal voor zichzelf wil hebben, het type vrouw waar ik helemaal niet van houd.’

‘Dit ken ik wel, heb ooit de film gezien met Curd Jürgens en Hildegard Knef. Niet echt een meesterlijke film, maar het verhaal blijft natuurlijk onverwoestbaar. Goede keuze zou ik zeggen.’

‘Ik wil in dezelfde sfeer blijven met ‘Cabaret’ waarin Liza Minelli de rol van haar leven speelt. Ik zou graag de passage zien waarbij de hoofdpersonages halt houden in een landelijke uitspanning, waarbij uiteindelijk een Hitlerjongen het lied ‘Tomorrow belongs to me’ gaat zingen en men iedereen aan het eind met opgeheven hand ziet staan. Daarin verwerkt zie je een oude man die hoofdschuddend al deze waanzin aanziet en aanhoort en weet dat een nieuwe vloedgolf er zit aan te komen. Zelden heb ik de wijsheid van ouderen zo sterk uitgebeeld gezien. En de uitspraak wanneer ze terug in de auto stappen: ‘Denk jij nog steeds dat je dit onder controle kunt houden?’ is dodelijk.’

‘Die film heb ik al wel drie keer gezien en ik vind dit een uitstekende keuze, die snotneuzen zouden eens wat meer naar oude zeikerds zoals wij moeten luisteren.’
‘Niet te serieus worden, Jacob, ik ben al ernstig genoeg. Daarom, om het even wat luchtiger te houden zou ik nu graag een scène zien uit een natuurdocumentaire. De bewuste scène met de dronken olifanten. Deze hebben zich te goed gedaan aan op de grond liggende rottende bananen waarvan de suiker zich duidelijk al heeft omgezet in pure natuurlijke alcohol. Tegelijkertijd hilarisch en triest, want als men van die olifanten mensen maakt en het misbruik van alcohol ziet, stelt men zich vragen over het drugsbeleid. Als ik op zaterdagochtend om negen uur bij mijn supermarkt bier kan gaan proeven, vind ik dat ontoelaatbaar. Eigenlijk op eender welk uur van de dag. En klootzakken die zeggen ‘water betaal ik niet, je moet maar een pilsje drinken’ zouden ze moeten opsluiten. Je weet van mijn klein drankprobleempje en daarom ben ik nu zo radicaal. Je hoeft voor mij geen geheelonthouder te zijn, dat weet je, maar als er iemand bij mij op kantoor binnenkomt met een houten kop van het zuipen, zal ik hem of haar wel de les lezen.’
‘Heb ik nooit gezien, maar het lijkt me wel wat.’

‘Een scène uit ‘Sex and the city’ – niet direct mijn uitverkoren soap -  heeft me toch diep getroffen.’
‘Jij kijkt naar die rotzooi? Dat had ik van jou niet gedacht.’
‘De enige actrice in deze soap die een echte vrouw kan worden genoemd is volgens mij Kim Cattrall in haar rol van Samantha Jones.’ ging Belloc onverstoord verder. ‘Kim is Engelse van geboorte. Toen ze drie maanden oud was emigreerden haar ouders naar Canada waar ze haar opvoeding genoot. Deze femme fatale houdt van jongere mannen en dat was de scenaristen van ‘Sex and the city’ wel opgevallen, denk ik. Maar het is pas toen dezelfde schrijvers haar met kanker opzadelden dat ze zich kon ontplooien tot de grote actrice die ze is. De scène waarnaar ik refereer is de scène waar ze tot een groep vrouwen spreekt over kanker. Hoewel het niet in het scenario was opgenomen, nam Kim haar pruik af en daarop volgden heel wat vrouwen in de zaal haar voorbeeld. Een van de weinige momenten in ‘Sex and the city’  die van ware grootheid getuigt en dan nog niet dankzij het scenario, maar dankzij een actrice.’
‘Tja, kanker. Mijn collega’s zeggen dat het nog toeneemt, steeds meer kankergevallen. Het moet erg zijn mensen te zien aftakelen, dan nog liever mijn baan, ik heb alleen maar met doden te maken.’

‘Dan wat over vrouwen en mijzelf. Ooit vroegen ze me om jurylid te zijn in een look alike wedstrijd voor Marilyn Monroe. Ik ben nogal erg bevriend met een filmrecensent en die wist van mijn voorkeur. En zo is het gekomen, om het zo te zeggen. Ik ben een van die cinefielen die het eigenlijk in de eerste plaats te doen was om blote borsten en soms iets meer. Als het daarom een Ingmar Bergman film moest zijn, dan was het maar zo.
‘Daarom hier graag enkele aan elkaar gelaste scènes uit films van: Brigitte Bardot in ‘La lumière d’en face’ waarin ze als barmeisje gevraagd wordt om ijs in een drankje te doen. Ze moet zich bukken en een tweede man vraagt ook om ijs. ‘Jayne Mansfield in ‘The girl can’t help it’, scène waarin ze samen met haar agent naar een bar gaat en naar het damestoilet gaat, begeleidt door de heksende muziek van Little Richard ‘The girl can’t help it’. De zin uit deze film is: If that’s a girl then I don’t know what my sister is! Dat Julie Londen hier haar ‘Cry me a river’ mocht doen, is alleen maar een plus. ‘Marilyn Monroe in ‘The seven year Itch’ van Billy Wilder - die haar later ook zou laten optreden in ‘Some like it hot’. De wereldberoemde scène met de opvliegende jurk boven de luchtkoker van de ondergrondse.‘Elizabeth Taylor in ‘Butterfield 8’ naar de roman van John O’Hara. De scène: Liz die uitroept: ‘I was the slut of all time!’.’
‘Met uitzondering voor Liz hebben ze allemaal wel heel in het oog vallende attributen, zou ik zeggen.’
Belloc zag de glimlach op Jacobs gezicht en besloot hier niet op in te gaan, dat zou hen te ver afleiden besloot hij.

‘En er is die scène uit een natuurdocumentaire van David Attenborough, waarin een klein mannelijk vogeltje in de paringstijd een heel huisje bouwt om een vrouwtje te versieren. Gewoon ontroerend mooi en dat alles voor een wip van zegge en schrijve één seconde.’
‘Heb ik nooit gezien. Ik had nooit die romantiek achter jou gezocht moet ik zeggen.’

Belloc besloot ook daar niet op in te gaan en vervolgde.

‘Om er een vleugje moderne muziek bij te halen zou ik graag iets van de Travelling Wilburys horen.’
‘Jammer dat ze maar twee cd’s hebben gemaakt. Voor mij is ‘Congratulations’ de song van album 1 en 3.’
‘Ergens moet er ook nog plaats zijn voor de Highwaymen, daarin verzamelden Waylon Jennings, Kris Kristoffersen, Willie Nelson en Johnny Cash hun kunnen om een countryband te maken. Het geniale ‘I do believe in a higher power’ zou in iedere platenkast aanwezig moeten zijn.’ Belloc zong zachtjes voor zich heen:

In my own way, I'm a believer.
In my own way, right or wrong.
I don't talk too much about it.
It's something I keep workin' on.
I don't have too much to build on,
My faith has never been that strong.

‘Toen ik veertien jaar was kocht ik in een communistische boekhandel een 33-toerenplaat van Paul Robeson die me tot op de dag van vandaag blijft ontroeren, ‘ begon hij weer. ‘ Naast zijn beroemde ‘Ol’ man river’ met door hem zelf aangepaste tekst, zingt hij de revolutionaire Ierse ballad ‘Kevin Barry’ – dat zal mijn latere liefde voor de Ierse muziek van The Clancy Brothers wel mee bepaald hebben. Maar vooral zijn versie, gedeeltelijk in het Russisch, van ‘De boottrekkers van de Wolga’ bleef bij mij nazinderen en in onbewaakte ogenblikken waagde ik me aan een fonetische karaoke en als ik er nu over nadenk, hoop ik dat er nooit Russen in de buurt waren, want die zouden zich hebben bescheurd. Daarnaast was er ook ‘Los cuatro generales’ een lied uit de Spaanse Burgeroorlog. Deze broedermoord heb ik nooit begrepen en zal ik ook nooit begrijpen, een burgeroorlog tout court niet. Hierdoor ging ik me verdiepen in de Spaanse Burgeroorlog en in de persoon van Paul Robeson. In zijn biografie staat ook dat hij ’de mijnwerkers van Wales een hart onder de riem ging steken’. Maar hij kreeg geen uitreisvisum uit de VS wegens zogenaamde communistische sympathieën en kon niet naar Wales. Toen heeft hij over een radioverbinding met Wales gezongen. Dit verhaal werd gedaan door een dame die er toen bij was.  In het BBC programma ‘Flog It’ interviewde presentator Paul Martin haar ter plekke. Grootse televisie.’  Belloc begon te zingen met zijn diepste basstem:

Los cuatro generales, (3 x)
mamita mía, que se han alzado,
que se han alzado.

Para la nochebuena, (3 x)
mamita mía, serán ahorcados,
serán ahorcados.

Bill had dadelijk zijn gitaar gegrepen en zong nu mee:

Madrid, qué bien resistes, (3 x)
mamita mía, los bombardeos,
los bombardeos.

De las bombas se ríen, (3 x)
mamita mía, los madrileños,
los madrileños.

Jacob zat hen aan te kijken en verwonderde zich over het vuur waarmee ze dit lied brachten. Belloc maakte van de gelegenheid gebruik om nog een cola te bestellen.

‘Als volgende zou ik graag de eerste ontmoeting zien tussen Woody Guthrie (David Carradine) en Ozark Bule (Ronny Cox) uit de film ‘Bound for glory’ een film van Hal Ashby. Deze ontmoeting is bepalend voor het engagement dat Guthries verdere leven zal bepalen. Het speelt zich in die dagen dat ‘The Grapes of Wrath’ van John Steinbeck speelt, geniaal verfilmd door John Ford met een eveneens geniale Henry Fonda, die in zijn rol van Tom Joad later Bruce Springsteen zal inspireren.
‘Bound for glory’ kreeg zes Oscarnominaties (twee omgezet), vier Golden Globes nominaties, de Gouden Palm in Cannes,  plus nog vier winners.’
‘Ik kijk ernaar uit. Heb de film wel nooit gezien, maar die periode interesseert mij ook uitermate.’

‘Nu we zijn aanbeland bij Guthrie en zijn engagement, mag ik zeker Pete Seeger niet vergeten. Guthrie en Seeger waren op een bepaald ogenblik samen bij The Almanac Singers, waartoe ook enkele andere folksingers behoorden. Seeger was de leadsinger in ‘Viva la quince brigada’, over het vijfde regiment, samengesteld uit de getrainde militie van de communistische partij en de burgers van Madrid. Niet te verwarren met de vijfde colonne, uitdrukking die eveneens werd geboren in de Spaanse burgeroorlog. Toen de vier nationalistische bataljons van generaal Franco oprukten naar Madrid, hield generaal Emilio Mola een radiotoespraak om de republikeinse verdedigers van de stad te demoraliseren, daarin sprak hij over een quinta columna in Madrid,  aanhangers van Franco dus.  Ik wil trouwens nog iets rechtzetten over ¡No pasarán!, waarvan wordt aangenomen dat het voor het eerst werd gebruikt in de Spaanse burgeroorlog door La Pasionaria, maar het waren ofwel de Franse generaals Nivelle of Pétain die het voor het eerst gebruikten bij de Slag om Verdun in de Eerste Wereldoorlog, maar toen klonk het: Ils ne passeront pas! Weet je dat ik dat voor het eerst heb gelezen in een boek van Upton Sinclair ‘No Pasaran!’ Nu terug naar ons onderwerp. Guthrie nam de solo in ‘Jarama valley’ voor zijn rekening.

 Jarama Song (Red River Valley)

There's a valley in Spain called Jarama /
It's a place that we all know so well /
It was there that we gave of our manhood /
And there that our brave comrades fell

We are proud of the Lincoln Battalion /

And the fight for Madrid that we made /
Where we fought like true sons of the people /
That Fascism never should reign

Now we're leaving this valley of sorrows /

And its memories we'll never forget /
So before we continue this reunion /
Let us stand to our glorious dead

‘Twee liederen uit de Spaanse burgeroorlog. Dit laatste vertelt over de Slag om Jarama in februari 1937, waar de Internationale Brigades die op die plek waren samengesteld uit Engelse, Ierse, Amerikaanse, Franse, Balkan, en Belgische onderdanen, vochten tegen een overmacht van Franco. Maar de rivier Jarama bleef zelfs na veertien dagen de scheidingslijn tussen de twee legers. Naargelang de bronnen zou het dodental voor beide partijen op 45.000 worden geraamd. Het volgende groepje waar Seeger toe behoort zijn The Weavers, maar als Seeger weigert te verschijnen voor de commissie van senator McCarthy, belandt hij op de zwarte lijst en is het ook gedaan met The Weavers.
‘Seeger zal later Carnegie Hall doen vollopen met zijn beroemde concert waar ‘We shall overcome’ de hymne werd voor alle mensen die voor de vrijheid vechten. Op dezelfde dag zong hij ‘Guantanamera’ naar de eeuwigdurende top.

Yo soy un hombre sincero   Ik ben een oprecht mens
de donde crece la palma      en kom van waar de palmen bloeien
y antes de morirme quiero  alvorens te sterven heb ik één wens
echar mis versos del alma.  verzen uit mijn ziel te doen vloeien.

 ‘Dit gedicht werd geschreven door de Cubaan José Martí van wie men doorheen heel Cuba standbeelden ziet, tot in de kleinste dorpjes. Cubanen zijn wel zo slim om een dichter te eren. Je vindt er niet zoveel standbeelden van bloedige Ché, de man die zoveel bloed aan zijn handen heeft dat zelfs Fidel hem naar de achtergrond heeft geschoven, misschien wel heeft laten vermoorden. Maar in mijn ogen zal Pete Seeger altijd de auteur blijven van ‘Where have all the flowers gone’ dat ik graag zou horen in de Duitse versie van Marlene Dietrich ‘Sag mir wo die blumen sind’.
‘Sag mir wo die blumen sind,’ begon Jacob te zingen. ‘Ik heb nooit geweten dat dit oorspronkelijk Engels was, ik heb altijd gedacht dat het lied dateerde uit de Tweede Wereldoorlog en Duits was. Dat heb ik vandaag dan weer geleerd.’

‘Zwarte auteurs hebben mij ook steeds geboeid; James Baldwin, Richard Wright, Ralph Ellison, Willard Motley, Walter Mosley, de schitterende hilarische Gravedigger Jones – Coffin Ed Johnson verhalen van Chester Himes die trouwens erg sterke films opleverden, zijn er enkele van. Racisme en de reactie hierop, armoede en de soms daaruit voortvloeiende misdaad, onbegrip zijn de thema’s die steeds weerkeren. Maar niets kan zo scherp zijn als die ene song, geschreven door een in Bronx, New York levende Joodse onderwijzer Abel Meeropol onder het pseudoniem Lewis Allan: ‘Strange Fruit’.

Southern trees bear a strange fruit,
Blood on the leaves and blood at the root,
Black body swinging in the Southern breeze,
Strange fruit hanging from the poplar trees.

‘Zijn waarschijnlijke inspiratie was een foto van een lynchpartij van twee negers die in 1930 in Marion (in de staat Indiana) werden opgehangen. Billie Holiday zong het voor het eerst in 1939 in Café Society in Greenwich Village, New York. Graag wil ik Holiday dit zien zingen en dan langzaam overgaan naar Carmen McRae.’
‘Volledig goedgekeurd. Ze spelen haar veel te weinig. Weet je, mijn vader vertelde me dat ze ooit op de jukebox van café Al Jolson stond en dat hij en zijn vader daar bij de bevrijding van Antwerpen, op straat - iedereen stond toen op straat - samen op haar muziek hebben gedanst, op het nummer ‘Shoo-Shoo Baby’ als ik het goed heb.’
‘Is dat van Billie Holiday?’
‘Nee, Carmen Mc Rea. Ze heeft later zelfs een huldeplaat voor Billie Holiday opgenomen, zij was Amerikaanse van Jamaicaanse origine. Op die jukebox van café Al Jolson stonden uiteraard  Glenn Miller and His orchestra, maar ook Louis Jordan met ‘Choo Choo Ch’Boogie’, de Andrew Sisters met ‘Rum and Coca Cola’ en uiteraard Al Jolson hemzelf , met ‘Sonny Boy’, ‘Mammy’ en ‘Swanee River’, en volgens mijn pa brulde iedereen die laatste mee. En ik heb recent nog een cd gekocht met blues girls en de beste hiervan was de blanke Ella Mae Morse met ‘Cow-Cow Boogie’ en ook die stond op die jukebox.’
‘Je blijft me verbazen. Maar goed. Als je er goed bij nadenkt, is de song ook al een voorafschaduwing van hetgeen met de Joodse mensen in Europa stond te gebeuren.’
‘Zo heb ik het nog nooit bekeken.’
‘Om binnen de politiek te blijven, roep ik 21 augustus 1968 op.’
‘En wat is er dan gebeurd?’
‘De inval in Tsjecho-Slowakije door de zogenaamde troepen van het Warchaupact, maar het waren wel in hoofdzaak Russen, en dat was het einde van de Praagse lente. Het begin van de hernieuwde onderdrukking van de vrije meningsuiting.’
‘Natuurlijk. Hoe kon ik dat vergeten?’
‘Hoe vreselijk ik het ook vond, maar ik wil de zelfverbranding van student Jan Palach in herinnering brengen. Als iemand van zichzelf een fakkel maakt om de vrijheid van meningsuiting te verkrijgen, mag dat nooit worden vergeten. Hierop aansluitend wil ik graag de vreugdetaferelen zien die zich in Praag afspeelden na het behalen van de gouden medaille door de Tsjecho-Slowaakse ijshockeyploeg in het WK van 1972, waar ze de Russen naar de tweede plaats verwezen.’
‘Voetbal is oorlog?’
‘Ja, en ijshockey nog meer. Om verder aan te tonen wat je met je lichaam allemaal kan, wil ik graag nog een uitvoering van de ‘Bolero’ van Maurice Ravel, door een danser van Maurice Béjart, de aan AIDS gestorven Jorge Donn. Hemels. Als er nog beelden zijn zou ik graag de uitvoering zien die op een ponton in Venetië werd gedanst. Maar een andere is ook goed.’

‘Jij vraagt veel, Belloc, ik hoop dat ze het allemaal kunnen terugvinden.’
‘Alles of anders niks. Ik heb trouwens nog een verzoek. Als laatste wil ik graag enkele passages uit ‘Before Stonewall’, een documentaire over de homo- en lesbische bevolking van New York, voor de Stonewall-rellen zich voordeden. De hele geschiedenis van de homoseksuele bevolking veranderde met één slag op de dag dat een aantal travestieten weerstand boden aan de politie toen deze probeerde voor de zoveelste keer het café Stonewall te ontruimen. Stand up, fight for your right!

‘Terugkijkend moet ik zeggen dat het hier veel over oorlog en dood gaat, over menselijke waardigheid en over verzet. Maar moeten we niet altijd alert blijven, moeten we niet benadrukken dat de vrijheid van het woord heilig is en dat geen staat of godsdienst deze mag onderdrukken.

‘Godsdienst slaagde en slaagt er al eeuwen in mensen tegen elkaar op te zetten. De uiterlijke jihad is erop gericht de gewapende strijd te voeren tegen diegenen die de islam en de islamitische maatschappij bedreigen. Ondertussen proberen ze van de hele wereld een islamitische maatschappij te maken. Sinds de dood van Jezus aan het kruis, mocht die al hebben bestaan, hebben de Joden hun leven steeds duur moeten verkopen, en dan zijn er heerschappen die steeds klaar staan om te zeggen hoe fout ze zijn als ze zich verdedigen door de aanval. Natuurlijk hebben de critici gelijk met hun bewering dat ze zich nog altijd blijven beroepen op de Holocaust en de pogroms om hun bombardementen op onschuldige burgers te rechtvaardigen. Er bestaat niet zoiets als een uiterlijke jihad bij de katholieken, maar ze hebben historisch gezien wel hun best gedaan. De kruistochten zijn daar een voorbeeld van en het autodafe in de Spaanse gebieden is ook nooit meer goed te praten. De verdrijving van de Joden uit Spanje levert ook een aantal minder leuke pagina’s Spaanse geschiedenis op, terwijl zelfs medestanders, namelijk de erg kritische jezuïeten, werden gekielhaald. Ik vind dat ze al die godsdienstfanaten door het hennepen venster moeten laten kijken.

‘De film die ik wil laten volgen is ‘La rebelión de los colgados’ een lowbudget Mexicaanse zwart-wit film uit 1954, gebaseerd op een boek van Ben Traven, het boek verscheen in het Nederlands als ‘De opstand der gehangenen’. Ik heb de film ooit in de ene of andere achterafbioscoop gezien, waar zich een filmclub had gevestigd.

‘Pedro Armendáriz die meer dan 120 films draaide, was nauwelijks bekend bij het grote publiek, maar toen hij in het voorafgaande jaar met Luis Buñuel  ‘El Bruto’ maakte, werd hij plots voor vol aanzien.
‘La rebelión de los colgados’  vangt aan wanneer hij zijn stervende vrouw naar de stad brengt voor medische verzorging. De dokter, een op geld beluste eikel, wil niet opereren als er geen boter bij de vis is gelegd, dus moet Pedro op zoek naar geld. Hij vindt het geld, maar het is al te laat, zijn vrouw is dood. Het blijkt dat zich heeft verkocht aan een gangster die zijn werklui gebruikt als slaven, en erger. Hij rekruteert arme en onwetende boeren om te werken in kampen die ver afgelegen zijn van de bewoonde wereld en waar ze erger dan slavenarbeid moeten verrichten. Daarbovenop zijn de straffen onmenselijk, zij die dwarsliggen worden aan hun handen opgehangen en gemarteld en wanneer er al eens een dode valt, wordt die onmiddellijk zonder enig ceremonieel begraven. De getoonde brutaliteiten zijn nog net te verteren. Maar de gehangenen komen in opstand! Indertijd werd de film afgedaan als socialistische of communistische propaganda, maar voor mij gaat hij over sociale rechtvaardigheid en het foute gebruik van macht.’

‘Ik ga zeker kijken,’ zei Jacob.
‘Echt waar?’
‘Echt waar! Zeg hoe is het nu met je vader?’
‘Dat vertel ik je later wel eens.’
‘Ik ben mijn vader gisteren nog eens gaan bezoeken. Triest man. Hij zit daar vastgemaakt in een rolstoel, nog nauwelijks de helft van wat hij vroeger was. Zelfs muziek interesseert hem niet meer en je weet hoe hij dweepte met de Belgische jazzscene.  Chas Remue, Stan Brenders, Fud Candrix, Jean Omer en David Bee waren zijn idolen. Hij herkent me nog, dat wel, maar een zinnig gesprek zit er niet meer in. En dan die verdomde tic. Hij maakt steeds zijn vingertoppen nat met speeksel en dopt dan imaginaire kruimels van het tafelblad. Langer dan een half uur houd ik het niet meer uit.’
‘Tja, wie wil er nog oud worden,’ zei Belloc met een zwaarmoedige triestheid, die zijn vriend verwonderde. ‘Ik wil doodgaan zoals mijn grootvader. Die zei tegen zijn zoon, mijn vader dus, ik heb besloten om vandaag dood te gaan en drie uur later stierf hij heel vredig.’
‘Ik heb dat ooit in een film gezien, maar dat was een boeddhistische monnik. Spijtig dat je zoiets niet kunt repeteren.’

Ondertussen hadden er nogal wat stamgasten een plaatsje aan andere wankele tafeltjes gevonden. Belloc zag dat ze geamuseerd zaten te kijken naar twee heren, zo op zicht een zestiger en een veertiger. De oudere droeg een blauw, niet gevoerd sportjasje met een gouden borduursel op de borstzak waaruit een lefdoekje stak. Zijn broek met brede pijpen die perfect in de plooi hing over peau de suède schoenen was duidelijk uit de handen van een meester-kleermaker gekomen. De jongere droeg een marineblauw jasje van een snit die gewone stervelingen zich niet kunnen veroorloven. Daaronder een jeans die je niet in een normale jeanswinkel kunt kopen en witlederen schoenen.
Belloc vroeg zich af hoe die hier waren verzeild. Hij zag dat ze redelijk opgewonden tegen elkaar praatten en toen hoorde hij plots dat beide heren Latijnse spreuken naar elkaars hoofd wierpen.

‘Omnia fert aetas, animum quoque,’ zei de oudere.
‘De tijd ontneemt ons alles, ook de geest,’ vertaalde Jacob.
‘We moeten maar eens opstappen,’ zei Belloc die er al een hele tijd over dacht om bij zijn pensionering aan te vangen met een cursus Latijn. Toen hij jong was had zijn vader beslist dat Latijns iets was voor paters en pastoors en bijna heel zijn leven lang was hij daarom boos op zijn vader gebleven.

‘Voluptates commendat rarior usus,’ zei de jongere.
‘Een spaarzaam gebruik verhoogt het genot,’ vulde Jacob aan.
‘Ja, ja, we zijn hier weg,’ zei Belloc, wuifde naar Bill en liep naar buiten, gevolgd door Jacob.
‘Breng ik je naar huis?’ vroeg Jacob.
‘Ik neem de tram wel.’
‘Kijk eens even op je horloge man, er rijden geen trams meer.’
‘Dan loop ik wel, even uitwaaien,’ zei Belloc.
‘Jij je zin, man.’

3 opmerkingen:

  1. Knappe tekst, die ZOMERAVOND !!! Ik dacht eerst dat je iemand citeerde, zoals je wel vaker doet in DE TWIJFELAAR.

    Knap, knap, knap - waar haal je het vandaan? En die dialogen! Komt ZOMERAVOND uit je boek? If not, dan verdient het toch 'ergens', 'whenever' of 'ooit' gepubliceerd te worden.

    john

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Prachtige tekst. Met Pete Seeger verdwijnt weer één van de legendarische rotsen uit onze jeugd. Sinds ik, zo’n 50 jaar geleden de eerste keer geconfronteerd werd met het Carnegie Hall concert van Pete Seeger is mijn muzieksmaak voor de rest van mijn leven bepaald. Gelukkig heb ik nog zo’n 40 platen/CD’s van deze reus. In de Belgische pers is er trouwens maar weinig aandacht aan besteed. Het is natuurlijk geen Eddy Wally (die is onsterfelijk).

    We shall overcome,

    Willy

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Die Zomeravond van Belloc zou ik heel graag willen zien.
    Linda

    BeantwoordenVerwijderen