‘VIEZE’ BOEKEN?
Laat
ons het hebben over Lady Chatterley’s Lover van D.H. Lawrence waarvan de
eerste druk (1928) moest verschijnen in Firenze, omdat geen Engelse uitgever
het aandurfde om dit literaire meesterwerk uit te geven. De ongecensureerde
versie verscheen pas in 1961 in het Engels. De eerste druk in het Nederlands
verscheen in 1950, maar het is me niet duidelijk of het over de gecensureerde
versie gaat of niet.
Boeken
zoals de Amerikaanse The Postman Always Rings Twice (James M. Cain) uit
1934 – in de filmversie uit 1946 deed Lana
Turner
enkele gulpen bollen — en het Britse schandaleuze
No Orchids voor Miss Blandish (James Hadley Chase) uit 1939
waarover George Orwell schreef “One ought not to infer too much from the success of Mr. Chase’s
books. It is possible that it is an isolated phenomenon, brought about by the
mingled boredom and brutality of war. But if such books should definitely
acclimatize themselves in England, instead of being merely a half-understood
import from America, there would be good grounds for dismay.”deden hun intrede.
Dan zijn er die boeken die de rand van het
fatsoen opzoeken. De boeken van Mickey Spillane
bijvoorbeeld die verschenen tussen 1947 en 1951 en op een bepaald ogenblik de
eerste tien plaatsen van de Amerikaanse bestsellerlijsten bezetten.
En
dan zijn er zij die de Spillane weg volgden zoals Charlie Wells met zijn The
Last Kill (1955) met een benijdenswaardige beeldspraak zoals "She was
dynamite and I wanted to light her fuse and see exactly what kind of explosion
she'd make", boeken die hielpen om de weg te bereiden voor nog meer
expliciete seks. Toen Harold Robbins (die voor het Nederlands taalgebied werd
ontdekt door uitgeverij De Ster in Antwerpen) seks begon te incorporeren in
zijn boeken, likte de goegemeente de lippen, want nu konden ze seksboeken lezen
die verder gingen dan wat tot nog toe werd geschreven voor de reguliere markt.
VLAANDEREN
En hier komen we bij de tentoonstelling
die vanaf 6 december (leg wat in mijn laarsje) tot 14 februari (Valentijnsdag)
onder de naam Porno, pulp en literatuur de bezoeker van de
Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience met een onbekend en lang verzwegen deel
van de Vlaamse literatuur- en cultuurgeschiedenis confronteert. In de
Nottebohmzaal kan men kennisnemen van de uitstapjes die bekende literatoren
maakten naar de wereld van het obscene en daarvoor een pseudoniem gebruikten,
boeken die ze speciaal voor de seksmarkt schreven. Je vindt er de anders voor
een select groepje schrijvende Claude C. Krijgelmans met er niet om liegende
teksten; Jef Geeraerts met zijn uitstapje De Fotograaf; Heere
Heeresma met diverse titels en pseudoniemen waarvan Gelukkige Paren
voor mij persoonlijk de sterkste is; ikzelf die nogal wat pseudoniemen
gebruikte maar geliefd werd met mijn Winnetou Stradevarus titels, waarvan de
meeste in de serie Sexy West verschenen; er is de nobele onbekende Frank
van Dyck die erin slaagde gekuiste versies van zijn Sexy West titels te
verkopen aan de Vlaamse Filmpjes; er is de Vlaamse filosoof Julien Vandiest die
filosofische dingen schreef zoals “Alimentatie: de in vredestijd meest
uitbetaalde oorlogsschade” en “De naaktheid is eerst volop naakt wanneer ze
geen bijval oogst”, naast het iets
pikantere “First thing first, zei de bruidegom en deed alvast een greep
naar het kamermeisje”. Vandiest goochelde met pseudoniemen zoals Jean
Gymnosperme, Jef Van Beneden, Piet de Heerscher en Jan De Neucker. Er zijn de
Witte Boeken, een boek met witte kaft die niets zei over de meestal ‘vieze’
inhoud, maar wat is vies, ik geloof niet dat er vieze boekjes bestaan, of ze
moeten bijvoorbeeld in het urinoir hebben gelegen.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten