Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

donderdag 28 november 2019

‘VIEZE’ BOEKEN?



‘VIEZE’ BOEKEN?

Laat ons het hebben over Lady Chatterley’s Lover van D.H. Lawrence waarvan de eerste druk (1928) moest verschijnen in Firenze, omdat geen Engelse uitgever het aandurfde om dit literaire meesterwerk uit te geven. De ongecensureerde versie verscheen pas in 1961 in het Engels. De eerste druk in het Nederlands verscheen in 1950, maar het is me niet duidelijk of het over de gecensureerde versie gaat of niet.
Boeken zoals de Amerikaanse The Postman Always Rings Twice (James M. Cain) uit 1934 – in de filmversie uit 1946 deed Lana 
Turner enkele gulpen bollen — en het Britse schandaleuze
No Orchids voor Miss Blandish (James Hadley Chase) uit 1939 waarover George Orwell schreef “One ought not to infer too much from the success of Mr. Chase’s books. It is possible that it is an isolated phenomenon, brought about by the mingled boredom and brutality of war. But if such books should definitely acclimatize themselves in England, instead of being merely a half-understood import from America, there would be good grounds for dismay.”deden hun intrede.
Dan zijn er die boeken die de rand van het fatsoen opzoeken. De boeken van Mickey Spillane bijvoorbeeld die verschenen tussen 1947 en 1951 en op een bepaald ogenblik de eerste tien plaatsen van de Amerikaanse bestsellerlijsten bezetten.
En dan zijn er zij die de Spillane weg volgden zoals Charlie Wells met zijn The Last Kill (1955) met een benijdenswaardige beeldspraak zoals "She was dynamite and I wanted to light her fuse and see exactly what kind of explosion she'd make", boeken die hielpen om de weg te bereiden voor nog meer expliciete seks. Toen Harold Robbins (die voor het Nederlands taalgebied werd ontdekt door uitgeverij De Ster in Antwerpen) seks begon te incorporeren in zijn boeken, likte de goegemeente de lippen, want nu konden ze seksboeken lezen die verder gingen dan wat tot nog toe werd geschreven voor de reguliere markt.

VLAANDEREN

En hier komen we bij de tentoonstelling die vanaf 6 december (leg wat in mijn laarsje) tot 14 februari (Valentijnsdag) onder de naam Porno, pulp en literatuur de bezoeker van de  Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience met een onbekend en lang verzwegen deel van de Vlaamse literatuur- en cultuurgeschiedenis confronteert. In de Nottebohmzaal kan men kennisnemen van de uitstapjes die bekende literatoren maakten naar de wereld van het obscene en daarvoor een pseudoniem gebruikten, boeken die ze speciaal voor de seksmarkt schreven. Je vindt er de anders voor een select groepje schrijvende Claude C. Krijgelmans met er niet om liegende teksten; Jef Geeraerts met zijn uitstapje De Fotograaf; Heere Heeresma met diverse titels en pseudoniemen waarvan Gelukkige Paren voor mij persoonlijk de sterkste is; ikzelf die nogal wat pseudoniemen gebruikte maar geliefd werd met mijn Winnetou Stradevarus titels, waarvan de meeste in de serie Sexy West verschenen; er is de nobele onbekende Frank van Dyck die erin slaagde gekuiste versies van zijn Sexy West titels te verkopen aan de Vlaamse Filmpjes; er is de Vlaamse filosoof Julien Vandiest die
filosofische dingen schreef zoals “Alimentatie: de in vredestijd meest uitbetaalde oorlogsschade” en “De naaktheid is eerst volop naakt wanneer ze geen bijval oogst”, naast het iets pikantere “First thing first, zei de  bruidegom en deed alvast een greep naar het kamermeisje”. Vandiest goochelde met pseudoniemen zoals Jean Gymnosperme, Jef Van Beneden, Piet de Heerscher en Jan De Neucker. Er zijn de Witte Boeken, een boek met witte kaft die niets zei over de meestal ‘vieze’ inhoud, maar wat is vies, ik geloof niet dat er vieze boekjes bestaan, of ze moeten bijvoorbeeld in het urinoir hebben gelegen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten