Ah, The Boy... Toen ik
begon geïnteresseerd te geraken in de racerij, 1963, was Moss niet meer actief.
In 1962 had hij het ongeval gehad dat zijn carrière zou beëindigen maar in 1963
waren er nog velen die hoopten op de wonderlijke comeback. Die er nooit zou
komen. Moss leerde ik kennen via de pers die niet kon zwijgen over 'm. Ik vond
'm altijd een beetje dubieus.
Dat playboy imago van 'm bijvoorbeeld. Moss was er allesbehalve bescheiden over maar de realiteit was dat hij een klein, vroeg kaal mannetje was met een kunstgebit. Ik had moeite om 'm mij voor te stellen als iemand waar de vrouwen in bosjes voor vielen. Van zijn tijdgenoten, de lounge lizard Roy Salvadori, ja, daar kon ik me wat bij voorstellen. Bij de blonde, onbezonnen eeuwige schooljongen Mike Hawthorn ook. Bij de donkere Romeinse hartendief Luigi Musso zeker. Maar Moss...? Veel later ben ik op een interview met 'm gestoten waarin hij toegaf dat hij een opgerold paar sokken in zijn overall stak... Kom-aan! How childish can you be?
Maar toen ik wat ouder begon te geworden, merkte ik dat het inderdaad niet veel uitmaakte hoe je eruitzag, zo lang je maar een F1 coureur was. Lang niet iedereen zag eruit als Peter Revson of François Cevert (ik denk aan Vittorio "The Monza Gorilla" Brambilla, aan "Jumper" Jarier, aan Peter Gethin, aan "Black Jack" Brabham, aan Alain Prost, aan Niki Lauda...) en toch waren ze allemaal omringd door bosjes bijzonder welgevormde schoonheden. Mijn besluit om Formule 1 coureur te worden, stamt van die tijd en dat inzicht.
Dus misschien was Moss in zijn hoogdagen echt wel een stuk, wie zal het zeggen. Hij zal in elk geval een stuk aantrekkelijker zijn geweest dan hedendaagse mietjes als Charles Leclerc, Pierre Gasly of, Godbetert, Lewis Hamilton. Trouwens, wie zal ooit de geest van een vrouw doorgronden...?
Moss was echt geen slimme coureur. Hij kende maar één tempo: plankgas. Als de auto het uithield, prima; indien niet, pech. Daarom dat hij nooit wereldkampioen is geworden; hij kon niet rekenen. Het is nochtans niet dat hij niet geprobeerd heeft. Hij is vier keer tweede geëindigd in het kampioenschap. Eén keer na Mike Hawthorn, drie keer na Fangio. Geen wonder dat Moss Fangio bewonderde.
En hij was natuurlijk een fantastische coureur. Ik kan me voorstellen dat het een plezier moet geweest zijn om 'm aan het werk te zien. Ik heb zelf Jochen Rindt en Gilles Villeneuve en Nigel Mansell weten racen...
Moss was ook door en door sportief en ridderlijk. In 1958, het jaar dat Hawthorn (en niet Moss...) de eerste Britse wereldkampioen werd, werd Mike in eerste instantie gediskwalificeerd in de Grand Prix van Frankrijk (die hij gewonnen had) omdat hij tegen de rijrichting zou gereden hebben op de piste. Moss, die getuige was geweest van de "overtreding", wist de Fransen ervan te overtuigen dat Mike naast, niet op de piste had gezeten toen hij zijn gespinde auto weer in het gareel bracht. Hawthorn behield zijn zege. Moss verloor het kampioenschap met één punt.
Hij kon echter ook een ongelooflijk ettertje zijn, zeker in de tijd dat hij probeerde een nieuwe carrière uit te bouwen als tv-commentator, een job waarvoor hij absoluut ongeschikt was. Dikwijls ventileerde hij zijn eigen hekel aan deze of gene persoon door te blijven doordrammen over hun -echte of ingebeelde- "gebreken" of door ze moedwillig te vernederen. Ferraribaas Luca di Montezemolo noemde hij steevast di Montezumola.
Dit is hoe een Formule 1
coureur eruitzag in Moss' tijd. Dit is Stirling zelf, in 1954 in Monza, toen
hij moest opgeven op tien ronden van het einde. De auto is een Maserati
250F.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten