Fitou is een erg jonge (dertig) schrijver die smacht
naar ‘teksten met kloten’. Alleen wil het de laatste tijd niet te best gaan met
de schrijverij. Zijn geliefde en vriend is vertrokken en het resultaat is dat
Fitou het op een zuipen heeft gezet. Een andere vriend, Leduc, kan het niet
langer aanzien en neemt Fitou, wanneer die langzamerhand aan lager wal dreigt
te raken, op in zijn huis. Nu ligt dat huis toevalligerwijze recht tegenover het voormalige militaire hospitaal
en was dat niet het huis dat de expressionistische schilder Floris Jespers
heeft laten zetten? En is Leduc Henri-Floris Jespers? En is Fitou Luc Boudens de
schrijver van het boek De Oogappel?
Ja De Oogappel is een sleutelroman
die zo doorzichtig is als water. Heeft Leduc vier katten? Ja, en Jespers had
die ook. En diegenen die Henri beter hebben gekend, weten ook dat het huis dat
Boudens beschrijft, een verwaarloosde puinhoop, erg reëel is, omdat Jespers
steeds in geldnood verkeerde, met uitzondering van die jaren dat hij de public
relations verzorgde van Hugo Schiltz. Zoveel overeenkomsten zijn er te vinden
dat je hoopt dat Boudens beter de echte namen zou gebruikt hebben. Boudens
voert je mee naar het Antwerpse Mechelseplein waar de cafés en kroegen tot laat
in de nacht de eenzamen van de nacht opvangen. Waar gay ships that
pass in the night seks hebben in washokken en toiletten. Waar Leduc enkele keren per week les geeft in pokeren
onder de hoed, hoewel hij van de te vroeg overleden beeldhouwer Albert
Szukalski nooit kon winnen. Jacques Brel is overal geweest, dus waarschijnlijk
ook in Antwerpen, volgende door hem geschreven tekst is hier volledig van
toepassing:
“Ze ontwaken om een uur om vier
Ze ontbijten met een kleintje bier
Ze gaan uit omdat er thuis niets wacht
De nuttelozen van de nacht”
Net zoals Henri-Floris Jespers zijn essays en romans
doorspekte met mooie zinnen die hij na het vele lezen bij elkaar had
gesprokkeld, is Luc Boudens een verzamelaar van mooie zinnen (die hij meestal
zelf schreef). Een brok Antwerpse geschiedenis, niet helemaal de mooiste, maar
eerlijk als de pest en een soms erg pijnlijke spiegel met kloten.


Ik zou bijna zijn overgegaan tot het lezen van 'De oogappel', tot ik eens goed nadacht en tot de bevinding kwam dat deze recensie met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid boeiender is dan het boek zelf. Als men niet -zoals de gewone lezer en in tegenstelling tot deze recensent- op de hoogte is van het onderliggende verhaal uit de echte wereld, dan lijkt dit niet veel meer dan een zoveelste probeersel om het lamme nachtleven voor te stellen als iets boeiends. En natuurlijk moet Brel er weer worden bijgesleurd. Laat die mens toch gerust, copain Boudens!
BeantwoordenVerwijderenHet is de schrijver van het artikel die er Brel bijsleurde.
Verwijderen