Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

zaterdag 1 mei 2021

LUC BOUDENS: DE OOGAPPEL

 




Fitou is een erg jonge (dertig) schrijver die smacht naar ‘teksten met kloten’. Alleen wil het de laatste tijd niet te best gaan met de schrijverij. Zijn geliefde en vriend is vertrokken en het resultaat is dat Fitou het op een zuipen heeft gezet. Een andere vriend, Leduc, kan het niet langer aanzien en neemt Fitou, wanneer die langzamerhand aan lager wal dreigt te raken, op in zijn huis. Nu ligt dat huis toevalligerwijze recht  tegenover het voormalige militaire hospitaal en was dat niet het huis dat de expressionistische schilder Floris Jespers heeft laten zetten? En is Leduc Henri-Floris Jespers? En is Fitou Luc Boudens de schrijver van het boek De Oogappel? Ja De Oogappel is een sleutelroman die zo doorzichtig is als water. Heeft Leduc vier katten? Ja, en Jespers had die ook. En diegenen die Henri beter hebben gekend, weten ook dat het huis dat Boudens beschrijft, een verwaarloosde puinhoop, erg reëel is, omdat Jespers steeds in geldnood verkeerde, met uitzondering van die jaren dat hij de public relations verzorgde van Hugo Schiltz. Zoveel overeenkomsten zijn er te vinden dat je hoopt dat Boudens beter de echte namen zou gebruikt hebben. Boudens voert je mee naar het Antwerpse Mechelseplein waar de cafés en kroegen tot laat in de nacht de eenzamen van de nacht opvangen. Waar gay ships that pass in the night seks hebben in washokken en toiletten. Waar Leduc enkele keren per week les geeft in pokeren onder de hoed, hoewel hij van de te vroeg overleden beeldhouwer Albert Szukalski nooit kon winnen. Jacques Brel is overal geweest, dus waarschijnlijk ook in Antwerpen, volgende door hem geschreven tekst is hier volledig van toepassing:

“Ze ontwaken om een uur om vier
Ze ontbijten met een kleintje bier
Ze gaan uit omdat er thuis niets wacht
De nuttelozen van de nacht”

Net zoals Henri-Floris Jespers zijn essays en romans doorspekte met mooie zinnen die hij na het vele lezen bij elkaar had gesprokkeld, is Luc Boudens een verzamelaar van mooie zinnen (die hij meestal zelf schreef). Een brok Antwerpse geschiedenis, niet helemaal de mooiste, maar eerlijk als de pest en een soms erg pijnlijke spiegel met kloten.

 


2 opmerkingen:

  1. Ik zou bijna zijn overgegaan tot het lezen van 'De oogappel', tot ik eens goed nadacht en tot de bevinding kwam dat deze recensie met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid boeiender is dan het boek zelf. Als men niet -zoals de gewone lezer en in tegenstelling tot deze recensent- op de hoogte is van het onderliggende verhaal uit de echte wereld, dan lijkt dit niet veel meer dan een zoveelste probeersel om het lamme nachtleven voor te stellen als iets boeiends. En natuurlijk moet Brel er weer worden bijgesleurd. Laat die mens toch gerust, copain Boudens!

    BeantwoordenVerwijderen