Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

zaterdag 29 oktober 2022

GESCHIEDENIS

 Toen uitgeverij De Dageraad eind 1978 het boek Island in the winds van Athena G. Dallas-Damis toegezonden kreeg van een literair agentschap, vroeg men bij De Dageraad of ik het voor hen wilde lezen. Wat ik graag deed en hier kwam ik voor het eerst in aanraking met de janitsaren. Het boek werd aangekocht na mijn lovende recensie en door mij tijdens een huisbezoek in vertaling gegeven aan de Nederlandse schrijfster Catherine Duval die er de Nederlandse titel Eiland der Stormen aan meegaf. Catherine Duval – van Altena was toen behoorlijk bekend voor haar bundelingen van horrorverhalen en enkele streekromans. Toen ze met de vertaling begon kwam er algauw een telefoontje van hoe schrijft men janitsaren, want er is ook janitsjaren. Dan het maar even vragen aan mijn vriend Maarten van Nierop (die de rubriek Taaltuin volschreef voor de Standaard.) Het antwoord kwam snel: janitsjaren (Historische WP) is spraakkundig de juiste benaming, maar aan 100 jaar  foutief taalgebruik, janitsaren (Van Dale), kun je niet voorbijgaan. Die laatste geeft volgende verklaring: Janitsaar: soldaat in het Ottomaanse leger, behorend tot de in de veertiende eeuw gevormde en in 1826 opgeheven bevoorrechte klasse van soldaten die vroeger de kern vormde van het Ottomaanse voetvolk. Uiteraard is het bestaan van de Historische WP gerechtvaardigd als men volgend uitgebreid lemma leest: Janitsjaren: naam van de manschappen van een door Osmaanse Turken in de 14de eeuw opgericht keurkorps infanterie, dat een grote rol heeft gespeeld bij de geweldige Turkse veroveringen sindsdien. De J. bestonden van 1326–1826. Het korps werd gerekruteerd uit tot de Islam bekeerde en op een speciale school opgeleide christengevangenen, sinds de 15de eeuw ook door de op gezette tijden plaatsvindende lichtingen van christenkinderen.

Deze laatsten werden om het zo maar eens te zeggen, letterlijk uit de wieg gestolen. Bij het opgroeien wisten ze niet beter dan dat ze aanhangers van de  Islam waren.

Rusland voert Oekraïense kinderen weg: “Wij pakken wat van ons is”



donderdag 27 oktober 2022

RUWE LIJNOLIE

 


De tegenwoordig bijna vaste column van Tom Lijnolie in het zichzelf onafhankelijk weekblad noemende
HUMO, glijdt er gemakkelijk in en dat in de eerste plaats omdat ze meestal in een goede taal is geschreven, dit in tegenstelling tot het mondelinge verkrachten van diezelfde taal wanneer Lijnolie ze uitspreekt.

Lijnolie heeft zo zijn slachtoffers en hij was ooit  de grote verdediger van alles wat multicultureel was, en konden mannen en vrouwen met namen als Djamal, Mo en andere Groen-stemmers – die ons binnenkort zonder stroom zullen zetten – op zijn steun rekenen, tegenwoordig overschrijdt hij deze grens. En waarom?

De Antwerpse cultuurschepen Nabila Ait Daoud is het pispaaltje geworden, niet alleen valt Lijnolie haar en haar achterban aan – deze achterban zou onze taal nauwelijks spreken, laat staan schrijven – maar ze is volgens Lijnolie door deze achterban voor de verkeerde partij (N-VA) verkozen. Als het een andere partij was geweest, waren de hatelijke columns niet eens geschreven.

Ik vrees dat Lijnolie eigenlijk enkel en alleen niet houdt van vrouwen zoals Nabila en Zuhal die hun eigen gang gaan en alle andere spelers naar de reservebank verwijzen.

Net zoals ooit Nelly Maes, en heden ten dage Assita Kanko en Liesbeth Homans


maandag 24 oktober 2022

VERGETEN OP 21 JULI

Maurits van Liedekerke's verjaardag vergeten is onvergeeflijk, hij valt op 21 juli en omdat ik hem dit jaar bijzonder vond, had ik hem nog speciaal aangeduid, je wordt niet alle dagen 77 (zevenenzeventig). Maurits valt aan het eind van een korte reeks, 14 juli de sterfdatum van Nic van Bruggen, 18 juli Nadine mijn echtgenote, en 21 juli dus Maurits. Hierbij een gedicht van Maurits uit zijn bundel Voeten in de aarde (Contact) dat hij schreef na een bezoek aan Suriname en dat je volgens mij gelezen moet hebben.



donderdag 13 oktober 2022

LIEGEN ALSOF HET GEDRUKT STAAT

 Toen ik deze ochtend achtereenvolgens werd weggestuurd bij Delhaize en Albert Heyn, terwijl ik de caissière beloofde begin volgend jaar alles te betalen, omdat ik in januari 2023 een grote order verwachtte, ondervond ik dat als een grove belediging. En dat voor een gniffelend publiek dat het volledig met me eens was. Ze hadden net als ik waarschijnlijk de slangachtige kronkelingen van de heer Alexander De Croo en mevrouw Liz Truss gezien. Mijn kronkelingen konden mij niet helpen, terwijl de twee voorgaanden er wel mee wegkwamen, waarschijnlijk konden zij beter liegen dan ik en dat met een stalen gezicht.

Het is alsof de liberalen, die vroeger de diepe putten van een socialistische uitdeel-regering wisten te vullen, nu ook aan de ziekte van ‘we zien wel’ lijden. Heer vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen.


Ondertussen is het graan, het gas, de benzine, het elektra en de veldsla – die op twee maand tijd van 0,99 naar 1,19 en vervolgens 1,29 € per zakje ging – stukken duurder geworden.

Nu maar hopen dat die grote order volgend jaar mijn richting uitkomt!

vrijdag 7 oktober 2022

THE ULTIMATE FAILURE

 


Op 14 oktober 1962 (volgende week vrijdag exact zestig jaar geleden) kort na middernacht, steeg majoor Richard S. Heyser op van Edwards Air Force Base, Californië, in zijn Lockheed U-2, een kleine eenmotorige jet die de pittoreske bijnaam Dragon Lady had meegekregen. De Dragon
Lady
was het geesteskind van Kelly Johnson’s Skunk Works, de BlackOp afdeling van Lockheed. Het was een verkennings- en spionagevliegtuig dat de voor die tijd hallucinante hoogte van 70.000 voet, 21.300 meter, kon halen (en daar ook blijven), aan een kruissnelheid van ongeveer 700 km/u.
 

Wekenlang was Cuba, het doel van de vlucht, verborgen gebleven onder een dicht wolkendek. Maar nu kon Heyser Cuba duidelijk zien, zelfs vanop 72.500 voet hoogte. Niet dat hij veel tijd had om het uitzicht te bewonderen, want hij moest voortdurend zijn snelheidsmeter in de gaten houden. Vliegend op een hoogte waar de ijle lucht nauwelijks zijn vliegtuig kon dragen, was de veilige speling tussen maximum- en minimumsnelheid amper zeven mijl (elf kilometer)  per uur. U-2 piloten noemden de pietluttige marge de coffin corner. Als hij over de maximumsnelheid ging, zou zijn U-2 in stukken breken; meer dan 11 kilometer per uur trager en zijn motor zou afslaan en, hoogstwaarschijnlijk, niet meer aan de praat te krijgen zijn. De U-2 was een flinterdun vliegtuigje, gebouwd om zo min mogelijk te wegen en zo hoog mogelijk te vliegen, buiten het bereid van grondafweer en zelfs van jachtvliegtuigen. Geen enkel vliegtuig eiste meer vaardigheid van zijn piloten als de Dragon Lady. 

Heyser wist dat er recent op Cuba Russische luchtafweerraketten waren geïnstalleerd van hetzelfde type dat twee jaar eerder de U-2 van Gary Powers had neergehaald. De “onbereikbare” hoogte waarop de U-2 vloog, was duidelijk niet meer onbereikbaar. Hij was over het zuidwesten van de VS gevlogen, over de Golf van Mexico en om 7u35 keerde hij terug naar het noorden, vliegend over het westelijke deel van Cuba. Hij activeerde zijn top secret camera’s en hoorde de tonk-tonk-tonk-geluiden waarmee ze voortdurend van horizon tot horizon draaiden. In de volgende zes minuten namen ze 928 scherpe foto’s van wat er op de grond te zien was. Voor een goede foto-run was een stabiele, pijlrechte vlucht nodig. En stalen kloten om zo’n soort vlucht minutenlang vol te houden, wetend dat er negen kansen op tien een Russische SAM op je gericht was.  

Heyser haalde opgelucht adem toen hij eindelijk buiten de gevaarzone was en zette koers naar McCoy Air Force Base in Florida, waar hij landde om 9u20. De containers met de films werden dan per vliegtuig naar Washington gebracht, waar CIA-agenten ze naar het NPIC, het National Photographic Interpretation Center brachten.  De ontwikkeling en analyse van de films van Richard Heyser’s vlucht begon drie uur nadat hij geland was op McCoy. Ongeveer 24 uur later waren de onderzoekers toe aan de foto’s die gemaakt waren rond San Cristóbal, in de provincie Pinar del Río, ten zuidwesten van Havana. Ze vonden een “Sovjetstijl” constructiewerf voor middellangeafstandsraketten. Tegen de avond van maandag 15 oktober hadden ze lanceerinrichtingen gevonden en een Russische nucleaire SS-4 raket. Later in de avond werd het CIA ingelicht dat op zijn beurt, nog later,  McGeorge Bundy

Alarmeerde, de nationale-veiligheidsadviseur in de regering Kennedy. Die wachtte tot de volgende ochtend, 16 oktober, om voor dag en dauw zijn baas op de hoogte te brengen met de gevleugelde woorden “they’re there”, “ze zijn daar”. Kennedy, die in pyjama de krant zat te lezen, begreep meteen wie “ze” waren en waar “daar” was.  

Het was het begin van de Thirteen Days, van de Cubaanse rakettencrisis die de wereld tot aan de rand van een thermonucleaire wereldoorlog zou brengen, the ultimate failure, zoals JFK het noemde.