Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

vrijdag 7 oktober 2022

THE ULTIMATE FAILURE

 


Op 14 oktober 1962 (volgende week vrijdag exact zestig jaar geleden) kort na middernacht, steeg majoor Richard S. Heyser op van Edwards Air Force Base, Californië, in zijn Lockheed U-2, een kleine eenmotorige jet die de pittoreske bijnaam Dragon Lady had meegekregen. De Dragon
Lady
was het geesteskind van Kelly Johnson’s Skunk Works, de BlackOp afdeling van Lockheed. Het was een verkennings- en spionagevliegtuig dat de voor die tijd hallucinante hoogte van 70.000 voet, 21.300 meter, kon halen (en daar ook blijven), aan een kruissnelheid van ongeveer 700 km/u.
 

Wekenlang was Cuba, het doel van de vlucht, verborgen gebleven onder een dicht wolkendek. Maar nu kon Heyser Cuba duidelijk zien, zelfs vanop 72.500 voet hoogte. Niet dat hij veel tijd had om het uitzicht te bewonderen, want hij moest voortdurend zijn snelheidsmeter in de gaten houden. Vliegend op een hoogte waar de ijle lucht nauwelijks zijn vliegtuig kon dragen, was de veilige speling tussen maximum- en minimumsnelheid amper zeven mijl (elf kilometer)  per uur. U-2 piloten noemden de pietluttige marge de coffin corner. Als hij over de maximumsnelheid ging, zou zijn U-2 in stukken breken; meer dan 11 kilometer per uur trager en zijn motor zou afslaan en, hoogstwaarschijnlijk, niet meer aan de praat te krijgen zijn. De U-2 was een flinterdun vliegtuigje, gebouwd om zo min mogelijk te wegen en zo hoog mogelijk te vliegen, buiten het bereid van grondafweer en zelfs van jachtvliegtuigen. Geen enkel vliegtuig eiste meer vaardigheid van zijn piloten als de Dragon Lady. 

Heyser wist dat er recent op Cuba Russische luchtafweerraketten waren geïnstalleerd van hetzelfde type dat twee jaar eerder de U-2 van Gary Powers had neergehaald. De “onbereikbare” hoogte waarop de U-2 vloog, was duidelijk niet meer onbereikbaar. Hij was over het zuidwesten van de VS gevlogen, over de Golf van Mexico en om 7u35 keerde hij terug naar het noorden, vliegend over het westelijke deel van Cuba. Hij activeerde zijn top secret camera’s en hoorde de tonk-tonk-tonk-geluiden waarmee ze voortdurend van horizon tot horizon draaiden. In de volgende zes minuten namen ze 928 scherpe foto’s van wat er op de grond te zien was. Voor een goede foto-run was een stabiele, pijlrechte vlucht nodig. En stalen kloten om zo’n soort vlucht minutenlang vol te houden, wetend dat er negen kansen op tien een Russische SAM op je gericht was.  

Heyser haalde opgelucht adem toen hij eindelijk buiten de gevaarzone was en zette koers naar McCoy Air Force Base in Florida, waar hij landde om 9u20. De containers met de films werden dan per vliegtuig naar Washington gebracht, waar CIA-agenten ze naar het NPIC, het National Photographic Interpretation Center brachten.  De ontwikkeling en analyse van de films van Richard Heyser’s vlucht begon drie uur nadat hij geland was op McCoy. Ongeveer 24 uur later waren de onderzoekers toe aan de foto’s die gemaakt waren rond San Cristóbal, in de provincie Pinar del Río, ten zuidwesten van Havana. Ze vonden een “Sovjetstijl” constructiewerf voor middellangeafstandsraketten. Tegen de avond van maandag 15 oktober hadden ze lanceerinrichtingen gevonden en een Russische nucleaire SS-4 raket. Later in de avond werd het CIA ingelicht dat op zijn beurt, nog later,  McGeorge Bundy

Alarmeerde, de nationale-veiligheidsadviseur in de regering Kennedy. Die wachtte tot de volgende ochtend, 16 oktober, om voor dag en dauw zijn baas op de hoogte te brengen met de gevleugelde woorden “they’re there”, “ze zijn daar”. Kennedy, die in pyjama de krant zat te lezen, begreep meteen wie “ze” waren en waar “daar” was.  

Het was het begin van de Thirteen Days, van de Cubaanse rakettencrisis die de wereld tot aan de rand van een thermonucleaire wereldoorlog zou brengen, the ultimate failure, zoals JFK het noemde. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten