Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

vrijdag 29 september 2023

BRUSSEL, NIET MEER DE SJANSENDE STAD VAN WELEER

 

Uitgeverij Vrijdag heeft zich door de jaren heen een reputatie opgebouwd op het gebied van uitgaven van thrillers.


Een van de eerste was een vertaling van de behoorlijk sterke thriller van Sean Chercover “Chicago Mob”, een Ray Dudgeon thriller, de eerste in een serie, die er echter nooit kwam in het Nederlands, maar die mij tot fan maakte.

Later kwamen veel Vlaamse auteurs die hun sporen verdienden bij andere uitgevers bij Vrijdag aan de deur kloppen, een deur die bereidwillig werd geopend voor: Benny Boudewijns, Guido Eekhout, Rudy Soetewey, Patrick Conrad, Jos Pierreux en Anne-Laure Van Neer.

Hier moesten geen buitensporig hoge vertaalkosten voor worden opgehoest!

Al deze kwaliteit trok uiteraard ook debutanten naar de deur van Vrijdag en ook hier scoorde men met de Hercule Poirot-prijswinnende Dominique Biebau die zich met “Russisch voor Beginners” zomaar ineens een plaats veroverde en zich in het rijtje prijswinnende Vrijdag-auteurs plaatste.


En het zou al slecht moeten aflopen wanneer, in alle toekomstige jury’s voor detectiveromans en thrillers, te weinig stemmen te vinden zouden zijn om het debuut van Dieter Rogiers “Bot Mes”  een tien op tien te geven.  Of het moesten lui zijn zoals Geert Van Istendael, die ooit zelf het genre probeerde en mislukte bij Houtekiet, en Marc Didden die Brussel nog altijd de mooiste stad ter wereld vindt, dit ondanks de voortschrijdende  Brusselse verloedering, want dit debuut vertelt wat anders.  Debuut ja en neen, want  Dieter Rogiers die in Sint-Jans-Molenbeek woont publiceerde al korte verhalen en graphic novels.

In ”Bot Mes” vertelt hij over een Brussel dat met lede ogen het hoofdkwartier van Europa naar Straatsburg zag verhuizen, en in het zog daarvan alle belangrijke bedrijven. Een Brussel dat zijn grenzen gesloten heeft naar Vlaanderen en Wallonie/France en waar de misdadigers hun slachtoffers in het kanaal droppen, het voorbeeld van New York volgend, dat haar lijken in de Hudson deponeert.

In dat Brussel krijgt een Vlaamse journalist een inreisvisum voor twee dagen, tijd genoeg om zijn dochter, die uit het kanaal is opgevist te komen herkennen in het Brusselse lijkenhuis, en vervolgens terug op te rotten. Dat zal niet lukken, want zou het niet die dochter zijn die achter de diefstal en verdwijning van een Breughel zit, die nog steeds niet is teruggevonden, niet door de enige niet corrupte politievrouw, niet door een Amerikaanse miljardair, niet door… Volg het spoor van verrassende plotwendingen en ambigue personages.

“Bot Mes” verscheen op 20 september, mijn verjaardag, dus kwaliteit gegarandeerd. Groetjes vanuit een even smerig Antwerpen, maar wel met haar financiën op orde.

woensdag 27 september 2023

TEGENVOETS

 











Antipodo 

toont een menselijke figuur, wiens houding echter niet helemaal lijkt te kloppen. Door de voeten van de figuur achterstevoren te plaatsen refereert Argote aan historische afbeeldingen van mensen die “aan de andere kant van de aarde” leven. Deze afbeeldingen tonen vaak semi-monsterlijke wezens en vertellen zo, aldus de kunstenaar, hoe “de ander” vaak met vrees en verachting beschouwd werd (en wordt).




Het woord antipode (anti – tegenovergestelde, pode – voet) is
ontstaan in het oude Griekenland om een territorium aan de andere kant van de wereld te benoemen. Tijdens de middeleeuwen transformeert de betekenis van het woord en wordt het geïnterpreteerd als “met omgekeerde voeten”. Vreemd genoeg verschijnen dit soort personages met omgekeerde voeten ook in bijvoorbeeld precolumbiaanse mythologie, zoals de “Curupira” in Brazilië, een mysterieuze bewaker van het bos.
De figuur van Argote, genderloos en uit klei geboetseerd, stapt sierlijk vooruit – of achteruit? –, op – of van? – de sokkel, met geheven hoofd. In het Stadspark kruisen mensen van allerlei levenswandel elkaars pad. Uiteindelijk zijn we allemaal antipodes van elkaar. We stappen door de stad en door het leven op unieke, verschillende manieren, maar we hebben allemaal dezelfde grond onze voeten.


***antipodo kun je in het Antwerpse stadspark vinden

Tekst overgenomen van website 'Stad Antwerpen

maandag 25 september 2023

TWEEDE

 


V. Wie was er in 1955 nu weer de eerste in de tour de France?

A. Ik zou het niet zeker weten, maar was dat niet Louison Bobet?

V. En de tweede?

A. Ik denk Wout van Aert.

V. Van 1999 tot 2005 was er geen winnaar, wie was dan de tweede?

A. Wout van Aert?

V. In het laatste EK kampioenschap op de weg deed die Hollander die de nagel aan de kist van Van Aert is niet mee en toch was Van Aert tweede.

A. Je bedoelt Max Verstappen?

donderdag 14 september 2023

PICKED FROM THE NET: Independent

 



On 11 September 2001, Steve Buscemi – the US actor known for his depictions of gangsters and weirdos in shows such as The Sopranos and The Big Lebowski – returned to his old job as a New York City firefighter.

He worked 12-hour shifts for several days alongside other firefighters, searching for survivors in the rubble of the World Trade Center.

Buscemi, now 65, had taken the Fire Department of the City of New York (FDNY) civil service test when he was 18 and used to work as a FDNY firefighter in downtown Manhattan in the 1980s.

He later left the service to become an actor but has remained in touch with New York firefighter causes. He is often seen speaking at union rallie, and hosted the HBO documentary A Good Job: Stories of the FDNY.

At the time, Buscemi said of his efforts during the rescue: “It was a privilege to be able to do it. It was great to connect with the firehouse I used to work with and with some of the guys I worked alongside. And it was enormously helpful for me because while I was working, I didn’t really think about it as much, feel it as much.

He rarely discusses his contributions to the rescue efforts, but did reflect on the experience in an interview on Marc Maron’s WTF podcast.

“I was depressed, I was anxious, I couldn’t make a simple decision,” said the 63-year-old Buscemi of the moment he learnt of the attacks. He called his old firehouse then, receiving no reply, headed to the site, where he found his former engine company.

“I asked if I could join them,” he said, adding: “I could tell they were a little suspicious at first, but I worked with them that day.”

Buscemi told Maron that, while he hadn’t experienced any health issues, he “definitely” suffered from post-traumatic stress disorder (PTSD).

“I was only there for like five days, but when I stopped going and tried to just live my life again, it was really, really hard,” he said.

The Fargo star said he can still feel triggered on anniversaries, or when asked about that time.

“There are times when I talk about 9/11 and I’m right back there,” he said. “I start to get choked up and I realise, ‘Ah, this is still a big part of me.’”

In 2013, the Brotherhood of Fire Facebook page reminded people of his selfless act of courage, writing beneath a picture of Buscemi: “Do you recognise this man? Do you know his name? Lots of people know he’s an actor, and that his name is Steve Buscemi. What very few people realise is that he was once one of New York’s Bravest.

“In 1976 Steve Buscemi took the FDNY civil service test when he was just 18 years old. In 1980 Steve Buscemi became a New York City Firefighter. For four years, Buscemi served on one of FDNY’s busiest, Engine Co. 55 in Manhattan’s Little Italy. He later left the fire service to become a successful actor, writer and director.

“After 9/11/2001... Brother Buscemi returned to FDNY Engine 55.

“On September 12, 2001 and for several days following Brother Steve worked 12-hour shifts alongside other firefighters digging and sifting through the rubble from the World Trade Center looking for survivors.

“Very few photographs and no interviews exist because he declined them. He wasn’t there for the publicity.”

Buscemi also been an advocate for firefighters’ welfare, telling CBS News: “Firefighters are great at helping others, they’re great at helping each other. But they’re not always—they don’t always know that they, themselves, are in need.

“Their first reaction would be: ‘Oh, the next guy has it worse, you know?’”

A total of 343 firefighters and paramedics died during the 2001 attacks, while a further 341 firefighters, paramedics and civilian support staff have died in the years since from post-9/11 illnesses.

Buscemi still serves on the Board of Advisors for Friends of Firefighters, an organisation dedicated to New York firefighters and their relatives, alongside fellow actors including Kevin Smith and Gary Sinise, and Twisted Sister frontman Dee Snider.

 

donderdag 7 september 2023

KAT EN KNOET

 

In de Engelse taal is er de uitdrukking “Not room enough to swing a cat’ en er wordt al eens gegist naar de oorsprong en de betekenis ervan. Die zou kunnen zijn dat ‘cat’ wordt begrepen als ‘kat’ die zoals het bekende spreekwoord zegt negen levens heeft, die op hun beurt verwijzen naar de negen knopen in de zweep waarmee vroeger zeelui – die beneden deks verbleven - tot de orde werden geroepen aan dek, omdat beneden geen ruimte genoeg was voor de kat (zweep). Waarom een kat een kat werd genoemd, is dat de wonden die de zweep naliet een gelijkenis vertoonden met de sporen die een kattenklauw naliet.




Deze inleiding om het eens te hebben over minister quiki-pipi en zijn negen levens. Je moet maar even denken aan de eerste joint die werd gerookt in het parlement, ja quiki kan hiervoor op de borst kloppen en hij kwam ermee weg. Toen hij begreep dat hij bij de Volksunie geen enkele kans maakte om het tot landelijk minister te brengen – net zoals enkele anderen de huik naar de wind zetten, ja toch heer Somers – ging hij bij VLD onderdak zoeken, waar de bende veel kleiner was ‘je moest niet echt bekwaam zijn want er moest maar gekozen worden uit een klein groepje’ en de blauwe elite was maar wat blij dat er iemand bij de bende kwam die ze in de steek konden laten als er stront aan de knikker was. Ja er is die NVA-dame die de kat gebruikt.

Wat me echter spijt is dat die mevrouw van de NVA, die quiki als prooi heeft bestempeld, zulke verschrikkelijke stem heeft. Maar misschien denkt ze dat haar stem al ‘cat’ genoeg is…

Voor quiki is er misschien nog plaats bij Hedebouw's groepje, hij moet echter weten dat bij diens partijtje de knoet gebruikt wordt.

De knoet is een vooral uit tsaristisch Rusland bekende variant op de kat met negen staarten, waarbij zich aan het eind van de staarten in plaats van een knoop een ijzeren gewichtje bevond. Honderd tot honderdtwintig slagen met de knoet stonden vrijwel gelijk met een doodvonnis


dinsdag 5 september 2023

REGENBOOGBRUG

 

In 1968 werd ene Bill Vukovich junior uit Fresno, Californië, Rookie of the Year in Indianapolis, een eretitel die jaarlijks wordt toegekend aan de best presterende debutant in de Indy 500. De ene naam spreekt al wat meer tot de verbeelding dan de andere. Jackie Pretorius bijvoorbeeld, vonden wij een geweldige naam voor een autocoureur. Masten Gregory ook. En Bill Vukovich junior. Dat junior deed ons al snel op zoek gaan naar senior. We vonden een legende. 

 

Bill senior, geboren in 1918 als Vaso Vucurovic, was de jongste zoon in een Joegoslavisch immigrantengezin van tien, hardwerkend en fier, arm maar proper zoals ze zeggen. Na de dood van vader Yvoan –hij pleegde, moegestreden, zelfmoord op Bill’s veertiende verjaardag- en met de oudste kinderen al het huis uit, kwam de verantwoordelijkheid voor het gezin op de schouders van Bill en zijn broer Eli terecht. In volle Grote Depressie hadden de jongens geen andere keus dan de school eraan te geven en te gaan werken voor het gezin. De twee tieners deden het met liefde, moed, toewijding en veel doorzettingsvermogen. Want het was hard labeur, omzeggens de klok rond. Hun enige verzetje was de aftandse Ford T die Yvoan ooit had aangeschaft. Ze raceten ermee door de velden, op jacht naar een prairiehaas voor het avondeten, Bill aan het stuur. 

 

Altijd op zoek naar manieren om een dollar bij te verdienen, kwamen de jongens in de racerij terecht, in die dagen een quasi loutere amateur bedoening. Aspirant coureurs boden hun diensten aan bij rijke en minder rijke auto-eigenaars. Wie talent had, ook al was hij zo arm als een kerkrat, kon in die tijd nog een heel end komen. Talent had Bill, en voor de eerste keer in zijn leven had hij zowaar ook wat geluk. In de jaren 30 werden midget races, sprintwedstrijden op dirt tracks voor pijlsnelle eenzittertjes in zakformaat, razend populair aan de Amerikaanse Westkust. Bill bevond zich op het juiste moment op de juiste plaats. Hij werd de ster van de Californische midget racerij en kreeg van de pers de bijnaam Giant of the Midgets. Zijn concurrenten noemden hem meesmuilend the mad Russian, al was hij noch Russisch, noch gek. Maar op de piste gaf Bill nu eenmaal geen kwartier want hij had een gezin te voeden. 




 

In 1950 trok hij naar de Indy 500. De Indianapolis Motor Speedway is een weidse, intimiderende plek. Veel coureurs kunnen er nooit hun draai vinden. Bill wel. Hij voelde er zich meteen als een vis in het water. 

 

De Vukovich legende begon in 1952. Bill reed superieur aan de leiding toen hij, op 20 mijl van de finish, door mechanische pech werd uitgeschakeld. In 1953 (mijn geboortejaar) leidde hij de race vrijwel van start tot finish. Hij dubbelde het volledige deelnemersveld. Net zo in 1954. Slechts twee coureurs, Mauri Rose en Wilbur Shaw, was het eerder gelukt back to back te winnen, en nooit met het overwicht dat “Vuky” nu al drie jaar op rij had tentoongespreid. 




 

1955 moest de ultieme consecratie worden. Bill, “die kleine Slaaf” zoals hij zichzelf omschreef, zou de eerste coureur worden die drie zeges op rij scoorde in The Greatest Spectacle in Racing. In de 57ste ronde van de wedstrijd kwam hij om het leven in een dwaas ongeval waaraan hij part noch deel had. Bill junior was elf, zijn zusje Marlene veertien, even oud als Bill senior toen die zijn vader verloor. Marlene zou later, als ze thuiskwam van school, haar moeder Esther vaak aantreffen in haar kamer, waar ze keer op keer ‘Memories are made of this’ van Dean Martin draaide op Marlene’s platenspeler. 

 

Twintig jaar na de eerste Indyzege van zijn vader, werd Bill junior tweede in de Indy 500 van 1973. Wij namen het Gordon Johncock bijna kwalijk dat hij gewonnen had, ook al had hij het evenmin gratis en voor niets gekregen. De Indy carcarrière van Bill junior was minder indrukwekkend dan die van zijn vader. Junior was een intelligente man, een charmante spotter en tegelijk een ernstige, competente coureur die weinig brokken maakte en hoog scoorde. Al werd hij geen vaste winnaar, hij werd een alom gewaardeerde vaste waarde in het Indy carcircuit, en op latere leeftijd een wise old man, mentor voor zijn zoon Bill, die in de voetsporen van zijn vader en grootvader wilde treden. Met Bill III werd de familie Vukovich een derde generatie racefamilie, zoals de Unsers, de Andrettis en de Pettys. 

 

In 1988, twintig jaar na zijn vader, werd Bill III op zijn beurt Rookie of the Year in Indianapolis. 


Hij verongelukte in 1990 op het circuit van Bakersfield in Californië. 

 

Op een of andere manier wist junior het allemaal te verwerken, of toch minstens een plaats te geven. Hij bleef de vriendelijke, beminnelijke man die hij altijd al geweest was, nu met een beschouwelijk, soms bijna filosofisch kantje. Het overlevingsinstinct van zijn vader, zou men kunnen zeggen. Hij is  79 jaar oud, overleden. 





Het zal druk geweest zijn aan de Regenboogbrug.