Het
tv-programma ‘Ik vraag het aan’ moet het even van herhalingen hebben. Geen
bezwaar daartegen, integendeel, het programma heeft een rist Vlaamse/Belgische artiesten
in de kijker gezet. Onder hen sommigen waarvan je nog nooit had gehoord en dit
zowel in de zetels als aanvragers als optredende performers, om van het
supersonisch sterke orkest niet te spreken. Het ging in veel gevallen om het
perfect nazingen van de oorspronkelijke hits, weer anderen kozen voor een eigen
interpretatie – wat niet altijd geslaagd was. Het is zo, terwijl je thuis in je
zetel kijkt, alleen of met anderen, altijd kun je wel bedenken wat jezelf zou
aanvragen. In het geval van Nadine en ik kwamen we er al snel uit, het zou ‘Les
enfants de la guerre’ van Charles Aznavour worden. Gewoon omwille van de titel,
die ons herinnerde aan de tweedaagse uitstap in West-Vlaanderen. Nadine groeide
op in Oostende en studeerde in Brugge en Antwerpen, ze wist – ondanks het feit
dat ze zelf een slachtoffer was van WOII – weinig of niets van de provincie. Voor
mijzelf die in de puinen van de V-bommen speelde, was het een confrontatie met
het feit dat ik ontsnapt was en dat ik tijdens mijn dienst enkel oorlogje had
moeten spelen, wat als artillerist makkelijker was dan als infanterist.
Toen onze
uitgeverij ‘Facet’ in het jaar 2000 het boek ‘Ver van Ieper’ uitgaf, zijnde een
geïllustreerde inleiding op de Eerste Wereldoorlog, geschreven en getekend door
Marvano en Marvel Rouffa, was er een gelegenheid om haar haar eigen provincie
beter te leren kennen. In het boek lees je over het graf van Peter Pan,
luistert naar de dagelijkse taptoe in de Ieperse Menenpoort, hoort er over
Dikke Bertha en hoe het prikkeldraad werd uitgevonden.
Door
nauwkeurige, sfeervolle illustraties en een heleboel weetjes hebben de auteurs
de waanzin van een oorlog in beeld gebracht. Verhalen over de loopgraven,
verrassingsaanvallen en het leven van de soldaten worden afgewisseld met
brieven van de auteurs.
Onze uitstap
werd goed voorbereid, ons reisdoel was Tyne Cot, daar zouden wij – come rain
come shine – het boek neerleggen. Maar waarom we een cassettebandje vol met
Franse hits meenamen weet ik niet. In ieder geval was ons eerste doel Poperinge
waar we
overnachtten. In Poperinge zagen we ook de lange staken waarvan de hopplanten
gebruik maken om naar boven te klimmen. We leerden dat de vrouwelijke plant
diegene was die werd gebruikt om bier te maken. De enige keer dat Nadine en ik
hop degusteerden, was in gezelschap van Anthony Horowitz in een restaurant
nabij Antwerp Expo waar de boekenbeurs doorging.
De volgende
dag was gewijd aan Kate Kolwitz en daarvoor moet je als inleiding meer over
Roggeveld weten.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Roggeveld
Wie er nog
veel meer over wil weten kan best hieronder aantikken:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Deutscher_Soldatenfriedhof_Vladslo
De volgende dag,
ondertussen was het cassettebandje reeds enkele keren afgespeeld, we hadden Gilbert
Becauds ‘Nathalie’ – een favoriet van Nadine, Francoise Hardys ‘Tous les
garçons et les filles’ een favoriet van mij, en ‘Le Plat Pays’ van Jacques Brel
al diverse keren gehoord en de Franse slag was ook onze begeleider op weg naar Tyne
Cot.
https://passchendaele.be/tyne-cot-cemetery/tyne-cot-cemetery/#:~:text=CWGC%20Tyne%20Cot%20Cemete
Toen we daar
aankwamen was het alsof we in een roman van Hubert Lampo of Johan Daisne waren beland,
bleek het magische realisme echt te bestaan. Toen we voor de ingang van de
begraafplaats stopten begon Aznavour aan zijn aanklacht tegen de oorlog: ‘Les
enfants de la guerre’. Met de autoraampjes wijd open en het volume op zijn
hoogste brulden we mee, wat ons afkeurende blikken van enkele passanten opleverde,
waarschijnlijk Frans onkundigen…


Geen opmerkingen:
Een reactie posten