Voor Nic van Bruggen p.p. die 26 jaar geleden van ons heenging en
wiens laatste woorden die van Humphrey Bogart konden zijn: “I should never have
switched from scotch tot martinis.”
De
entourage van Hugo Schiltz is blijkbaar ook nog op zoek naar een weekblad en De Nieuwe van Mark Grammens (Orde van de
Vlaamse Leeuw – 1978) valt op een redelijk simpele manier in 1984 in hun
handen. Ik breng Henri-Floris iedere week naar de drukkerij in Dendermonde,
waar het blad zijn uiteindelijke vorm krijgt voor het naar de drukpersen
verhuist. Vele van de soms te lange artikelen worden door mij persklaar gemaakt,
wat zoveel wil zeggen als: armen en benen afgehakt. Er is ook vrije Radio Stad
(in Antwerpen, de hoofdstad van Vlaanderen uiteraard) waar Rudy Vanschoonbeek –
die later de uitgeverij Dedalus sticht, vervolgens werkt voor Standaard
Uitgeverij en nu de schitterende uitgeverij Vrijdag leidt ‒ en Michel Follet ‒ filmrecensent
en man die van kermissen en kermisvolk houdt ‒ het voor het zeggen hebben.
Soethoudt
& C° is ondertussen verhuisd naar de Olieweg (Antwerpen) ‒ in een huis dat eigendom
is van Martin Lemmens. Het is voor mij een brug te ver als ik zie dat ik een bureau
in een kruiphok toegewezen krijg en de heer Henri-Floris grote sier maakt in
een onmetelijk bureau. Henri heeft de streken van toenmalige perschef van Hugo
Schiltz in al die jaren erna niet afgeleerd en hij geeft gul de centen uit die
ik en Nadine, mijn echtgenote, en de heren Schiltz en Martin Lemmens in zijn
onmetelijke put blijven storten. Daar verzamelt hij weer een nieuwe hofhouding,
met enkele weerkerende namen: Leo de Ley ‒ die als journalist voor bijna iedere
bestaande krant of weekblad werkte, religieuze en politieke kleur deed niets
ter zake ‒ Jan Lampo (essayist, romanschrijver, blogger), Rudy van Schoonbeek,
George Adé p.p.,
schilder, graficus,
illustrator, affiche- en decorontwerper, reclameman en cafébaas
 |
| Hilda Craeybeckx |
Herman Denkens
(via wie dan weer politieke invloed zou kunnen worden gezocht door Martin
Lemmens bij Denkens toenmalige vriendin Hilda Craeybeckx), dichter Wilfried
Adams, Luc Pay en Christiaan Dutoit (Christiaan nam mijn taak van chauffeur
over).
Nadine
en ik besluiten eruit te trekken. Wat me echter zuur zal opbreken, want het
blijkt dat het netto loon dat me werd aangeboden plotseling niet was wat het was,
dat er geen aanbetalingen voor sociale bijdragen en belastingen werden gedaan
en dat ik zelf moet opdraaien voor die jaren dat ik in dienst was van Soethoudt
& C°. Daar houdt dan ook de vriendschap met Henri-Floris en ook met Schiltz
op. Ik had Schiltz trouwens meermalen gewezen op de verkwistingen van Henri.
Nadine
en ik starten uitgeverij Facet en we gaan ons steeds meer op kinder- en
jeugdboeken toeleggen. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ook bij
Facet verschijnen de nodige dichtbundels: Maris Bayar, Miel Vanstreels, Ivo van
Strijtem, Maurits van Liedekerke (hoofdredacteur van WIJ, het blad van de Volksunie,
waarin ik onder diverse pseudoniemen publiceerde), Hannie Rouweler, Stefan Van
den Bossche, Toon Brouwers, Anke Brouwers, Martine Lefevere, Christiaan
Germonpré, Irène van Kerckhoven, Anton van Wilderode. Ook nog ‘literair’ proza
van Line Lambert - De Belder en het romandebuut (en daar bleef het bij) van
fotograaf Filip Tas, die met Azalealaan
(1989) drie schitterende verhalen schreef. Daarnaast zijn er ook de titels van
Antoine Wiertz (Jan Vander Laenen) wiens verhalen meer gesmaakt worden in het
buitenland dan in eigen land: Een vonk
van genie (1988), Gevaarlijke liefdes
(1990) en Het nimfomane huwelijk
(1991) en Marc Andries met de roman Het
project.
Ik
blijf Henri van een afstand volgen en we ontmoeten elkaar wel eens op een
vernissage of een boekvoorstelling, maar daar blijft het bij, we knikken en
that’s it.
En
dan op een dag, ongeveer tien jaar geleden, besluit ik de strijdbijl te
begraven, het is op een boekvoorstelling of een viering van een auteur op het
Antwerpse stadhuis. We raken aan de praat en het lijkt alsof al die jaren van
stilzwijgen nooit hebben bestaan. Bij de dood van Soetkin (1969-2013), dochter
van Nadine en mij, is hij aangedaan, hij schreef ooit over haar in Artis Amore (The Private Press):
“Zaterdag 23 juni 1984 zat een uitgebreid gezelschap aan tafel in de Blauwe
Gans, waaronder Clara Haesaert, Lucienne Stassaert en Wybrand Ganzevoort,
Raymond van den Broeck, Ann en Frank Albers, Nic van Bruggen, Nadine en Walter
Soethoudt. De dochter van Walter ook, Soetkin, aan wie Lambert (Jageneau)
nadrukkelijk en streng zei: ‘Je moet je haar anders dragen.’ Verrassend genoeg
volgde ze zijn raad op. Dat konden we enkele dagen later vaststellen. Op
Lamberts uitvaart.” Ook Soetkins postuum uitgegeven dichtbundel kwam aan bod en
wanneer er een artikel over de punk-posters van Soetkin verschijnt in Zuurvrij (Berichten uit het Letterenhuis)
is dit ook nieuws voor het CDR.
 |
| Wilfried Pas |
Zijn
bijna laatste live-optreden was ter gelegenheid van de viering van de 75-jarige
Wilfried Pas (29/4/1940 - 13 mei 2017) in het stadhuis van Antwerpen, waar hij een
schitterende lofrede hield. Wilfried Pas, die beelden maakte van Paul van Ostaijen,
Gerard Walschap, Willem Elsschot e.a. die her en der in Antwerpen verspreid
staan (zijn beeld van Koning Boudewijn I haalde het nieuws, net zoals dat van Herman Achille graaf Van Rompuy), werkte met Henri
samen voor het boek Mijn luie luipaard:
Emmeke Clement en Paul van Ostaijen (1996) waarvoor hij de illustraties
maakte; Henri schreef ook de tekst voor de catalogus van de
overzichtstentoonstelling van Pas die in 2005 ingericht werd door de Provincie
Antwerpen.
De
laatste maanden heb ik, na een lang – maar moeizaam ‒ gesprek aan zijn
keukentafel, heel wat boekjes (zwarte beertjes) van Havank bij Henri in de bus
gestopt (die hij betaalde met een bankoverschrijving), want dat was zijn bijna
laatste amusement, of was hij toch weer bezig om er iets over te schrijven,
gezeten in zijn cockpit zoals hij zijn bureau noemde? We zullen het pas weten
wanneer zijn huis van de zegels wordt ontdaan.
 |
| Kurt |
Na
zijn dood getuigde Kurt Van Eeghem over Henri: “Hij heeft een zeer ingrijpende
invloed gehad op mij. Hij schreef parels van teksten en essays vol humor, even
mooi in het Nederlands als in het Frans. Het was ook een echte bon vivant die
niet voor twee maar drie leefde. Nachtenlang gingen we op zwier in cafés als de
Pallieter, de Volle Maan of de Vecu (Vereniging Europese Cultuur Uitwisseling),
een privéclub voor kunstenaars en schrijvers. Hij zocht aan de toog ook graag
de controverse op en maakte graag ruzie op intellectueel niveau, maar altijd
was zijn argumentatie stevig onderbouwd."
Bij
het Adieu dat in galerie De Zwarte
Panter werd gehouden in het bijzijn van de urne was er veel volk komen opdagen,
wat iemand de waarheid als een koe ontlokte: “Als zijn vijanden hier nu ook
waren geweest dan was er véél plaats te weinig geweest.”
Kortom,
Henri was een wonderlijk personage dat in zijn eigen roman speelde.
Natuurlijk
waren er ook de hofdames – tegelijk verzorgend personeel en bezorgsters: Pruts
Lantsoght, een leven lang zijn chauffeur, zijn ‘amma’[1],
zijn… voor wie Henri ooit een gedicht schreef dat begon met
Ik heb geen praalgraf nodig om te weten
met wie ik in de eeuwigheid zal slapen
Je naam, gegrift als een teken
beheerst de dreven van mijn waken
(uit: De tijd
van een vreemdeling, Antwerpen, Contramine 1976)
en
ook nog Karin Lebacq (dochter van Bob Lebacq) die de lay-out en verzending van
de CDR-Mededelingen op zich nam en buurvrouw Lucienne Stassaert die Henri
wekelijks de boekenbijlage van De Morgen
en De Standaard aan huis bracht.
Dag
Henri.
[1] Amma, (oma), de stammoeder
van de vrije mannen in de Noorse mythologie