Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

dinsdag 11 juli 2017

EEN MELANCHOLISCHE, KAMELEONTISCHE, ERUDIETE LITERAIRE CONSIGLIERE (DEEL 2)


EEN MELANCHOLISCHE, KAMELEONTISCHE, ERUDIETE LITERAIRE CONSIGLIERE (DEEL 2)

Voor Bosie en Sarah

In 1981 werd Henri hoofdredacteur van de culturele pagina’s van Impact (De Nieuwe). Impact is, naast andere belangrijke publicaties, een uitgave van Sodimp nv waar Pierre Davister de controle heeft, Jacques Lacrosse wordt president-directeur-generaal. Pierre Davister, een oud-journalist van Pourquoi Pas en uitgever van het weekblad Spécial, was een vertrouweling van Tsjombe, maar na de machtsgreep van Mobutu veranderde hij het geweer van schouder. Davister had er alle belang bij dat Mobutu aan de macht bleef, zodat hij in Congo zijn media-imperium verder kon uitbreiden. Hij wordt ook genoemd in de zaak van de destructie van het monument van Patrice Lumumba. Davister omringt zich met Françoise Masson, Michèle Ferricelli, Henri, Youri Demeure en Gaston Leroux.
De Nieuwe Impact wil een dwarsligger zijn: ‘ons tijdperk is een tijdperk waarin de mensen er genoeg van hebben’. In het nummer 1 van 1981 vinden we De Brief van Henri-Floris Jespers: Een best aardige koning. Zes pagina’s lichtjes ironische tekst over het 150 jaar bestaande Belgische koningshuis, waarin hij schrijft: “Morgen of overmorgen zal de troon haast onzichtbaar zijn geworden, de schatkist leeg en de ‘Belgen’ hopeloos en reddeloos verdeeld.” In het meinummer is de brief van 



Henri plotseling in de handen van Pierre Davister gevallen. De brief krijgt de naam Nguza: de waarheid mee. Jean Nguza is van de ene dag op de andere
Nguza Karl-I-Bond
Citoyen Nguza Karl-I-Bond geworden. Het artikel eindigt met: “Laten we de generaal geruststellen. De oppositie zal nu niet begiftigd worden met een echte vedette. Nguza is vermoeid, erg vermoeid. Zoals allen die onvoorwaardelijk de mobutistische zaak hebben gediend en terugbetaald werden met zwarte ondankbaarheid.” Davister keert Mobutu de rug toe, dat is duidelijk. Ikzelf heb Nguza tweemaal ontmoet. Nguza was een lieve innemende man die de vreselijkste folteringen had doorstaan, maar positief bleef en het boek Mobutu voorbij: blauwdruk voor de derde Kongolese republiek (1983) dankzij de tussenkomst van Henri bij mijn uitgeverij onderbracht.
De culturele pagina’s werden gevuld door de vrienden: Paul de Vree p.p. wiens Verzameld Proza 1938-1972) in 1975 bij mijn uitgeverij verscheen met een woord vooraf van Henri-Floris Jespers, hoewel De Vree p.p. eigenlijk meer bekend was als dichter, criticus en essayist en zich vanaf 1963 alleen nog maar toelegde op concrete en visuele poëzie. Patrick Conrad p.p. mocht ook niet ontbreken, ja daar is Frank Albers ook weer, de dichter Ludoviek Andries, de notoire galspuwer Danny De Laet, die tevens redactiesecretaris was, en die voor de rest van zijn leven met zowat iedereen in de clinch heeft gelegen,Vlaamse dichter en criticus Willy Vaerewijck die als journalist zijn sporen verdiende bij de socialistische krant Volksgazet en in 1969 hoofd werd van het persbureau Belga, Georges Adé p.p. en Nic van Bruggen p.p. Ik schreef diverse artikelen onder de naam Laagvlieger.
Het is in die dagen dat Henri ‒ die een grote bewonderaar van Kim Philby was, de Engelsman die voor de Russen spioneerde samen met zijn vrienden ‒ regelmatig bezoekjes brengt aan het Oostblok. Zijn bezoeken aan de Leipziger
Kim Philby
Messe en Leipziger Buchmesse, om zijn bezoeken aan Moskou niet te vergeten, dragen er toe bij dat Henri in die periode regelmatig een drink uitbrengt op de Onoverwinnelijke Sovjetlegers, waarop de omstanders driemaal luid: “Hoera! Hoera! Hoera!” moeten uitroepen. Henri, die ik er op een bepaald ogenblik van verdacht dat hij in de voetsporen van Philby wilde lopen, hield ervan om over de (wereld)politiek te praten en we hebben enkele keren samen naar liederen uit de Spaanse Burgeroorlog zitten luisteren. Zowel die van de franquisten als die van de Internationale Brigades. Ik liet hem de naald enkele keren terug op Los cuatro generales (ook bekend als Mamita mia en Coplas por la defensa de Madrid) zetten. Het lied wordt gezongen op de melodie die ook werd gebruikt voor Los Cuatro Muleros van Federico Garcia Lorca. De vier generaals zijn Francisco Franco, Emilio Mola, José Sanjurjo en Gonzalo Queipo de Llano die langs vier zijden in colonne oprukken naar Madrid. Tegelijk bevat het lied een verwijzing naar de vijfde colonne (uitdrukking die ontstond tijdens de Spaanse Burgeroorlog na een radiotoespraak van generaal Mola), zijnde verkapte aanhangers van Franco in Madrid zelf.

Wanneer Henri Impact verlaat om op het kabinet van minister van Financiën en Begroting, Hugo Schiltz, in de eerste Vlaamse Executieve (1981-1984) te belanden, weet ik niet meer, maar ook daar komen we de vrienden weer tegen, met enkele nieuwe gezichten: Danny De Laet, Nic van Bruggen p.p., Hendrik Carette (die we nu regelmatig tegenkomen in ‘t Pallieterke als boekbespreker en die in 1974 debuteerde met het uitzonderlijke Winter te Damme & andere minder beroemde gedichten van de jonge meester) en Christiaan Dutoit. Christian Dutoit (1956-2016) was later stichter en hoofdredacteur van het linkse Vlaams-nationale maandblad Meervoud dat hij meer dan 25 jaar leidde. Tegelijkertijd was hij ook de spil van het Vlaams Huis in Brussel, al bijna 20 jaar het epicentrum van de Vlaamse Beweging in Brussel, thuisbasis van Meervoud, naast onder meer het Vlaams Komitee voor Brussel en de Brusselse afdeling van de Vlaamse Volksbeweging. Ronny De Schepper schreef over Dutoit: “Hij deed zijn kandidaturen geschiedenis aan de pas opgerichte KULAK en zijn licentie aan de KUL. Zijn thesis ging over de activist en later Vlaamsgezinde communist Jef van Extergem (later uitgegeven bij die andere dwarsligger Soethoudt). Kwatongen beweren dat veel van deze thesis door anderen zou zijn geschreven, want Christian was toen al overbelast.” Wat Els Witte[1] ertoe aanzette om het boek in Ons Erfdeel te vernietigen met één zinnetje: “Jef van Extergem verdiende echter meer dan een biografie in brochurevorm.”


Elsa (Els) barones Witte is een Belgische historica, die zich heeft  gespecialiseerd in de hedendaagse geschiedenis. Zij is emeritus-hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel.

(DEEL 3 VOLGT MORGEN)

2 opmerkingen:

  1. Schiltz was toen minister van begroting in de federale Belgische regering. Dus niet in de Vlaamse regering

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Leo De Ley
    11 July 17:53
    Tijdens de periode die Walter hier beschrijft was Hugo minister van Financiën in de Vlaamse Regering toen trouwens nog de Vlaamse Executieve geheten...

    BeantwoordenVerwijderen