Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

woensdag 12 juli 2017

EEN MELANCHOLISCHE, KAMELEONTISCHE, ERUDIETE LITERAIRE CONSIGLIERE (DEEL 3)


Voor Veerle


Schiltz mag dan alles van financiën hebben geweten, Henri-Floris was als perschef een unicum, vooral omdat hij zich op zijn gemak voelde bij de groten der wereld en hen kon fêteren in de beste restaurants van Brussel en omstreken. Iedereen die iets te betekenen heeft in de politieke pers en de politici van de lagere echelons zit met hem aan tafel, naast veel grote heren uit de zakenwereld.
Sommige kwaadsprekers beweren zelfs dat ooit iemand heeft gezegd dat Henri de duurste hoer was die Schiltz ooit heeft gehad. Henri strooide het geld rond alsof hij Midas zelf was, maar in zijn voordeel moet dan weer worden gezegd dat Schiltz bijna dagelijks nieuws was in alle dag-, week- en maandbladen. Diezelfde kwaadsprekers van voorheen beweren ook dat Henri-Floris Jespers p.p. wel eens de medeauteur zou kunnen zijn van Macht en Onmacht van de Vlaamse Beweging (1982) en Uitdaging aan de Vlaamse Meerderheid (1985) die bij mijn uitgeverij verschenen onder de naam van Hugo Schiltz.
Schiltz, die blijkbaar bezig was om een klein persimperium op te bouwen, koopt zich in 1984 in uitgeverij Soethoudt in, samen met Martin Lemmens, een olieboer die op zoek is naar politieke steun voor het een of het ander, en advocaat Paul Doevenspeck, wat dan Soethoudt en C° wordt. Lemmens leidt de nv Belgian Oil Services (dat vieze olie omzet naar herbruikbare olie), daarnaast is hij ook hoofd van de nv Antwerp Shiprepair (waar nogal wat vieze olie wordt gewonnen).
Karin Lemmens komt bij ons op het kantoor aan de Eggestraat (Antwerpen) zitten. Henri bezoekt nu en dan de Van Steenlandtstraat (Antwerpen) waar Soethoudt & C° nu blijkbaar gevestigd is, maar Nadine en ik blijven op onze stek in de Eggestraat.
Het gezeik begint, ik krijg boeken toegeschoven waarvan ik het nut helemaal niet inzie. Maar er is Diogenes, het literaire tijdschrift dat een plaatsvervanger moet zijn voor het Nieuw Vlaams Tijdschrift waarvan enkele redactieleden ook overstapten. De meeste redactieleden gingen echter hun heil zoeken bij het Nieuw Wereldtijdschrift.
In de hoofdredactie van Diogenes komen we Georges Adé p.p. (1936-1992) tegen. Adé was romanist, dichter en prozaschrijver, radio- en tv-criticus en publiceerde studies over semiotiek en linguïstiek. In 1977 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Katholieke Vlaamse Hogeschool te Antwerpen. Aan zijn zijde vochten Hubert Lampo, Ivo Michiels, Renaat Ramon en Erik van Ruysbeek. De redactiesecretaris wordt Luc Pay, leraar Germaanse talen, die ook zijsprongen maakt in het theatergezelschap Epidauros, waar hij als ode aan de acteur Julien Schoenaerts de Apologie van Socrates al meermalen ten tonele bracht, ook speelde hij mee in Caligula (2015) een productie van het Toneelhuis (Antwerpen).
Ook hier komen we de vrienden weer tegen: dichter Wilfried Adams, Frank Albers, dichter Ludoviek Andries, dichter Hendrik Carette, Danny De Laet, dichter Dirk van Bastelaere, dichter Nic van Bruggen p.p., Gust van Brussel en Tony Rombouts, die zich op de eerste plaats dichter noemt, ook wel eens proza schreef, maar zich vooral als uitgever van gedichten manifesteerde met zijn eigen uitgeverij Contramine en dat samen met zijn toenmalige vrouw, de dichteres Maris Bayar. Diogenes moet de literaire tegenhanger worden van het meer politiek gerichte
Hugo en Veerle Schiltz


(wordt vervolgd)
Vlaanderen Morgen (hier komen we Christiaan Dutoit en Henri weer tegen) dat al enkele jaren de gezegende hand van Schiltz boven zich voelt en waarin deze onder de naam Roskam schitterende cursiefjes – soms politiek getint ‒ schrijft; de verantwoordelijke uitgever is Veerle Schiltz (licentiate geschiedenis).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten