Voor Veerle
Schiltz mag dan alles van financiën hebben geweten,
Henri-Floris was als perschef een unicum, vooral omdat hij zich op zijn gemak
voelde bij de groten der wereld en hen kon fêteren in de beste restaurants van
Brussel en omstreken. Iedereen die iets te betekenen heeft in de politieke pers
en de politici van de lagere echelons zit met hem aan tafel, naast veel grote
heren uit de zakenwereld.
Sommige kwaadsprekers beweren zelfs dat ooit iemand
heeft gezegd dat Henri de duurste hoer was die Schiltz ooit heeft gehad. Henri
strooide het geld rond alsof hij Midas zelf was, maar in zijn voordeel moet dan
weer worden gezegd dat Schiltz bijna dagelijks nieuws was in alle dag-, week-
en maandbladen. Diezelfde kwaadsprekers van voorheen beweren ook dat
Henri-Floris Jespers p.p. wel eens de medeauteur zou kunnen zijn van Macht en Onmacht van de Vlaamse Beweging
(1982) en Uitdaging aan de Vlaamse
Meerderheid (1985) die bij mijn uitgeverij verschenen onder de naam van
Hugo Schiltz.
Schiltz, die blijkbaar bezig was om een klein
persimperium op te bouwen, koopt zich in 1984 in uitgeverij Soethoudt in, samen
met Martin Lemmens, een olieboer die op zoek is naar politieke steun voor het
een of het ander, en advocaat Paul Doevenspeck, wat dan Soethoudt en C° wordt.
Lemmens leidt de nv Belgian Oil Services (dat vieze olie omzet naar
herbruikbare olie), daarnaast is hij ook hoofd van de nv Antwerp Shiprepair
(waar nogal wat vieze olie wordt gewonnen).
Karin Lemmens komt bij ons op het kantoor aan de
Eggestraat (Antwerpen) zitten. Henri bezoekt nu en dan de Van Steenlandtstraat
(Antwerpen) waar Soethoudt & C° nu blijkbaar gevestigd is, maar Nadine en
ik blijven op onze stek in de Eggestraat.
Het gezeik begint, ik krijg boeken toegeschoven
waarvan ik het nut helemaal niet inzie. Maar er is Diogenes, het literaire tijdschrift dat een plaatsvervanger moet
zijn voor het Nieuw Vlaams Tijdschrift
waarvan enkele redactieleden ook overstapten. De meeste redactieleden gingen
echter hun heil zoeken bij het Nieuw
Wereldtijdschrift.
In de hoofdredactie van Diogenes komen we Georges Adé p.p. (1936-1992) tegen. Adé was romanist,
dichter en prozaschrijver, radio- en tv-criticus en publiceerde studies over
semiotiek en linguïstiek. In 1977 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de
Katholieke Vlaamse Hogeschool te Antwerpen. Aan zijn zijde vochten Hubert Lampo, Ivo Michiels, Renaat Ramon en Erik van
Ruysbeek. De redactiesecretaris wordt Luc Pay, leraar
Germaanse talen, die ook zijsprongen maakt in het theatergezelschap Epidauros, waar hij als ode aan de
acteur Julien Schoenaerts de Apologie van
Socrates al meermalen ten tonele bracht, ook speelde hij mee in Caligula
(2015) een productie van het Toneelhuis (Antwerpen).
Ook hier komen we de vrienden weer tegen: dichter Wilfried Adams, Frank
Albers, dichter Ludoviek Andries, dichter Hendrik Carette, Danny De Laet, dichter
Dirk van Bastelaere, dichter Nic van Bruggen p.p., Gust van Brussel en Tony
Rombouts, die zich op de eerste plaats dichter noemt, ook wel eens proza
schreef, maar zich vooral als uitgever van gedichten manifesteerde met zijn
eigen uitgeverij Contramine en dat
samen met zijn toenmalige vrouw, de dichteres Maris Bayar. Diogenes moet de literaire tegenhanger worden van het meer politiek
gerichte
![]() |
Hugo en Veerle Schiltz
(wordt vervolgd)
|
Vlaanderen Morgen (hier komen
we Christiaan Dutoit en Henri weer tegen) dat al enkele jaren de gezegende hand
van Schiltz boven zich voelt en waarin deze onder de naam Roskam schitterende cursiefjes – soms politiek getint ‒ schrijft;
de verantwoordelijke uitgever is Veerle Schiltz (licentiate geschiedenis).


Geen opmerkingen:
Een reactie posten