Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

donderdag 6 juli 2017

EEN MELANCHOLISCHE, KAMELEONTISCHE, ERUDIETE LITERAIRE CONSIGLIERE


EEN MELANCHOLISCHE, KAMELEONTISCHE, ERUDIETE LITERAIRE CONSIGLIERE

Ooit behoorde ik tot de hofhouding van Henri-Floris Jespers p.p. Hij was het die mijn toen al tien jaar bestaande uitgeverij in 1974 een duw in de goede ‘literaire’ richting gaf en mij zijn boek Toekomstig en onafwendbaar herdenkingsceremonieel liet uitgeven. Hij beschouwde het als een gunst aan mij, en dat was het ook, want het gevolg was dat ik datzelfde jaar ook de best
Soethoudt/Van Bruggen
besproken gedichtenbundel Ademloos Seizoen van Nic van Bruggen p.p. uitgaf en het daaropvolgende jaar Het dagboek van een Pink Poet van diezelfde Nic.
1975 werd een vruchtbaar jaar, met Achilleus van Saint-Rémy[1] (22/12/1913-21/8/1979) aquarellist, graficus, kalligraaf, romanschrijver (die zowel in het Nederlands als in het Frans schreef), dichter, tekenaar en vertaler, de eerste in een lange reeks dichtbundels van zijn hand, en Beroepsgeheim van Willem M. Roggeman, ook al een eerste in een serie.
Henri had het signaal gegeven en zijn Geen seizoenen als vroeger (1976) was het begin van een serie sterke ‘literaire’ titels: 33 werkwoorden en andere miezerigheden (1976), door de pers geprezen gedichten van Frank de Crits, Geschiedenis van de revolutie (1977), het debuut van Jean-Marie Berckmans die later als romanschrijver en cabaretier (Circus Bulderdrang)[2] bekend zou worden, en dat vooral om zijn tragische leven als manisch depressief personage in zijn eigen boeken, Honderd gedichten (1977) van Nic van Bruggen p.p., dichter, publicist, kunstcriticus, sportjournalist, reclametekstschrijver en beeldend kunstenaar ‒ in die laatste hoedanigheid gebruikte hij de naam Nicolaas. Was redacteur van het Antwerpse avant-garde tijdschrift Frontaal (1957-1959). Was ook medeoprichter met Patrick Conrad van de Pink Poets.
Dan is er nog de met de Prijs van de Stad Brussel bekroonde De dood en de dageraad (1977) en De omtrek en het centrum (1978) van Erik van Ruysbeek, vervolgens nog drie boeken van Henri zelf, Het bed van Procrustes (1978), Het ritselen van vleugels (1979) en De boog van Ulysses (1983). In 1979 was het Ivo Michiels die mijn lijst van uitgaven sierde met de essaybundel Luister hoe dit beeld hoe die lijn hoe die kleur hoe dit vlak luister. In 1980 was er de dichtbundel Broedgebied van Frank Albers, die hij in 1982 liet volgen door zijn schitterend romandebuut Angst van een sneeuwman. Karel Osstyn schrijft in Ons
Frank Albers
Erfdeel: “Frank Albers' Angst van een sneeuwman heeft opvallend veel lovende stemmen doen opgaan en terecht. Het is een voortreffelijk boek van een jonge schrijver. Zoiets trekt natuurlijk de aandacht, omdat jongeren zich in Vlaanderen minder van het medium literatuur zijn gaan bedienen, of de kans daartoe niet krijgen. Frank Albers behoort niet tot een stille generatie, maar tot een zwijgende generatie. Het is niet moeilijk om te ontdekken waarom dat zwijgen in acht wordt genomen. In de eerste plaats is er momenteel weinig stimulans om wat dan ook in literatuur te sublimeren. Ten tweede is er het gevoel dat literatuur niets essentieels toe te voegen heeft aan de troosteloosheid, die ook in de andere media heerst. Toch moeten er in Vlaanderen nog jongeren zijn die interessante dingen schrijven; onze noordergrens kan door de creativiteit en de kwaliteit heen toch niet zo'n scheidingslijn trekken. Angst van een sneeuwman is, ondanks zijn weinig opwekkende inhoud, de gelukkige bevestiging van dat idee.”
Ook in 1980 maak ik een romanbewerking van het scenario van Slachtvee van de hand van Patrick Conrad p.p. en van dichter en beeldend kunstenaar Marcel van Maele (van wie ik de eerste Gebottelde Gedichten uitgaf). Verlaten landschap (1980) van Gust van Brussel verschijnt bij mijn uitgeverij, in 1984 gevolgd door het schitterende De waanzinnige stad, dar door Henri “een onvolprezen SF-roman” werd genoemd. In februari 2015 schreef Henri over Van Brussel: “Gust van Brussel is geen beaat vooruitgangsoptimist. Maar nog minder een doemdenker. Dat blijkt voldoende uit zijn veelzijdige en geschakeerd oeuvre.” Gust Van Brussel (12/9/1924-20/5/2015) was tot aan zijn pensionering de public relations man van de Generale Bank, tevens voorzitter van de Marnixring Antwerpen-centrum[3] en was de stichter en animator van Het Literair Salon (start 15/10/1985) te Antwerpen.
Dirk van Bastelaere
In datzelfde 1984 is er de debuutbundel van Dirk van Bastelaere (23/10/1960) Vijf jaar (Prijs voor het beste literaire debuut 1985). Dirk van Bastelaere (23/10/1960) is een Vlaams postmoderne dichter, essayist en vertaler. Lange tijd was hij press officer van SD Worx. Van 2014 tot zijn ontslag in 2016 was hij werkzaam als woordvoerder van de N-VA-fracties in de Kamer en de Senaat.


[1] In 1941 gaat hij aan de slag als recensent en vertaler onder andere voor Het Vlaamsche Land, een oorlogskrant met uitgesproken Nieuwe-Orde-strekking (1941-1944), wat hem een zgn. ‘oorlogsverleden’ oplevert.
[2] Volgens Wikipedia was Circus Bulderdrang een Vlaams gezelschap, dat in 1994 werd opgericht door Manu Bruynseraede, Vitalski, Steven Grietens, Geert Beulens en Jean-Marie Berckmans. Oorspronkelijk was het gezelschap voornamelijk gericht op taal (met name gedichten). Circus Bulderdrang evolueerde tot een theater- en muziekgezelschap, met speciale aandacht voor literatuur. Absurdisme was een sleutelbegrip in het oeuvre van het ensemble. 
[3] De Marnixring situeert zijn activiteiten en projecten vooral in een sociaal-culturele context.

HET VERVOLG OP DINSDAG 11 JULI 2017


1 opmerking:

  1. Dirk Van Bastelaere was bovenal docent aan de academie van Antwerpen. Ik twijfel nog steeds of hij wel volledig postmodernist is. Hij is vooral een vurig verdediger van de moderne poëzie. Ik heb wel aardig wat boeken van je uitgeverij gelezen, waaronder die van Henri

    BeantwoordenVerwijderen