EEN MELANCHOLISCHE, KAMELEONTISCHE, ERUDIETE LITERAIRE
CONSIGLIERE
Ooit behoorde ik tot de hofhouding van Henri-Floris
Jespers p.p. Hij was het die mijn toen al tien jaar bestaande uitgeverij in
1974 een duw in de goede ‘literaire’ richting gaf en mij zijn boek Toekomstig en onafwendbaar
herdenkingsceremonieel liet uitgeven. Hij beschouwde het als een gunst aan
mij, en dat was het ook, want het gevolg was dat ik datzelfde jaar ook de best
besproken gedichtenbundel Ademloos
Seizoen van Nic van Bruggen p.p. uitgaf en het daaropvolgende jaar Het dagboek van een Pink Poet van
diezelfde Nic.
![]() |
| Soethoudt/Van Bruggen |
1975 werd een vruchtbaar jaar, met Achilleus van Saint-Rémy[1]
(22/12/1913-21/8/1979) aquarellist,
graficus, kalligraaf, romanschrijver (die zowel in het Nederlands als in het
Frans schreef), dichter, tekenaar en vertaler, de eerste in een lange reeks dichtbundels van zijn hand, en Beroepsgeheim van Willem M. Roggeman,
ook al een eerste in een serie.
|
Henri had het signaal gegeven en zijn Geen seizoenen als vroeger (1976) was
het begin van een serie sterke ‘literaire’ titels: 33 werkwoorden en andere miezerigheden (1976), door de pers
geprezen gedichten van Frank de Crits, Geschiedenis
van de revolutie (1977), het debuut van Jean-Marie Berckmans die later
als romanschrijver en cabaretier (Circus
Bulderdrang)[2]
bekend zou worden, en dat vooral om zijn tragische leven als manisch
depressief personage in zijn eigen boeken, Honderd gedichten
(1977) van Nic van Bruggen p.p., dichter,
publicist, kunstcriticus, sportjournalist, reclametekstschrijver en beeldend
kunstenaar ‒ in die laatste hoedanigheid gebruikte hij de naam Nicolaas. Was
redacteur van het Antwerpse avant-garde tijdschrift Frontaal
(1957-1959). Was ook medeoprichter met Patrick Conrad van de Pink Poets.
Dan is er nog de met de Prijs van de Stad Brussel
bekroonde De dood en de dageraad
(1977) en De omtrek en het centrum
(1978) van Erik van Ruysbeek, vervolgens nog drie boeken van Henri zelf, Het bed van Procrustes (1978), Het ritselen van vleugels (1979) en De boog van Ulysses (1983). In 1979 was
het Ivo Michiels die mijn lijst van uitgaven sierde met de essaybundel Luister hoe dit beeld hoe die lijn hoe die
kleur hoe dit vlak luister. In 1980 was er de dichtbundel Broedgebied van Frank Albers, die hij
in 1982 liet volgen door zijn schitterend romandebuut Angst van een sneeuwman. Karel Osstyn schrijft in Ons
|
|||
Erfdeel: “Frank
Albers' Angst van een sneeuwman heeft opvallend veel lovende stemmen
doen opgaan en terecht. Het is een voortreffelijk boek van een jonge
schrijver. Zoiets trekt natuurlijk de aandacht, omdat jongeren zich in
Vlaanderen minder van het medium literatuur zijn gaan bedienen, of de kans daartoe
niet krijgen. Frank Albers behoort niet tot een stille generatie, maar tot
een zwijgende generatie. Het is niet moeilijk om te ontdekken waarom dat
zwijgen in acht wordt genomen. In de eerste plaats is er momenteel weinig
stimulans om wat dan ook in literatuur te sublimeren. Ten tweede is er het
gevoel dat literatuur niets essentieels toe te voegen heeft aan de
troosteloosheid, die ook in de andere media heerst. Toch moeten er in
Vlaanderen nog jongeren zijn die interessante dingen schrijven; onze noordergrens
kan door de creativiteit en de kwaliteit heen toch niet zo'n scheidingslijn
trekken. Angst van een sneeuwman is, ondanks zijn weinig opwekkende
inhoud, de gelukkige bevestiging van dat idee.”
|
Ook in 1980 maak ik een romanbewerking van het
scenario van Slachtvee van de hand
van Patrick Conrad p.p. en van dichter en beeldend kunstenaar Marcel van Maele
(van wie ik de eerste Gebottelde Gedichten uitgaf). Verlaten landschap (1980) van Gust van Brussel verschijnt bij mijn
uitgeverij, in 1984 gevolgd door het schitterende De waanzinnige stad, dar door Henri “een onvolprezen SF-roman” werd
genoemd. In februari 2015 schreef Henri over Van Brussel: “Gust van Brussel is
geen beaat vooruitgangsoptimist. Maar nog minder een doemdenker. Dat blijkt
voldoende uit zijn veelzijdige en geschakeerd oeuvre.” Gust Van Brussel (12/9/1924-20/5/2015) was tot aan zijn pensionering de
public relations man van de Generale Bank, tevens voorzitter van de Marnixring Antwerpen-centrum[3]
en was de stichter en animator van Het
Literair Salon (start 15/10/1985) te Antwerpen.
In datzelfde
1984 is er de debuutbundel van Dirk van Bastelaere (23/10/1960) Vijf jaar (Prijs voor het beste
literaire debuut 1985). Dirk van
Bastelaere (23/10/1960) is een Vlaams postmoderne dichter, essayist en
vertaler. Lange tijd was hij press officer van SD Worx. Van 2014 tot zijn
ontslag in 2016 was hij werkzaam als woordvoerder van de N-VA-fracties in de
Kamer en de Senaat.
![]() |
| Dirk van Bastelaere |
[1] In 1941 gaat hij aan de
slag als recensent en vertaler onder andere voor Het Vlaamsche Land, een
oorlogskrant met uitgesproken Nieuwe-Orde-strekking (1941-1944), wat hem een
zgn. ‘oorlogsverleden’ oplevert.
[2]
Volgens Wikipedia was Circus Bulderdrang een Vlaams
gezelschap, dat in 1994 werd opgericht door Manu Bruynseraede, Vitalski, Steven
Grietens, Geert Beulens en Jean-Marie Berckmans. Oorspronkelijk was het
gezelschap voornamelijk gericht op taal (met name gedichten). Circus
Bulderdrang evolueerde tot een theater- en muziekgezelschap, met speciale
aandacht voor literatuur. Absurdisme was een sleutelbegrip in het oeuvre van
het ensemble.
[3] De Marnixring situeert
zijn activiteiten en projecten vooral in een sociaal-culturele context.
HET VERVOLG OP DINSDAG 11 JULI 2017




Dirk Van Bastelaere was bovenal docent aan de academie van Antwerpen. Ik twijfel nog steeds of hij wel volledig postmodernist is. Hij is vooral een vurig verdediger van de moderne poëzie. Ik heb wel aardig wat boeken van je uitgeverij gelezen, waaronder die van Henri
BeantwoordenVerwijderen