EEN MELANCHOLISCHE, KAMELEONTISCHE, ERUDIETE LITERAIRE
CONSIGLIERE (DEEL 2)
Voor Bosie en Sarah
In 1981 werd Henri hoofdredacteur van de culturele
pagina’s van Impact (De Nieuwe).
Impact is, naast andere belangrijke publicaties, een uitgave van Sodimp nv waar
Pierre Davister de controle heeft, Jacques Lacrosse wordt
president-directeur-generaal. Pierre Davister, een oud-journalist van Pourquoi Pas en uitgever van het
weekblad Spécial, was een
vertrouweling van Tsjombe, maar na de machtsgreep van Mobutu veranderde hij het
geweer van schouder. Davister had er alle belang bij dat Mobutu aan de macht
bleef, zodat hij in Congo zijn media-imperium verder kon uitbreiden. Hij wordt
ook genoemd in de zaak van de destructie van het monument van Patrice Lumumba.
Davister omringt zich met Françoise Masson, Michèle Ferricelli, Henri, Youri
Demeure en Gaston Leroux.
Henri
plotseling in de handen van Pierre Davister gevallen. De brief krijgt de naam Nguza: de waarheid mee. Jean Nguza is
van de ene dag op de andere
Citoyen Nguza Karl-I-Bond geworden. Het artikel
eindigt met: “Laten we de generaal geruststellen. De oppositie zal nu niet
begiftigd worden met een echte vedette. Nguza is vermoeid, erg vermoeid. Zoals allen
die onvoorwaardelijk de mobutistische zaak hebben gediend en terugbetaald
werden met zwarte ondankbaarheid.” Davister keert Mobutu de rug toe, dat is
duidelijk. Ikzelf heb Nguza tweemaal ontmoet. Nguza was een lieve innemende man
die de vreselijkste folteringen had doorstaan, maar positief bleef en het boek Mobutu voorbij: blauwdruk voor de derde
Kongolese republiek (1983) dankzij de tussenkomst van Henri bij mijn
uitgeverij onderbracht.
![]() |
| Nguza Karl-I-Bond |
De culturele pagina’s werden gevuld door de vrienden:
Paul de Vree p.p. wiens Verzameld Proza 1938-1972) in 1975 bij mijn
uitgeverij verscheen met een woord vooraf van Henri-Floris Jespers, hoewel De
Vree p.p. eigenlijk meer bekend was als dichter, criticus en essayist en zich vanaf
1963 alleen nog maar toelegde op concrete en visuele poëzie. Patrick Conrad p.p.
mocht ook niet ontbreken, ja daar is Frank Albers ook weer, de dichter Ludoviek
Andries, de notoire galspuwer Danny De Laet, die tevens redactiesecretaris was,
en die voor de rest van zijn leven met zowat iedereen in de clinch heeft
gelegen,Vlaamse dichter en criticus Willy Vaerewijck die als journalist zijn
sporen verdiende bij de socialistische krant Volksgazet en in 1969 hoofd werd van het persbureau Belga, Georges Adé p.p. en Nic van
Bruggen p.p. Ik schreef diverse artikelen onder de naam Laagvlieger.
Het is in die dagen dat Henri ‒ die een grote
bewonderaar van Kim Philby was, de Engelsman die voor de Russen spioneerde
samen met zijn vrienden ‒ regelmatig
bezoekjes brengt aan het Oostblok. Zijn bezoeken aan de Leipziger
Messe en
Leipziger Buchmesse, om zijn bezoeken aan Moskou niet te vergeten, dragen er
toe bij dat Henri in die periode regelmatig een drink uitbrengt op de
Onoverwinnelijke Sovjetlegers, waarop de omstanders driemaal luid: “Hoera!
Hoera! Hoera!” moeten uitroepen. Henri, die ik er op een bepaald ogenblik van verdacht
dat hij in de voetsporen van Philby wilde lopen, hield ervan om over de
(wereld)politiek te praten en we hebben enkele keren samen naar liederen uit de
Spaanse Burgeroorlog zitten luisteren. Zowel die van de franquisten als die van
de Internationale Brigades. Ik liet hem de naald enkele keren terug op Los cuatro generales (ook bekend als Mamita mia en Coplas por la defensa de Madrid) zetten. Het lied wordt gezongen op
de melodie die ook werd gebruikt voor Los
Cuatro Muleros van Federico Garcia Lorca. De vier generaals zijn Francisco
Franco, Emilio Mola, José Sanjurjo en Gonzalo Queipo de Llano die langs vier
zijden in colonne oprukken naar Madrid. Tegelijk bevat het lied een verwijzing
naar de vijfde colonne (uitdrukking die ontstond tijdens de Spaanse
Burgeroorlog na een radiotoespraak van generaal Mola), zijnde verkapte
aanhangers van Franco in Madrid zelf.
![]() |
| Kim Philby |
Wanneer Henri Impact
verlaat om op het kabinet van minister van Financiën en Begroting, Hugo Schiltz,
in de eerste Vlaamse Executieve (1981-1984) te belanden, weet ik niet meer, maar
ook daar komen we de vrienden weer tegen, met enkele nieuwe gezichten: Danny De
Laet, Nic van Bruggen p.p., Hendrik Carette (die we nu regelmatig tegenkomen in
‘t Pallieterke als boekbespreker en
die in 1974 debuteerde met het uitzonderlijke Winter te Damme & andere
minder beroemde gedichten van de jonge meester) en Christiaan Dutoit. Christian Dutoit (1956-2016)
was later stichter en hoofdredacteur van het linkse Vlaams-nationale maandblad Meervoud dat hij meer dan 25
jaar leidde. Tegelijkertijd was hij ook de spil van het Vlaams Huis
in Brussel, al bijna 20 jaar het epicentrum van de Vlaamse Beweging in
Brussel, thuisbasis van Meervoud, naast
onder meer het Vlaams Komitee voor Brussel en de Brusselse afdeling van
de Vlaamse Volksbeweging. Ronny De Schepper schreef over Dutoit: “Hij deed
zijn kandidaturen geschiedenis aan de pas opgerichte KULAK en zijn licentie aan
de KUL. Zijn thesis ging over de activist en later Vlaamsgezinde communist Jef
van Extergem (later uitgegeven bij die andere dwarsligger Soethoudt). Kwatongen
beweren dat veel van deze thesis door anderen zou zijn geschreven, want
Christian was toen al overbelast.” Wat Els Witte[1]
ertoe aanzette om het boek in Ons Erfdeel
te vernietigen met één zinnetje: “Jef van Extergem verdiende echter meer dan
een biografie in brochurevorm.”



Schiltz was toen minister van begroting in de federale Belgische regering. Dus niet in de Vlaamse regering
BeantwoordenVerwijderenLeo De Ley
BeantwoordenVerwijderen11 July 17:53
Tijdens de periode die Walter hier beschrijft was Hugo minister van Financiën in de Vlaamse Regering toen trouwens nog de Vlaamse Executieve geheten...