vrijdag 22 mei 2026
maandag 18 mei 2026
RUSTPLAATS
zondag 17 mei 2026
woensdag 13 mei 2026
donderdag 30 april 2026
CONTRACTBREUK
Op 8 maart 2016, ik was 77,5, kreeg ik een nieuwe identiteitskaart en die zou dan geldig zijn tot 8 maart 2046. Dat laatste werd mij verzekerd door een lieftallige dame die duidelijk ooit achter het IJzeren Gordijn haar oorsprong had. Thuis maakte ik er nog grapjes over, misschien had Rusland of een van de satellietstaten een plan uitgewerkt om Antwerpen een pee te stoven?
Dat was de tijd dat ik nog 10.000 en meer stappen per dag deed, dat ik geen halsbrekende toeren moest uithalen om mijn onderbroek en kousen aan te trekken en dat mijn geheugen nog springlevend was.
Toen ik
echter enkele dagen geleden op mijn pensioen wilde, weigerde dat mijn
kaart te lezen. Dan op 29 april maar eens naar de dienst bevolking (4.714
stappen heen en weer), waar ik te horen kreeg van de dame aan de balie, nadat
ze mijn identiteitskaart in een gleufje had gestoken: “Ha, dat is een van die
30 jaar geldende kaarten. Ja, die is geblokkeerd, u moet een nieuwe kaart
aanvragen.” “Kan dat nu?” “Neen, daarvoor moet u een aanvraag indienen en dat kan
hier wel.” “Oké” “Kun je op woensdag 13 mei om 11.20 uur?” “Oké.” “Ik stuur nog
een mail.” “Bedankt.”
Nou, ik weet
niet wat het me allemaal gaat kosten, maar als het Stad zijn contact eenzijdig
verbreekt, ben ik ervan overtuigd dat het mij niks mag kosten. Eerlijk is
eerlijk!
maandag 27 april 2026
STRAF GETEKEND
Als je in je zoekfunctie Majoor Kopaf advn intikt, krijg je het hele verhaal van de majoor voorgeschoteld, natuurlijk zonder de vele spotprenten die toentertijd verschenen. Die moet je gaan bekijken - nadat je twee trappen hebt beklommen - in het ADVN archief voor nationale bewegingen aan de Lange Leemstraat 26, 2018 Antwerpen, waar de expo Straf Getekend tot 31 augustus te zien is. Open van 9 tot 17 uur op weekdagen - NIET op zondag - dat is meer voor den Aldi.
Als je vervolgens Gard Sivik als zoekertje opgeeft, krijg je wat uitleg over het avant-gardetijdschift dat in 1955 werd opgericht door Gust Gils en Paul Snoek. Maar... er is een maar, de titel werd gehaald bij het jazzcafé met... net dezelfde naam en dat café werd uitgebaat door Herman Denkens, die ook het tijdschrift financierde. Denkens, acteur, kunstschilder, cartoonist, graficus en decorontwerper, was ook de illustrator van Gard Sivik. De enkele schitterende omslagen van het tijdschrift
Rommelpot die je op de tentoonstelling kunt zien van Denkens - onder het pseudoniem Wannes - zijn echt de moeite waard. Later werd Denkens een grote naam in de advertentiewereld. Ik leerde hem kennen toen hij in een liaison leefde met Hilda Craeybeckx. Hilda had zomaar Tahar Ben Jellouns Moha le fou Moha le sage vertaald en bood mij deze vertaling aan op auditieve manier, zij las namelijk heelder stukken voor, stukken in een prachtige poëtische taal. Een Nederlandse recensent zou later schrijven: het pregnante Zuid-Nederlands stoort nergens. (De klootzak)
Van Rommelpot naar 't Pallieterke, naar Wij het blad van de Volksunie (waar ik ook aan meewerkte onder diverse pseudoniemen), is een korte stap. Het is geen GROTE tentoonstelling, maar wel een INTERESSANTE.
vrijdag 17 april 2026
IN LOVING MEMORY
Every language lover has a chosen author, whether for prose or poetry. For Soetkin (26/9/69-17/4/2013) it was Charles Bukowski (†). In her legacy we found, among other titles, the book 'Betting on the Muse', poems and stories by the mentioned above Charles. For those who know Soetkin’s poetry/Spoken Word, he was clearly an inspiration for her and she admired him. Therefore, on the anniversary of her death, the poem below by the great Charles.
bad day
--------------------------------------------------------
the
jellyfish has a purpose,
the hyena,
the tick,
the rat,
the roach,
each filled
with their
swollen
light.
my light is
out.
who did this
to
me?
© Linda Lee Bukowski
dinsdag 14 april 2026
IK VRAAG HET AAN
Het
tv-programma ‘Ik vraag het aan’ moet het even van herhalingen hebben. Geen
bezwaar daartegen, integendeel, het programma heeft een rist Vlaamse/Belgische artiesten
in de kijker gezet. Onder hen sommigen waarvan je nog nooit had gehoord en dit
zowel in de zetels als aanvragers als optredende performers, om van het
supersonisch sterke orkest niet te spreken. Het ging in veel gevallen om het
perfect nazingen van de oorspronkelijke hits, weer anderen kozen voor een eigen
interpretatie – wat niet altijd geslaagd was. Het is zo, terwijl je thuis in je
zetel kijkt, alleen of met anderen, altijd kun je wel bedenken wat jezelf zou
aanvragen. In het geval van Nadine en ik kwamen we er al snel uit, het zou ‘Les
enfants de la guerre’ van Charles Aznavour worden. Gewoon omwille van de titel,
die ons herinnerde aan de tweedaagse uitstap in West-Vlaanderen. Nadine groeide
op in Oostende en studeerde in Brugge en Antwerpen, ze wist – ondanks het feit
dat ze zelf een slachtoffer was van WOII – weinig of niets van de provincie. Voor
mijzelf die in de puinen van de V-bommen speelde, was het een confrontatie met
het feit dat ik ontsnapt was en dat ik tijdens mijn dienst enkel oorlogje had
moeten spelen, wat als artillerist makkelijker was dan als infanterist.
Toen onze
uitgeverij ‘Facet’ in het jaar 2000 het boek ‘Ver van Ieper’ uitgaf, zijnde een
geïllustreerde inleiding op de Eerste Wereldoorlog, geschreven en getekend door
Marvano en Marvel Rouffa, was er een gelegenheid om haar haar eigen provincie
beter te leren kennen. In het boek lees je over het graf van Peter Pan,
luistert naar de dagelijkse taptoe in de Ieperse Menenpoort, hoort er over
Dikke Bertha en hoe het prikkeldraad werd uitgevonden.
Door
nauwkeurige, sfeervolle illustraties en een heleboel weetjes hebben de auteurs
de waanzin van een oorlog in beeld gebracht. Verhalen over de loopgraven,
verrassingsaanvallen en het leven van de soldaten worden afgewisseld met
brieven van de auteurs.
Onze uitstap
werd goed voorbereid, ons reisdoel was Tyne Cot, daar zouden wij – come rain
come shine – het boek neerleggen. Maar waarom we een cassettebandje vol met
Franse hits meenamen weet ik niet. In ieder geval was ons eerste doel Poperinge
waar we
overnachtten. In Poperinge zagen we ook de lange staken waarvan de hopplanten
gebruik maken om naar boven te klimmen. We leerden dat de vrouwelijke plant
diegene was die werd gebruikt om bier te maken. De enige keer dat Nadine en ik
hop degusteerden, was in gezelschap van Anthony Horowitz in een restaurant
nabij Antwerp Expo waar de boekenbeurs doorging.
De volgende
dag was gewijd aan Kate Kolwitz en daarvoor moet je als inleiding meer over
Roggeveld weten.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Roggeveld
Wie er nog
veel meer over wil weten kan best hieronder aantikken:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Deutscher_Soldatenfriedhof_Vladslo
De volgende dag,
ondertussen was het cassettebandje reeds enkele keren afgespeeld, we hadden Gilbert
Becauds ‘Nathalie’ – een favoriet van Nadine, Francoise Hardys ‘Tous les
garçons et les filles’ een favoriet van mij, en ‘Le Plat Pays’ van Jacques Brel
al diverse keren gehoord en de Franse slag was ook onze begeleider op weg naar Tyne
Cot.
https://passchendaele.be/tyne-cot-cemetery/tyne-cot-cemetery/#:~:text=CWGC%20Tyne%20Cot%20Cemete
Toen we daar
aankwamen was het alsof we in een roman van Hubert Lampo of Johan Daisne waren beland,
bleek het magische realisme echt te bestaan. Toen we voor de ingang van de
begraafplaats stopten begon Aznavour aan zijn aanklacht tegen de oorlog: ‘Les
enfants de la guerre’. Met de autoraampjes wijd open en het volume op zijn
hoogste brulden we mee, wat ons afkeurende blikken van enkele passanten opleverde,
waarschijnlijk Frans onkundigen…
donderdag 9 april 2026
VANDAAG
is Henri-Floris Jespers al negen jaar dood. Snel even zijn 'Toekomstig en onafwendbaar herdenkingsceremonieel' herlezen.
dinsdag 17 maart 2026
zondag 15 maart 2026
DEN TONY
7 februari 1941 – 8 maart 2026
TONY
ROMBOUTS
Dichter,
Kunstenaar, Uitgever
Den Tony met
wie ik en anderen zoveel meemaakten en gretig naar zijn verhalen luisterden.
Want vertellen kon hij! Zo was er die keer dat hij vanaf zijn kantoor aan de
Grote Markt onze gehaaide dochter Soetkin langs een rij aanschuivende mensen
voor concerttickets trucjes zag uithalen, door iedere keer een bekende in de
rij aan te spreken, zodat ze aan het eind bijna vooraan stond.
Zo was er
zijn verhaal dat hij de zoveelste keer door de Antwerpse politie werd tegengehouden
om de enige reden dat hij altijd met een hoed liep en zich erg dandy kleedde.
Deze keer echter moest hij plaatsnemen in de combi en reden ze met hem naar het
andere kant van de stad. Daar wilden ze hem achterlaten, maar dat was zonder de
waard gerekend. Stadsambtenaar Tony stond erop dat ze hem terugbrachten naar de
plaats waar ze hem oppikten. Het heeft veel voeten in de aarde gehad, maar hij
haalde zijn gelijk.
En er is die
nacht dat ik samen met Tony op stap was en een laatste café bezochten. Daar
zaten heel wat sluimerende en slapende mannen achter een halflege of lege pint.
Tony liep langs de tafeltjes en rammelde met de platte handen de slapers
wakker, die bijna allemaal een nieuw drankje bestelden, wat hem een dankbare
blik van de waard opleverde.
Nu was Tony
ook niet bang van alcohol en dat in de vorm van whisky Cutty Sark. Ik zie hem
nog zitten aan de toog van de VECU. Hij had wat veel van het goede gehad en had
zijn hoofd op de toog gelegd en was aan het dutten. Niemand viel hem lastig, ze
wisten immers dat het dutje van korte duur was. En ja, hij opende de ogen,
dronk het restje whisky op en bestelde een nieuwe.
En dan was
er die keer dat ik samen met Tony op de Antwerpse Grote Markt belandde om 9 uur
in de morgen, na een boekvoorstelling van een boek van Saint-Rémy. Een caféterras
was al geopend en we legden ons resterende geld bij elkaar en bestelden een laatste
glas. In onze mistige toestand hadden we niet bemerkt dat er een finish was van
een rally van oldtimers, wat ons tot de vraag leidde of wij plotseling
tijdreizigers waren geworden. Daaruit werden we echter gewekt toen Nadine, mijn
echtgenote, plotseling opdaagde en mij de volle laag gaf.
Daarnaast
was Den Tony natuurlijk een dichter en Iris, zijn dochter heeft dat duidelijk
gemaakt door het plaatsen van een prachtig gedicht op zijn doodsbrief:
Ik,
die niet
meer ben,
maar toch
als ik hier zit,
ben hier
niet,
zit hier
niet.
Ik vlieg,
vrij als
een vogel
in het
niet.
En
niemand,
maar dan
ook niemand,
die het
ziet.
donderdag 12 maart 2026
VAN HOREN ZEGGEN
Wat doet een
mens wanneer hij vermoedt dat zijn naam ergens voorkomt in een namenregister?
In mijn geval kan ik mezelf terugvinden op pagina 460 van het 918 blz. tellende
boek Hugo Schiltz: Homme hors catégorie. Daar staat: “Walter Soethoudt,
uitgever van onder meer poëzie, softporno en kinderboeken, en in de jaren 80
ook van Schiltz boeken.” Wat is dit? Is het een poging om Hugo een veeg uit de
pan te geven? Softporno? Neen verdomme, harde porno voor die tijd! Je kan
auteur Van De Casteele toch niet verdenken van het feit dat hij eigenlijk niks
op heeft met zijn onderwerp. Eric gaat opnieuw de mist in met, ik citeer: “Legendarisch
waren de wilde feestjes aan het begin van de zomer met halfnaakte danseressen…”
wat uit de mond komt van Henri-Floris Jespers die meerdere malen journalisten
bij de neus nam en de onwaarschijnlijkste verhalen voor waarheid kon vertellen.
Ik kan het
weten, want ik was vanaf het begin lid van VECU. Als er al eens iets naakt te
zien was, dan was dat de blote kont van HFJ, die hij graag liet zien wanneer
hij zat was. Als je Van De Casteele zou vertellen dat ‘Ik ben zo eenzaam zonder
jou’ over een homofiele liefde gaat, zou hij dat waarschijnlijk ook geloven.
Tja, van horen zeggen kan ik boeken vullen!
vrijdag 6 maart 2026
Homme hors catégorie
Het moet een
hele opdracht geweest zijn voor Jan Vanriet (1948) om aanwezig te zijn bij de
voorstelling in het Antwerps provinciehuis van het boek Hugo Schiltz Homme
hors catégorie van de hand van Erik Van de Casteele (Uitgave Ertsberg, 928
blz, 49,95 €).
Jan is
namelijk de ontwerper en tekenaar van het omslag (geen gelijkenis met bijgaande foto) en kreeg een bedankje van Karl
Drabbe, uitgever bij Ertsberg.
Net voor de
hapjes en drankjes kon Jan zich onopgemerkt laten verdwijnen. Wie Jan kent,
weet dat hij een grondige hekel heeft aan al wat naar Vlaamse Beweging ruikt.
Tussen haakjes “hij moet wel geschrokken zijn toen bekend werd dat zijn vriend
Hugo Claus ook aangebrand was”.
De hele
reutemeteut interesseerde hem geen barst en zeker niet de hele Vlaemsche bende
die de zaal vulde. Waren de ouderen onder hen (Schiltz was van 1927) ook lid
geweest van de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen tijdens WO II? Wie het
weet, zegge het.
Nu terug
naar Jan de communist, belgicist en unitarist, die zijn hele leven de doctrines
die hem thuis waren ingeprent heeft nageleefd en die de Belgische socialisten
doetjes vond.
In ieder
geval werd met dit boek en zijn omslag een hamer en sikkel- en een Belgische
vlag over de kist van Hugo gelegd.
Onder de
aanwezigen Willy Claes en Jan Peumans (ooit een Amadees!).
Misschien
was het om dit alles dat er geen Schiltzen aanwezig waren.

.jpg)










.jpg)



