Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

zaterdag 31 januari 2009

BOEKENBIJLAGE

Zoals iedereen weet gaat het slecht met de economie en het logisch gevolg hiervan is, dat het ook slecht gaat met het geschreven en gedrukte woord. De crisis treft vooral de kranten, zeer recent nog werden er een rist ontslagen bij de diverse dag- en weekbladen aangekondigd. De journalisten schrijven, hoe verschrikkelijk dat ook in je oren moge klinken, op de achterkant van de publicitaire pagina’s, en weinig publiciteit betekent minder pagina’s en minder pagina’s betekent dat er minder journalisten en recensenten nodig zijn en dat heeft dan weer als gevolg dat er nogal wat krantenkopers afhaken (ook die zitten slechter bij kas).
Enkele dagen geleden kwam het nieuws dat The Washington Post komaf maakt met de gedrukte versie van zijn literaire zondagse bijlage, Bookworld, en dat de artikels zullen worden opgenomen in andere secties van de krant, maar zullen in hun geheel wel minder pagina’s omvatten dan de 16 pagina’s van het magazine. Drama? Niet helemaal, want de webversie blijft bestaan. Een speciale zomereditie en een kinderboekenspecial blijven eveneens aan de orde. De oorzaak moet in de meeste gevallen echter worden gezocht bij de uitgevers van boeken zelf. De reden is dat die meestal uit zijn op free-publicity en vinden dat een nieuw boek van een goedverkopende auteur de nodige plaats in de krant moet krijgen, zonder dat zij er ook maar een centimetertje advertentie tegenover zetten. De dagbladuitgevers snoeien niet in de literaire recensies omdat ze boeken haten maar omdat de boekenwereld geen publiciteit genereert. Dit in tegenstelling met andere media. Je kunt geen krant openslaan of je ziet welke films en welke theaters je moet bezoeken, en dit met advertenties die meestal niet te klein zijn uitgevallen. Uitgevers spenderen het meest van hun gelden om boekhandelsketens te overhalen om hun producten een goede plaats in hun winkel te geven. Dat gebeurt op velerlei manieren, zoals met het geven van (te) hoge kortingen, of met het afkopen van etalageruimte, of met deelname in de kosten van de publiciteitsfolders die door die ketens worden aangemaakt. Maar als uitgevers nu eens die gelden besteedden aan publiciteit in kranten en weekbladen, met als gevolg recensies, dan zouden die boekhandelsketens wel verplicht zijn om hun boeken in de schappen te zetten.
Minder journalisten kan ook betekenen dat het echte nieuws dat het monopolie is van de echte kranten wel eens in de verdrukking zou kunnen komen. En dat is pas erg. Of niet? Want er zullen altijd mensen zijn die een weg zoeken om een vinger op een wonde te leggen, er zullen altijd kranten zijn met een uitgebreid aanbod op hun website om de vrije meningsuiting te waarborgen.


Dit stuk werd geïnspireerd door de blog January Magazine

en een artikel van Mokoto Rich in The NewYork Times.

2 opmerkingen:

  1. Ik ben het roerend met je eens, Walter, maar tegelijk droom ik: er zouden veel pagina's (en redacteurs) voor een boekenbijlage vrij gemaakt kunnen worden, mochten alle "leuke" flutstukken voor "de mensen" in de kiem gesmoord worden.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. flutstukken zijn ook nieuws. "De mensen" lezen dat graag. Een journalist is een verslaggever. Daar horen ook gouden bruiloften en "petty crime" bij. In vroeger tijden was een krant een zeer lokaal gegeven. Daar stond meestal niks anders dan "flut" in. Walter heeft 100 % gelijk, zonder bijcommentaar. De pers hoeft de publiciteit van de uitgevers inderdaad niet te financieren, dat kunnen de uitgevers best zelf.

    BeantwoordenVerwijderen