Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

vrijdag 25 december 2020

OP ZOEK NAAR KERSTMIS

 

Zoals bij iedereen wel bekend is, is godsdienst niet echt mijn ding. Ik stel de fanatieke bedienaars ervan op één lijn met de ergste misdadigers. Wat er mij echter niet zal toe leiden dat ik hen lichamelijk kwaad wil doen. Maar wat mij wel ontroert is de muziek die vooral door de christelijke godsdienstbeoefenaars is voortgebracht en indertijd zelfs gedeeltelijk door de kerk werd gesponsord. In ieder geval hoort men ze steeds minder. Toen ik deze week over de Antwerpse grote markt liep klonk me alleen maar Engelse kitscherige troep in de oren. Om het met Stafke Fabri te zeggen in mijn thuistaal:

as ek spreek van de verlosser

vraagd m'ne zöng: is da nen bokser

dad is karsmis in de modernen tijd

ja dad is karsmis in de modernen tijd

 

En dat is wat er aan de hand is op de Vlaamse televisie. Ergens een goedkope mis opgevist die men dan uitzendt met overgesproken simultane vertaling.

Rolando Villazón & Xavier d Maistre


 

Dus even de kerstsfeer ophalen bij de ZDF waar Carmen Nebel (64 jaar, 1,65m) om 20.15 in haar programma ‘Heiligenabend mit Carmen Nebel’ een aantal gasten in de studio heeft die nog weten wat kerstliederen zijn, zelfs diegene die ik me herinner van vroeger. Ster van de avond was voor mij de Mexicaanse tenor Rolando Villazón die zich liet begeleiden door de wereldvermaarde harpenist Xavier de Maistre. Er was ook de mooie uitvoering van ‘Carol of the Drum’ – ook gekend als ‘The Little Drummer Boy’ – geschreven in 1941 door de Amerikaanse Katherine Kennicott Davis en dat ten gehore werd gebracht door een koortje van 10 tenors. Mireille Mathieu probeerde reikhalzend het ‘Ave Maria’ te brengen, maar het gelukte haar niet echt.

Dit werd om 22.30 op diezelfde ZDF gevolgd door ‘Weihnachten mit Jonas Kaufmann’. De tenor was in de kapel waar in 1818 voor het eerst ‘Stille Nacht, heilige Nacht’ werd uitgevoerd. Hij zong de klassieke kerstliederen en de twee in het dialect van de Alpen waren uitschieters. Wanneer hij zich echter aan de kitscherige Amerikaanse kerstsongs waagde, bleek dat ook al zingend verkeerde klemtonen kunnen worden gelegd. Het heiligschennends waren de Jinglebells terwijl hij aan het geboortehuis van Mozart passeerde.

Dan maar over naar France 2 waar om 23.35 ‘Le concert de Noël de Notre-Dame’ aanving. Ik was iets te vroeg en zag nog net het einde van het vorige programma. Daarin werd bij de bevrijding van Parijs vanuit de Notre-Dame geschoten op een menigte die achter generaal De Gaulle op weg was naar de kerk, maar de generaal stapte stoïcijns verder.



In de kerk waren aanwezig: 4 vrouwen en 4 mannen van het koor van de kathedraal, de koordirigent Henri Chalet, een orgelist en een wonderbaarlijke violoncellist, die bij enkele liederen werden bijgestaan door de coloratuursopraan Julie Fuchs – god, wat een stem heeft die vrouw! De prachtige uitvoering van het ‘Ave Maria’ was top maar bovenal het ‘Laudate Dominum’ (Mozart) was bovennatuurlijk.

 



zondag 20 december 2020

OP 21 DECEMBER 2006 BEGON ZOALS ALTIJD DE WINTER

 

The Dodo used

to walk around

And take the sun and air

The sun yet warms his native ground -

The Dodo is not there!


In Memory of our friend John Riedijk

Still missed



Poem by Hilaire Belloc

woensdag 16 december 2020

ZOEK DE GELIJKENISSEN

David Dodge, de auteur die wereldberoemd werd toen hij To Catch a Thief in 1951 publiceerde in Cosmopolitan, waarna Hitchcock bij hem aan de deur stond omdat hij het wilde verfilmen met Cary Grant en Grace Kelly, woonde op het ogenblik van publicatie in een villa aan de Franse Rivièra.

Met de belofte dat hij de villa op de berg zal onderhouden en het nodige zal doen om de overwoekerde tuin weer aantrekkelijk te maken, kon Dodge zijn familie er onderbrengen, hij wordt er housesitter om het in schoon Vlaemsch te zeggen.

Diezelfde Dodge publiceerde in 1949 The Crazy Glasspecker. De glasspecker waar Dodge naar verwijst is een kleine vogel die een beetje lijkt op een Harpo Marx met vleugels en die iedere dag, van zonsopgang tot –ondergang, zich een weg probeert te pikken doorheen het glas van het onderkomen van de Dodges in Arequipa (Peru).

In een nieuwe Netflix-serie met de naam Man vs Bee zal Rowan Atkinson de hoofdrol vertolken, waarbij hij als housesitter oppast op een luxevilla en daarbij wordt lastiggevallen door een volhardende bij. Rowan zou een van de bedenkers van het verhaal zijn. Nou ja…

vrijdag 11 december 2020

MONTOYA HERENIGD MET McLAREN

 

Ja, Indycar is abuzz met de terugkeer van the chubby little guy, zoals Montoya wel eens genoemd wordt. 




Hij is een fantastische coureur en een man die zich geen reet aantrekt van politieke correctheid en dergelijke onzin -als het hem niet aanstaat, zal dat geweten zijn- maar ik weet niet of dit het team is dat hem aan een derde zege kan helpen. Strikt genomen heeft McLaren as such er niets mee te maken. Indycar is qua chassis een : alle auto's zijn Dallara's  (model DW -voor Dan Wheldon-12); iedereen gebruikt dezelfde banden en brandstof en er is keuze uit twee motoren, Honda en Chevrolet.

Alles zit 'm dus bij wijze van spreken in de chauffeur en in de voorbereiding van de auto op de race. 

Qua chauffeur ga je niet veel beter vinden als Montoya en Sam Schmidt's team is een degelijk team. Het is echter geen Penske, Ganassi of Andretti. Simon Pagenaud en James Hinchcliffe hebben onder hun twee een half dozijn races gewonnen maar in Indianapolis is Schmidt Peterson nooit verder geraakt dan een pole position, Alex Tagliani een jaar of tien geleden. De laatste overwinning van het team is ook alweer een paar jaar geleden. Sinds Schmidt Peterson begin dit seizoen van naam is veranderd en Arrows McLaren is geworden, is het slim pickings geweest. Ze zijn ook zo stom geweest om de ervaren rot Hinchcliffe buiten te winkelen en te vervangen door een paar rookies. Geen wonder dat ze Montoya willen.

In Indianapolis is trouwens alles mogelijk. In het jaar van de honderdste verjaardag van de race, 2011, reed zelfs de Belg Bertrand Baguette aan de leiding op enkele ronden van het einde, nadat hij Danica Patrick was voorbijgegaan... Toen Bertrand moest gaan tanken kwam de rookie J.R. Hildebrand aan de leiding. Die slaagde erin te crashen in de laatste bocht van de laatste ronde en de zege ging naar Dan Wheldon, zijn tweede overwinning in de 500. Later in dat jaar kwam Wheldon om het leven op de Las Vegas Motor Speedway. Omdat Dan de nieuwe Dallara, model 12, had ontwikkeld, werd de auto officieel Dallara DW-12 gedoopt.

Dit jaar is de race voor de tweede keer gewonnen door de zeer sympathieke brokkenpiloot Takuma Sato, die uitkomt voor het team van oud-winnaar Bobby Rahal en tv-mens David Letterman.


maandag 7 december 2020


Aan de hele fanatieke Hamilton fankliek die maar niet wil gezegd hebben dat het de auto is die hun lieveling vijf of zes wereldtitels heeft bezorgd, niet zijn eigen uitzonderlijke talent: kijk wat de zo-goed-als-rookie George Russell doet in zijn allereerste race met Hamilton's auto. Hij kwalificeert zich tweede (na de andere Mercedes, met een F1-veteraan van negen seizoenen en 155 wedstrijden aan het stuur...) en wint ei zo na de race. 

Ik denk dat Mercedes moedwillig een handje heeft toegestoken om dat te beletten, eerlijk gezegd. Voor een team dat altijd zo ligt te stoefen over zijn "professionalisme", is de foute bandenwissel echt te onnozel om los te lopen. Als Russell de race had gewonnen, waar het op het moment van de bandenwissel aardig naar uitzag, zou dat maar al te duidelijk hebben gemaakt wat een nietsbetekenend circus de F1, de gewaande top van de autosport-ziggoerat, is geworden.

https://racer.com/2020/12/06/russell-feels-robbed-of-win-twice-but-escapes-disqualification/

Mensen die geïnteresseerd zijn in autoracen raad ik Indycar aan, of rally, of de Isle of Man TT, of desnoods stadium super trucks of, waarom niet, diecast racing. F1 is bezigheidstherapie geworden voor superrijke, rotverwende mietjes. 

https://www.youtube.com/watch?v=iB69RLi77XY 

zaterdag 5 december 2020

ALZHEIMER?

 


° Werp je atlassen en aardrijkskundeboeken maar in de scheurmand want naast de 5 werelddelen Oceanië, Afrika, Amerika, Europa en Azië, komt per 1 januari Groot-Brittannië als zesde in de rij aanschuiven. Althans dat denken ze zelf!

° Toen ik deze ochtend niks in mijn pantoffel vond, vertelde mijn echtgenote me dat Sinterklaas waarschijnlijk mijn briefje niet gelezen had. Ik denk echter dat het veel erger is, Sinterklaas heeft Alzheimer volgens mij.




maandag 23 november 2020



Toen John Surtees in 2017 de pijp aan maarten gaf, was niemand erover verwonderd dat er geen SIR voor zijn naam stond.

Nu Lewis Hamilton zich SIR mag noemen, stelt een groot gedeelte van de wereldbevolking zich de vraag WAAROM?

Misschien heeft al dat knielen geholpen en heeft de Britse koningin dat als een knieval beschouwd, wie zal het weten?

Lewis, een ridder gedraagt zich niet zo arrogant als jij!

vrijdag 13 november 2020

RANDNIEUWS BOEKEN

                                                                 

Hallo,

 

Ik heb net de cover aangekregen van de Portugese (Braziliaanse) vertaling van mijn Amerikaanse verhalenbundel "Heart Fever". Ik keek eerst verrast op: in tegenstelling tot de eerder melancholische covers van de Spaanse, Italiaanse en Duitse vertalingen gaat het voor Coração Febril om een kleurrijk, haast sprookjesachtig tafereel. Ik vroeg naar de reden en was opnieuw verrast toen ik het antwoord kreeg dat de covertekening gebaseerd is op een van de schilderijen van het personage Serge Butoyara in het verhaal Paint it, Black uit de bundel. Serge is een talentrijke halfbloed Tutsi met een traumatisch verleden die in Brussel woont en zich gespecialiseerd heeft in vervalsingen die door de kunstmaffia voor veel geld verkocht worden. Serge haat zijn vervalsingen omdat hij naam wil maken als schilder. Af en toe, meestal met een hoop drugs in zijn lijf, schildert hij zijn eigen visioenen die draaien om een sprookjesachtige, haast kinderlijke interpretatie van het bergachtige landschap van zijn geboorteland Rwanda waar hij als kind getuige was van vreselijke taferelen tijdens de Rwandese genocide. Zijn jeugdtrauma's, drugsverslaving en creatieve frustraties leiden naar zijn ondergang;

Zo zie je maar: een auteur kent niet altijd de

kleinste details van zijn eigen verhalen. En ik

was toch broodnuchter toen ik ze schreef.



donderdag 12 november 2020

EEN VOORSPELLEND BOEK?



In september 2018 verscheen bij uitgeverij De Eenhoorn het luisterboek Waar Zijn Alle Stemmen?
 

Dat vraagt The Donald zich nog alle dagen af. 

woensdag 11 november 2020

11 NOVEMBER


“Calm fell. From Heaven distilled a clemency;

There was peace on earth, and silence in the sky;

Some could, some could not, shake off misery:

The Sinister Spirit sneered: 'It had to be!'

And again the Spirit of Pity whispered, 'Why?' ”

 

From 'And there was a great calm'

Thomas Hardy on Armistice 1918 




maandag 9 november 2020

TE GAST OP HET BOEKENFEEST

 

Walter, mijne vriend.

Ik vind dit een zeer fijn idee. Een najaar zonder Boekenbeurs is toch een beetje raar, ook al ging ik er al jaren niet meer naartoe. Daar waren meerdere redenen voor. Vroeger kocht ik boeken op de BB die ik anders nergens vond. Dat was in de tijd dat, bijvoorbeeld, boekhandel De Krijger uit het exotische Erpe-Mere er een stand had. De Krijger is ondertussen De Arend geworden en heeft nu een webwinkel. Vooral die webwinkel maakt een verschil. De wereld is één grote webwinkel geworden en op boekenvlak bevalt me dat zeer. 

De voornaamste reden waarom ik de Boekenbeurs ben beginnen mijden, is echter dat de BB hoe langer hoe minder met boeken te maken heeft. De laatste jaren zou je je eerder op een Oktoberfest-in-pocketformaat gewaand hebben dan op een boekenbeurs: meer bierstands dan wat anders. Dat krijg je waarschijnlijk als je papierboeren als Alexis Dragonetti, Geert Briers of Vé Bobelyn de organisatie van de BB toevertrouwt. 

Wat me ook meer en meer stoorde was het fenomeen van het Boekenbeursboek. Het Boekenbeursboek is een boek dat gemaakt wordt, niet om gelezen te worden maar om op de Boekenbeurs GESIGNEERD te worden door een of andere loslopende mongool (M/V) die voor de spreekwoordelijke vijftien minuten roem verworven heeft in Vlaanderen. Het Boekenbeursboek eist gedurende de Boekenbeurs alle aandacht voor zich op en verdringt op die manier het èchte boek van het enige podium dat het elk jaar krijgt in de Vlaamse media. 

En zo kan ik nog even doorgaan maar liever niet, zegt. Het leven is al triestig genoeg. 

Boekbesprekingen heb ik niet meer geschreven sinds het college, maar ik wil wel eens oplijsten wat ik momenteel zoal aan het lezen ben.

Bovenaan bij de bijgerechten ligt 'Een danser in de sneeuw' van de zeer betreurde Gaston Durnez. Ik was nog een jonge tiener toen mijn moeder mij 'Een bloem in het geweer' in mijn handen duwde, een uitgave van Heideland, in de Vlaamse Pockets reeks. Het boekje was toen nieuw en nu niet meer maar ik heb het nog altijd. Gaston is sindsdien bij me gebleven. Zijn journalistieke carrière heb ik niet gevolgd maar ik herinner me nog goed boeken als 'Kijk, paps, een Belg!', 'Sun Corner Bar' en 'Een vogel in de brievenbus'. De laatste jaren heb ik zeer genoten van 'Vroeger waren we veel jonger' en 'De bolhoed van mijn vader'. Gaston is top.

Waarom ligt hij dan bij de bijgerechten? Dat heeft te maken met de manier waarop ik boeken ge- of misbruik bij het slapengaan. Ik neem een boek mee naar bed en lees tot mijn ogen beginnen dicht te vallen. Of tot het moment dat ik heel andere dingen begin te lezen dan die die in het boek staan... Dat is een heel vreemd fenomeen eigenlijk. Het is dan precies alsof mijn hersenen op eigen initiatief op avontuur gaan, alsof ik al begin te dromen met mijn ogen open, eigenlijk. Het is geen onaangenaam fenomeen al vraag ik me soms af of het misschien een voorbode is van iets erger, doch dit terzijde. Waar het om gaat is dat de stukjes in 'Een danser' ineens moeten uitgelezen worden. Daar stop je niet halverwege bij, dat gaat gewoon niet. Dus is 'Een danser in de sneeuw' ongeschikt als bed- en hoofdliteratuur.

Ook ongeschikt als bed-literatuur is de weergaloze biografie van de grote Jim Clark, 'The best of the best', geschreven door David Tremayne. Jim Clark was een van mijn jeugdhelden en het was een schok toen hij in april 1968 verongelukte in Hockenheim. Clark was werkelijk 'the best of the best'. Vergeet de Sennas, chumachers, Vettels en Hamiltons. Ze komen nog niet tot aan Clark z'n enkels. Ze komen nog niet tot aan de enkels van om het even welke coureur uit de Killer Years, de moordende jaren 50, 60, 70... Nog een beetje 80, zelfs. David Tremayne is een journalist die een aantal uitstekende boeken op zijn palmares heeft. 'The best of the best' is even uitstekend maar niet geschikt als bed-literatuur omwille van z'n gewicht. Het boek weegt 2,677 kg.

Ik ben ook bezig aan 'A beginner's guide to Voodoo'. Vreemd genoeg bestaat er geen 'Voodoo for dummies', onbegrijpelijk eigenlijk. 'A beginner's guide to Voodoo' is geen bedliteratuur omdat een mens maar liever geen risico neemt met dat soort dingen. Wat mij vooral interesseert is de passage 'everything you need to know about cating spells'. Een Voodoovloek is geen simpel ding. Voodoovloeken hebben namelijk de neiging om terug te komen naar degene die ze uitspreekt. Het is dus zaak je vijand iets toe te wensen dat jezelf niet zou raken als het je overkomt. Aan zoiets moet ge niet beginnen als uw brein bezig is met zijn koffers te pakken voor de nacht.

Mijn hoofdgerecht van dit moment is een boek uit de 'Culture' serie van Iain Banks. Wijlen Iain Banks, jammer genoeg, want, mijn God, kon die man schrijven en wat een zalige verbeelding had hij!

'The Culture' speelt zich af in een utopische wereld waar duizenden planeten gekoloniseerd zijn, waar alles in overvloed voorhanden is, waar mensen vreedzaam samenleven met droids en waar het reilen en zeilen van de samenleving geregeld wordt door "Minds", superintelligente artificiële ... entiteiten... Die voor alles zorgen, zowel voor het ophalen van het huisvuil als voor het functioneren van ruimteschepen. Maar natuurlijk is niet alles perfect want anders zou er geen verhaal zijn. The Culture bemoeit zich voortdurend met die werelden die geen deel uitmaken van haar imperium, soms omdat die werelden een bedreiging zijn voor The Culture, soms om andere redenen. De wereld van Iain Banks is van een rijkdom en een toegankelijkheid die je nog zelden tegenkomt in de SF. Bovendien heeft Banks een goed gevoel voor humor en is hij fijnzinnig in zijn woordgebruik. Geen schunnigheden in de boeken van Banks, bij wijze van spreken. Eén van de hoofdpersonages van het boek waar ik in bezig ben, 'Use of weapons', is Diziet Sma, een agente van The Culture's "geheime dienst". Diziet, Dizzy voor de vrienden, is een loopse teef maar dat ontdek je zonder dat er één schunnig woord gebruikt wordt. Meesterlijk.

De ruimteschepen van Banks heten ook niet ordinair 'Enterprise' of 'Nostromo' of 'Millennium Falcon' of 'Galactica'. Neen. Ze heten 'Screw Loose' of 'Sweet And Full Of Grace' of 'So Much For Subtlety' of 'Just Testing'.

Elon Musk heeft zijn drijvende landingsplatforms genoemd naar ruimteschepen uit 'The Culture': 'Of Course I Still Love You' en 'Just read The Instructions'.

Uiteraard is er van Banks (zo goed als) niets verschenen in het Nederlands. Het boekenaanbod op de Vlaamse markt is minder dan pover.

Dat is het zo een beetje op deze moment. Ongetwijfeld geen Grote Literatuur but who gives a shit?  

ps: Hier een landing van een SpaceX booster op 'Of Course I Still Love You'. Goed luisteren vanaf 1:07.

 

https://www.youtube.com/watch?v=g2tpHI5mKSI&feature=youtu.be

 


vrijdag 6 november 2020

DE UITGEVER ZAL ER NIET RIJK VAN WORDEN

 

Ooit heeft Hugues C. Pernath  mij gezegd dat ik op zoek moest gaan naar die zin, die strofe waaraan meestal een gedicht is opgehangen. In de nieuwe dichtbundel van Patrick Jean Armand Conrad (75) zijn die niet zo moeilijk te vinden. In de cyclus Alsof volgt er na een opsomming van alsoffen, hoe Patrick naar de wereld kijkt:

alsof het niet genoeg was geweest

blijven wij doof voor de roepende rechters

en blind voor wat komen moet

tot de laatste snik, tot de laatste wals

doen alsof

In het deel Een bloedeloze zondag dat is opgedragen aan zijn overleden moeder, kijken we mee over de schouder van de dichter die dit lange gedicht moest schrijven, en er eerlijk en onverbloemd zijn droefheid in wegschreef:

Omdat ze haar zoon niet zag wennen

aan de gure eenzaamheid die hem te wachten stond

nadat ze haar laatste bed had verlaten,

omdat er nog meer te delen viel

dan het geduldige wachten op de verlossing,

bleef ze zich vastklampen aan zijn woorden

En dan heb je nog die hartenkreet “Moeders sterven niet, ze laten je in de steek.” die tegelijk klinkt als een verwijt “Waarom heb je me verlaten?” Waar heb ik dat nog gehoord?

Ik ben er echter van overtuigd dat iedere lezer andere citaten kan verkiezen, want deze bundel staat vol met strofen die je als een quote kunt gebruiken.


Meer Conrad op 

https://www.youtube.com/watch?v=ozJ-bXvVH0Q


 

Patrick Conrad: En de bomen, Uitgeverij Vrijdag

 


donderdag 5 november 2020

de BOEKENBEURS vergeet de oudjes niet

 

Je zou Jonathan Lethem kunnen kennen van verschillende reeds vertaalde boeken, zoals  De burcht van eenzaamheid (The fortress of solitude), De chronische stad (Chronic city), De dissidenten (Dissident gardens), en is dat niet het geval, dan moet je hem zeker kennen van De Minna-mannen (Motherless Brooklyn).


De Minna-mannen
heeft Lionel Essrog, een detective die lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette, als belangrijkste personage. Het is 1999. Essrog is op zoek naar de moordenaar van zijn baas, Frank Minna. Het is deze Minna die Lionel en zijn vrienden jaren geleden rekruteerde toen ze nog in een jongensinternaat-weeshuis in Brooklyn woonden. Minna leidde hen op tot een hecht - maar hopeloos amateuristisch - opsporingsteam, de Minna-groep. De Minna-mannen staan voor de grootste uitdaging van hun carrière als zij hun mentor bloedend terugvinden in een afvalcontainer. Hij is neergestoken en daar gedumpt door een overvaller wiens identiteit hij weigert te onthullen – zelfs niet op weg naar het ziekenhuis terwijl hij stervende is. Het boek is geschreven in de stijl van de echte noir en kan gemakkelijk naast de beste van het genre staan. Esquire bestempelde Minna als beste roman van het jaar.


Motherless Brooklyn verscheen in augustus 1999 en Edward Norton,


die op de hoogste toppen van de roem stond met zijn vertolking in Fight Club nam er nog datzelfde jaar een optie op om het te verfilmen. Hij verkocht aan de auteur zelfs het idee dat hij, mocht  hij de filmplannen klaarkrijgen, het boek in een heel andere tijd zou laten spelen. En toen begon de zoektocht naar geld, meer geld, nog meer geld, nog meer van alles wat met film te maken heeft, maar het project leek de weg op te gaan van vele projecten, naar de stoffige laden van de vergetelheid.

Edward Norton, de scenarist én de regisseur die bovendien de rol van Essrog op zich nam, heeft zoals gezegd zijn Motherless Brooklyn gewoon verplaatst in de tijd, en dat moet uiteindelijk toch sommige sterren aangesproken hebben. Het minieme rolletje van Bruce Willis, het ietwat grotere part van Alec Baldwin, net als het grotere part van Willem Dafoe, vormen een palet dat als door de beste schilder geborsteld werd. 

Bij Norton zijn we dus in 1957 en dat is niet de enige vrije vertaling van boek naar film. Om eerlijk te zijn veranderde Norton meer dan wat hij behield. En om nog eerlijker te zijn: het werkt!


NORTON

Je kunt beginnen met het boek te lezen en vervolgens de film bekijken, je zal je niet vervelen.

De Minna-mannen, Jonathan Lethem, Uitgeverij Prometheus





dinsdag 3 november 2020

WIENER BLUT

 

De 55-jarige Kamala Harris was de gedoodverfde favoriete om als kandidaat-vicepresident te worden gekozen door Biden. Harris is zo de eerste zwarte vrouw in de geschiedenis van de Verenigde Staten die zo'n positie in de race naar het Witte Huis bekleedt.

Zou dit geen reden kunnen zijn dat beiden niet verkozen worden? Biden is niet meer van de jongsten en bij zijn schielijk overlijden komt er een zwarte vrouw in het Witte Huis, wat veel Amerikanen – wit, zwart, geel – na de zwakke Obama niet zien zitten.

 

Amerika is nog nooit zo verdeeld geweest als nu, wordt er herhaaldelijk nageaapt. Ja? En wat dan met de vorige presidentsverkiezingen? Mensen hebben blijkbaar problemen met cijfers. Op 131.700.000 kiezers haalden de republikeinen een nipte meerderheid van 3.000.000 stemmen, ondanks het feit dat Hillary 2.000.000 stemmen meer had. Alles te wijten aan het Amerikaanse kiessysteem.

 


Is het niet eigenaardig dat gisteravond op de Duitse zender ZDF de Oostenrijkse televisiefilm Wiener Blut werd vertoond? In de film worden we geconfronteerd met een Iman die naast zijn haat prediken ook nog leider is van een terroristische cel en een aanslag voorbereidt op het centraal station van Wenen.


maandag 2 november 2020

ZO ZONDER BOEKENBEURS

 

In een tijd dat managers en directeurs van uitgeverijen de wacht aangezegd krijgen en hiermee met de neus op de feiten worden gedrukt, is er toch een straaltje hoop, want er is nogal wat aandacht voor het boek, spijtig dat die aandacht wordt misbruikt om sommige boeken niet aan de bak te laten komen.

Hierna mijn keuze voor vandaag:


De Duitse schrijver Siegfried Lenz (Lyck 17-3-1926 – Hamburg 7-10-2014) leerde ik kennen toen ik met stijgende verbazing enkele van zijn ‘kleinere’ boeken las, terwijl ik ze toch maar in de ramsj had gevonden. Ik las Een minuut stilte, waarvan Vrij Nederland schreef “…dit boek doet pijn, mooie pijn.” Ik las de verhalenbundel Schitterlicht. De eenvoud van zijn verhalen en de stilistische schoonheid gingen me bekoren. Als filmfan ging ik ook even kijken op IMDB en zag daar dat de filmwereld Lenz ook omhelsd had. Daarom moest ik uiteraard meer over de auteur weten. Ik kwam tot de vaststelling dat ik hem enkele maanden na zijn dood leerde kennen en begreep ook de uitgever die de gelegenheid had gezien om stock van zijn boeken toch nog aan de man te brengen, nu de auteur nog in de belangstelling stond.

Ik vond over hem nogal wat op Wikipedia en andere plekken over hem. Lenz was een zoon van een douanier. Op 13-jarige leeftijd ging hij bij de Hitlerjugend. In 1943 werd hij ingelijfd in de Kriegsmarine. Hij weigerde een opstandige medesoldaat terecht te stellen en deserteerde. Nadat hij door de Britten krijgsgevangen werd genomen, ging hij bij hen als tolk aan het werk. Na een korte tijd werd hij vrijgelaten. Na de oorlog studeerde Lenz Engels in Hamburg, naast filosofie  en literatuurwetenschap.

Lenz maakte deel uit van Gruppe 47, die na de oorlog de Duitse literatuur wilde bevorderen. In 1948 kwam hij bij de krant Die Welt. Toen in 1951 zijn eerste roman Es waren Habichte in der Luft (je kunt een PDF-versie lezen op het net: https://sites.google.com/a/narbor.space/rianadrian/es-waren-habichte-in-der-luft-roman-3423005424)

als vervolgverhaal in Die Welt verscheen en later als boek, nam hij ontslag bij de krant. Daarna vestigde hij zich als schrijver. Toen hij een jaar na het verschijnen van zijn debuut zijn tweede roman bij zijn uitgeverij afleverde, vertelde de hem toegewezen redacteur, Otto Görner, hem dat een boek met de titel De Overloper niet zou verkopen, dat Duitsland helemaal niet zat te wachten op een boek over een deserteur. Misschien, zei Görner hem, had De overloper nog kans gemaakt in 1946 maar nu in 1952, drie jaar na de stichting van de Bondsrepubliek, niet meer. De overloper lag voor reeds meer dan zestig jaar stof te verzamelen in een lade en dan stierf Lenz. De ontdekking ervan bleek een sensatie en van het indrukwekkende boek werden meer dan 100.000 exemplaren in Duitsland verkocht. Net zoals in Duitse les vertelt meester­verteller Lenz op de voor hem kenmerkende wijze ook in De overloper een meeslepend en universeel verhaal over een individu dat verwikkeld is in de strijd tussen loyaliteit en geweten, liefde en verraad.

 

 

Net zoals Günter Grass voelde Lenz zich sterk met de SPD verbonden. Lenz kreeg talrijke literaire prijzen. De thematiek in zijn werk is verbonden met Masuren, het zuidelijke deel van Oost-Pruisen, waar hij opgroeide. Dat was een landschap van dichte bossen en meren, bewoond door mensen die gemangeld raakten tussen de 'Heimat' en de steeds dwingender eisen die het nationalisme van de moderne Duitse staat en de nationaalsocialistische terreurheerschappij stelde.

Gott Schläft in Masuren van Hans Hellmut Kirst (1956) kreeg, als ik het me goed herinner de quote mee “Als God zich ter ruste wilde leggen, dan zou hij het zeker doen in Masuren”. Meer weten over Mazurië, zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Mazuri%C3%AB .

Toen de Polen na de oorlog de Masuren inlijfden werden de meeste Duitsers uit hun heimat verdreven.

 

HET VERHAAL

 

Walter Proska, een 28-jarige soldaat in het Duitse leger, heeft zojuist verlof gehad en is op weg naar zijn eenheid aan het front. Als de trein stopt in Prowursk, vlak voor de uitgestrekte moerassen van Rokitno, vraagt een jonge vrouw, Wanda, om hulp. Ze heeft een kruik bij zich met de as van haar broer die ze naar zijn weduwe in het volgende dorp zegt te willen brengen. Walter, die op slag door Wanda betoverd is, helpt haar zijn wagon binnen.
Maar de trein bereikt het dorp niet. Wanda moet vluchten voor een patrouille en de trein loopt op een mijn die partizanen daar gelegd hebben. Walter overleeft de aanslag en gaat deel uitmaken van een handjevol soldaten dat onder leiding van

, een onberekenbare korporaal de partizanen - die in de uitgestrekte moerassen kat en muis spelen met de Duitsers - moet zien te overleven. Als Walter tijdens een patrouille Wanda weer tegenkomt, is dat het begin van een (liefdes)geschiedenis waarbij Walter geconfronteerd wordt met zichzelf en zijn geweten.

 

De tweedelige tv-film die de ARD produceerde kreeg zoveel goede kritieken dat men na lezing ervan haast dadelijk naar de winkel rent. Die Welt schreef: Eine Deutschstunde. Eine notwendige. Eine, die einem lange nachgeht.

De Overloper, Siegfried Lenz,Uitgeverij Van Gennep B.V

zondag 1 november 2020

ZO ZONDER BOEKENBEURS EN HEEL WAT PROBLEMEN BIJ UITGEVERIJEN TOCH EEN FEEST VAN HET BOEK

 



De Rat van Amsterdam – door Wim van Rooy

Deze bespreking verscheen op 17 oktober 2020 in Veren of Lood (verenoflood.nu)

Wim van Rooy las ‘De Rat van Amsterdam’ van Pieter Waterdrinker, en vond er de grote Europese roman in waarop hij hoopte en naar verlangde.

Behalve in oorlogsgebied waar de rat de functie heeft van opruimer van mijnen, en behalve in het boek over ratten van etholoog en romanschrijver Maarten ’t Hart, die de rat als een sociaal levend (huis)dier beschrijft, wordt over dat beest niet veel fraais verteld, en al zeker niet in de literatuur.

De literaire rat
Ciske wordt in Piet Bakkers ‘Ciske de Rat’ (1941-1946) niet voor niets eerst als een rat bestempeld, ook al blijkt achteraf dat het onhandelbare joch een fijne mens wordt (dat moet oer-Hollands zijn). Harry Mulisch noemde een van zijn boeken ‘Bericht aan de rattenkoning’, een verwijzing naar het fenomeen van zwarte ratten (de rattus rattus) wier staarten in elkaar verknoopt zijn geraakt en die daardoor niet meer uit elkaar kunnen en verhongeren. De koning van de ratten resideert dan op de staarten die als troon fungeren, zo vertelt het de mythe.

Ook bij heel wat literatoren is de rat een luguber dier: bij Goethe in zijn Faust waar een reutelende rat mores wordt geleerd; bij de Poolse auteur Jerzy Kosinski: in de controversiële roman ‘De geverfde vogel’ (1966) gooit de ik-figuur een van zijn belagers in een put vol ratten die er alleen een skelet van overlaten; bij de Amerikaanse pulpauteur H.P.Lovecraft (vandaag als cultschrijver aanbeden door heel wat gecanoniseerde romanciers) krioelen in het verhaal ‘The Rats in the Walls’ uit 1924 de ratten tot gekmakens toe vooral in het mentale universum van het hoofdpersonage; bij de Nederlandse romancier Ferdinand Bordewijk lopen er meermaals ratten rond of wordt de rat in een of andere vergelijking betrokken (‘…zijn krieloogjes keken met de wanhoop van een rat die wordt geworgd’); bij Orwell is het zoals bij Kosinski een en al rattenwreedheid: in zijn roman ‘1984’ (die veel geciteerd maar nauwelijks begrepen wordt) wordt een kooi met hongerige ratten over het hoofd van het hoofdpersonage getrokken. De roman ‘De bende van Jan de Lichte’ van Louis Paul Boon, vertelt ons over iemand die als een straatrat opgroeide en een criminele en wrede bendeleider werd: rat wordt criminele rat.

Bij Luther is de paus de rattenkoning, de opperrat, en na de Tweede Wereldoorlog noemde men de route die de nazi’s gebruikten om naar Argentinië te ontsnappen de ‘Rattenroute’. In de film ‘The Death of Stalin’ (2017), een zwarte komedie over de Stalin-terreur, spreekt Beria over de slijmerig onderdanige Malenkov als een ‘rat zonder ruggengraat’, terwijl Beria misschien wel de wreedste rat der ratten ooit was en daarom ook een andere rat direct herkende. In Zweden – pour la petite histoire – wordt in heel wat spreekwoorden of zegswijzen de kat vervangen door de rat: als de kat van huis is, dansen de ratten, en: een rat in het nauw.

Moraal van de rat
Zoals bekend is Zweden al een hele tijd een gangsterparadijs van migranten- maffiaclans met bomaanslagen en verkrachtingen à volonté. Het land, Zweden genoemd, zou men dus in niet-versluierde taal als het rattenparadijs kunnen bestempelen, een onorthodoxe omschrijving die in de krankzinnig geworden verzorgingsstaat beslist niet langer oorbaar is, op straffe van beroepsverbod. En last but not least: ik vermoed dat zelfs Rudy Kousbroek niets aaibaars over de rat had kunnen vertellen. Hij attendeerde ons erop dat in de meeste oude literatuur in verband met dieren niet wordt geobserveerd maar gemoraliseerd. Et voilà: hier zijn we beland bij Nederlands scherpste moralist: Pieter Waterdrinker.

Nu immers is een nieuwe rat ten tonele verschenen, een postmoderne rat die we nooit meer zullen vergeten: een rat uit Mokum! ‘De rat van Amsterdam’ is de negende roman van één van de interessantste Nederlandstalige schrijvers van de laatste decennia: Pieter Waterdrinker, een chroniqueur die ik met een zekere wellustigheid vergelijk met de Amerikaanse auteur Tom Wolfe, wiens romans er altijd weer in slagen de harde kern van maatschappelijke problemen literair en met veel bravado een hoge status te verlenen. Het hoofdpersonage van Waterdrinkers brisante vertelling waarschuwt ons dan ook zonder omwegen: dit is geen maandverband- of feministenproza! En inderdaad: wat we voorgeschoteld krijgen is een draaikolk van heftige opwinding en stampede waarbij alle facetten van een op hol geslagen samenleving virtuoos aan bod komen en waarin Amsterdam met zijn snobistische bobo-libertijns-rebelse geest het nihilisme van de elites incarneert.

Waterdrinker woont al vijfentwintig jaar in Rusland (zijn werk ‘Tsjaikovskistraat 40’ gaat erover) en van daaruit laat hij zijn vrolijke en wervelende misantropie los op de ‘roofstaat aan de Noordzee’, zoals hij Nederland noemt. Het perspectief dat hij daarbij hanteert is sui generis. Zijn hoofdpersonage spaart Nederland niet, maar ook het Rusland dat hij als ‘bewoner’ goed kent, krijgt geen carte blanche: elk land kent zijn eigen toneelspel en leugens (p.20). Voor Waterdrinker is de mens immers het wezen dat hij of zij overal en altijd al is geweest: een handige en schrandere opportunist, een scharrelaar met – af en toe – een goede inborst, vol hypocrisie en oneerlijkheid, maar meelijwekkend, ploeterend in de vuilnis van het leven. Waterdrinker is een Hollandse Chamfort of La Rochefoucauld, verfijnde denkers die de maat namen van het hoopje emoties dat de mens is, en dat met een psychologie die elke contemporaine therapeut of zielenknijper tot dilettant reduceert.

Men voelt in vele passages dat de auteur in al zijn cynisme naar iets nobelers taalt, zeker als het dubieuze en dubbelzinnige hoofdpersonage Ruben Katz het over zijn grote liefde Phaedra heeft, een vrouw ‘met een sudderende gekte in haar blik’ (p.245). Deze verre geliefde incarneert onze onzekere en instabiele tijd en is dus ongrijpbaar, ‘vloeiend’ zou de Poolse socioloog Zygmunt Bauman zeggen. Het barmhartige cynisme dat Waterdrinkers proza kenmerkt, wordt gecounterd door hoop en liefde: het klinkt melig, maar het is de grote kunst en kunde van de auteur – de stiel van schrijver ligt hier in een ambachtelijke meesterhand – dat hij ons niet verweesd en bitter achterlaat, ook al is zijn psychologische en sociologische analyse van de postmoderne wereld er een van grote mistroostigheid. Hij voert ons met sprezzatura en via een reeks uitgekiende stijlmiddelen die hun gelijke niet kennen in de Nederlandse literatuur (die vaak damesliteratuur is), mee in een avontuur dat ons de adem beneemt. Alleen een auteur als Peter Buwalda of het idiosyncratische proza van Wessel te Gussinklo, kan de lezer zo verbluffen en hem mee zuigen in een maalstroom waarin hij nu en dan kopje onder duikt. Waterdrinkers roman is, vermoed ik, ten dele fictionele autobiografie, vooral wanneer hij aan het moraliseren slaat in soms weldadig maar ook vaak ‘gewelddadig’ proza.

Ruben Katz
Het werk telt 590 bladzijden en vertelt het caleidoscopische verhaal van de studieuze familie Katz die in 1990 vanuit Letland (dat tot Rusland behoorde) met door corrupte ambtenaren vervalste paspoorten (die suggereren dat men Joods is) naar Israël wil vluchten, maar uiteindelijk strandt in Amsterdam. Vanaf dan worden deze nep- of crypto-Joden, die in het dom-naïeve Nederland al vlug de A-status krijgen, overweldigd door een tsunami aan avonturen en verwikkelingen met een duizelingwekkend karakter. Hun belevenissen worden met een dusdanige vaart beschreven dat de auteur nu en dan auctorieel tussenbeide komt en zichzelf voortdurend afremt door te stellen: “… maar we lopen op de zaken vooruit”, zoals in een traditioneel-ouderwetse negentiende-eeuwse roman. Het is een van de grote eigenschappen van deze bandjir aan verhalen dat de lezer dan ongeduldig wordt en denkt: vertel het nu maar al, want ik ben zo razend nieuwsgierig dat ik er bijna stendhaliaans opgewonden van raak.

De verteller van deze tintelende roman, de goocheme Ruben Katz, doet zijn spannende verhaal vanuit een Nederlandse gevangenis, waar hij voor fraude opgesloten zit; en passant merkt hij op dat de bajes vol allochtonen en getinte jongens zit en dat vooral de koran er wordt uitgeleend. Door de onnozele goedgelovigheid die uit de politieke correcte dogma’s straalt is de gevangenis een oord van humanisme, mét TV op de kamer en met de nodige intimidatie ten opzichte van de week gemaakte cipiers. Het zijn haast onopgemerkt gesmokkelde zinnetjes die duidelijk maken dat de auteur zijn kritische zin loslaat op een samenlevingsproblematiek die de mens met gezond verstand in verbijstering en wanhoop achterlaat. Hij smeert het er nergens dik op, ook al beschrijft hij bepaalde aspecten van de nieuwe morele liturgie honderduit in een soort opwindingsdelirium. Tussen de regels echter maar soms ook meer expliciet beschrijft hij het rattenkarakter van onze infotainment-samenleving waarin we onszelf dood amuseren en waarin de hele familie van Ruben Katz uiteindelijk kopje onder gaat en gek wordt, ieder op zijn of haar manier.

Het leven als loterij
Ruben verneemt pas later wat zijn artistiek begaafde zusje overkwam wier balletcarrière gefnuikt werd door een ruwe verkrachting, waarna ze zelfmoord pleegde; zijn moeder werd geestesziek en de labiele intellectuele vader is een fantast en wordt na hun vlucht uit het Letland van de Sovjet-Unie bedwelmd door de nieuwe vrijheid. Ruben zelf wordt van moord beschuldigd op de ongrijpbaar-schizofrene Phaedra Mudmann, dochter van de puissant rijke oprichter én oplichter van de Nationale Armenloterij. Deze nieuwe loterij is een ingenieuze vondst omdat ze continu een beroep doet op het schuldgevoel van de hyperhumanistische christenmens maar anderen rijk maakt. Vader Mudmann is als opperrat een filantropische zonnekoning, de vileinste rat onder de ratten want zijn loterij als winstmachine is egoïsme vermomd als altruïsme, psychopathologie vermomd als deugd.

Mudmann wordt gesecondeerd door een pseudoreligieuze rat: een als orthodoxe priester uitgedoste Nederlander die met zijn knuffelverschijning, zijn gewild-Slavische accent en zijn goede-doelen-fetisjisme de laatste horde wegneemt voor de charitas van de domme gutmensch in het uitgestrekte Filantropië, het van ostentatieve deugdzaamheid doortrokken land waar migranten als halve heiligen worden voorgesteld en waar moraal laaghangend fruit is. In die Nationale Armenloterij wordt Ruben Katz de cynische bedenker van het grote graaien voor het zogenaamd ethisch goede, waarbij het devies is ‘word een rat en laat het volk je keutels vreten’ (p.271). Het grote rattenbedrijf, dat ook bekend staat als ‘het bloembollenkoninkrijk aan zee’, herbergt de knaagdierenadel en wordt via de Nationale Armenloterij, die zogenaamd het heil van de mensheid en de aardbol beoogt, mede zijn imperium, voorlopig toch, want het morele verval is imminent.

Deze loterij staat symbool voor de decadentie van en het massale politiek-achterbakse gesjoemel en bedrog waarvan onze samenleving doortrokken is, ze staat voor de synergie van de elites die steevast op tijd de rangen sluiten; de Nationale Armenloterij – eigenlijk is het woord ‘armenloterij’ een specifiek soort oxymoron – staat ook symbool voor al die nep-goede doelen van een juridisch schimmenrijk die alleen maar een geweten afkopen en anderen puissant rijk maken. We herkennen de personages uit onze eigen politiek, maar Ruben Katz ziet ook de vele gelijkenissen met het communisme dat men ontvlucht is en waarin ook de leugen regeerde.

Wie de achtereenvolgende linkiewinkie-bobo’s kent van de (federale ) nationale Belgische loterij (en in Nederland zal het wel niet veel anders zijn gezien de politiek correcte NGO’s die men steunt), en wie de verhalen kent van de manier waarop hand- en spandiensten in de vorm van sponsoring en stichtingen (in Nederland) aan de vrienden worden verleend, krijgt eens te meer bewondering voor de auteur die dit soort organisaties en hun perverse mechanismen als embleem koos voor alles wat grondig misloopt in onze samenleving.

Geen uitweg
In dit razende relaas vertonen de tribulaties van Ruben Katz twee primaire aspecten van de postmoderne waanzin: de corrupte Nationale Armenloterij met zijn onzindelijke stichtingen en zijn orwelliaanse taalgebruik én de exotische fake-peregrinatie van een maffe expeditie van verloren zielen die als avontuurlijke en ondernemende Europeanen (en in zekere zin ook als fellow travellers) naar Rusland gaan om aan de massa-immigratie in hun eigen land te ontkomen. De avonturen van dat nieuwe narrenschip worden door de auteur ingebed in een nihilistische era waarin de opportunistische ratten uit alle kieren en gaten komen gekropen – en die uitgekookte en arglistige ratten zijn zowel bij arm als bij rijk te vinden. Ze beginnen aan hun maatschappelijke sloopwerk vanuit zowel gouden als gore riolen, vanuit de politiek en zijn chique netwerken maar ook uit de giftige miasmen van het ordinaire duiken ze op. Ze veranderen het voortreffelijke land dat Nederland ooit was in een plaats van hebzucht en leugens: van Spinoza en Erasmus naar de verrotting van het hele systeem.

Het is vooral die impliciete en vaak ook hilarische beschrijving van de neergang van onze beschaving via het symbool van een uit zijn postmoderne voegen gegroeide loterij, ooit opgevat als een edele bezigheid waarvan ook de armen konden profiteren, dat Waterdrinker een hele maatschappij te kakken zet. Terwijl zijn moeder hem altijd voorgehouden had dat hij wraak moest nemen op het leven door gelukkig te zijn, bevindt Ruben Katz zich helaas al te vlug in de deconfiture van een maatschappij die al lang geen samenleving meer is en waarin een fake convivialiteit via grote tv-schermen door influencers als nieuwe religie gecelebreerd wordt, zoiets als de narcistische vertoning van ‘de warmste week’ van Vlaanderens pretzender VTM, waarbij de media-croonies van de tv-poppenkast over elkaar heen buitelen tijdens de olympiade van het deugden-narcisme, met de lachband op de achtergrond. Eigenlijk is het in goedheid vermomde slechtheid (p.81).

Metamorfose
In deze roman wordt de lezer op briljante wijze het spektakel van het grote bedrog ingeduwd, een superieure vorm van aftroggelarij waarin perceptie de hoofdtoon vormt, de verwaande en perverse idee dat rijken de armen zouden sponsoren. Het hele schouwspel echter is een spectaculaire en megalomane cashmachine ten voordele van de gehaaide menslievenden van de bovenwereld – een bovenwereld als een gemuteerde onderwereld die als broeinest van de voorruitgang wordt voorgesteld, maar waarin zware criminelen met als dekmantel de humaniteit van de boven ons gestelden en hun juridische spelletjes, al vlug weer op een terrasje zitten, ‘met een consumptie erbij op kosten van de samenleving’, een bovenwereld waarin de cipiers angst hebben en panisch zijn en de gevangenen de baas omdat allerlei conventies en verdragen zoveel rechten inhouden ten voordele van de penose dat een beetje crimineel alle gaten van het systeem van buiten kent in een gevangenissysteem ‘zo poreus als koek’ (p.112) en met mietjes als psychologische coaches.

Het collectieve schuldgevoel van de blanke-witte man en uitgekookte advocaten voltooien het grote postmoderne toneel. Het klopt wat de auteur schrijft: “De schepping is een krankzinnigengesticht vol spiegels”. Het is in de zieke ingewanden van Amsterdam en zijn Nationale Armenloterij dat het hoofdpersonage Ruben Ivanovitsj Katz belandt. Het geïmmigreerde Russische jongetje komt er in een Mokum terecht dat al lang geen Jiddisch of sociaaldemocratisch cachet meer bezit maar waar het perverse boboïsme van de hoofdstedelijke arrogante bohemien-kaste (p.162) hoogtij viert. Zijn aanvankelijke engagement en zijn edele dromen verkwanselt hij. Ze houden geen stand tegen de verlokkingen van het regenteske rattendom en zijn morele corruptie.

Aanvankelijk is deze wat schlemielige immigrant met puistenkop zo gesloten als een oester. Gaande de weg echter voltrekt zich zijn fatale Werdegang tot rat. Hij wordt immers een rat onder de ratten, een rat die niet liegt maar de waarheid naar zijn hand zet en daardoor alles verliest. Het zou een symbool kunnen zijn voor onze ‘affluent society’ zonder kern, en van langsom meer zonder drang naar kennis. Zo organiseert het verdoemde Europa met zijn ‘empathiewaan’ (het begrip is van de Nederlandse econoom Frits Bosch) zijn eigen multiculturele zwendel. Het aanbidt op een ziekelijke manier de verworpenen der aarde, waarbij dode kinderen de ultieme kers op de charitatieve taart zijn (p.159). Europa als hedonistisch belevenispark voltrekt op alle mogelijke manieren de eigen ondergang en trekt daarbij alle maatschappelijke actoren – van hoog tot laag, van links tot rechts – nolens volens in het bad van Nietzsches laatste mens. De wereld wordt geregeerd door ratten. Daarover gaat deze blitse roman die de loopgraven beschrijft in de geesten van de mensen, alle mensen, en waarbij achter hun menslievendheid en empathie de knaagdierentanden zitten van het rattendom.

Synthese
Gregor Samsa, het hoofdpersonage in de novelle ‘Die Verwandlung’ (de gedaanteverwisseling) van Franz Kafka, is op een morgen in een kakkerlak veranderd. Kafka krijgt in Pieter Waterdrinkers roman concurrentie van Ruben Katz. Die denkt de postmoderne gekte te overwinnen door rat te worden. Het is de rat uit het riool van de wereld, in casu Amsterdam, waar de groene gekken aan het bewind zijn. In het gouden mondiale buizenstelsel, en alvast ook in dat van het dolgedraaide politiek correcte Mokum, zetelt immers de authentiek-regenteske macht met haar mondaine society rattengedrag, en die ongenaakbare macht kijkt vanuit zijn ‘Kingdome of Darkness’ uit Hobbes’ ‘Leviathan’ meelijwekkend en met onaantastbare bravado neer op de ordinaire rat. Geef ervaringsexpert Ruben Katz, die uiteindelijk metamorfoseert van een rat mét obsceen veel luxe in een rat zonder geld, maar eens ongelijk met zijn rattenmetafoor!

In Europa heerst vandaag de duisternis van het tijdelijke genot. Een schijnsel van nieuw licht (p.385) zoals Goethe of Chateaubriand dat nog hoopten te ontwaren, is nog bijlange niet in zicht. De Verlichting is uitgewerkt, de EU is een imperiale machine, Europa wordt van binnenuit weggevreten (p.401) en het nagelaten spirituele gat wordt opgevuld met trivia, naakte hebzucht, politiek correcte krankzinnigheid en islamitisch-criminele flauwekul. ‘Het oude Europa was op drift, iedereen was almaar onderweg’ (p.418) en een Arabisch uiterlijk had in sommige Europese wijken zo zijn voordelen (p.417).

Met ‘De rat van Amsterdam’ beschreef Pieter Waterdrinker deze nihilistische situatie en daarom bestempel ik zijn laatste werk dan ook als de grote Europese roman waarvan we al zo lang dromen.

De rat van AmsterdamPieter Waterdrinker, Nijgh & Van Ditmar