dinsdag 29 december 2020
vrijdag 25 december 2020
OP ZOEK NAAR KERSTMIS
Zoals
bij iedereen wel bekend is, is godsdienst niet echt mijn ding. Ik stel de
fanatieke bedienaars ervan op één lijn met de ergste misdadigers. Wat er mij
echter niet zal toe leiden dat ik hen lichamelijk kwaad wil doen. Maar wat mij
wel ontroert is de muziek die vooral door de christelijke godsdienstbeoefenaars
is voortgebracht en indertijd zelfs gedeeltelijk door de kerk werd gesponsord.
In ieder geval hoort men ze steeds minder. Toen ik deze week over de Antwerpse
grote markt liep klonk me alleen maar Engelse kitscherige troep in de oren. Om
het met Stafke Fabri te zeggen in mijn thuistaal:
as ek spreek
van de verlosser
vraagd m'ne
zöng: is da nen bokser
dad is karsmis
in de modernen tijd
ja dad is
karsmis in de modernen tijd
En dat is wat er aan de hand is op de
Vlaamse televisie. Ergens een goedkope mis opgevist die men dan uitzendt met overgesproken simultane vertaling.
![]() |
| Rolando Villazón & Xavier d Maistre |
Dus even de kerstsfeer ophalen bij de ZDF
waar Carmen Nebel (64 jaar, 1,65m) om 20.15 in haar programma ‘Heiligenabend
mit Carmen Nebel’ een aantal gasten in de studio heeft die nog weten wat kerstliederen
zijn, zelfs diegene die ik me herinner van vroeger. Ster van de avond was voor
mij de Mexicaanse tenor Rolando Villazón die zich liet begeleiden door de
wereldvermaarde harpenist Xavier de Maistre. Er was ook de mooie uitvoering van
‘Carol of the Drum’ – ook gekend als ‘The Little Drummer Boy’ – geschreven in
1941 door de Amerikaanse Katherine Kennicott Davis en dat ten gehore werd
gebracht door een koortje van 10 tenors. Mireille Mathieu probeerde reikhalzend het ‘Ave Maria’ te brengen, maar het gelukte haar niet echt.
Dit werd om 22.30 op diezelfde ZDF gevolgd
door ‘Weihnachten mit Jonas Kaufmann’. De tenor was in de kapel waar in 1818
voor het eerst ‘Stille Nacht, heilige Nacht’ werd uitgevoerd. Hij zong de
klassieke kerstliederen en de twee in het dialect van de
Alpen waren uitschieters. Wanneer hij zich echter aan de kitscherige
Amerikaanse kerstsongs waagde, bleek dat ook al zingend verkeerde klemtonen
kunnen worden gelegd. Het heiligschennends waren de Jinglebells terwijl hij aan het geboortehuis van Mozart passeerde.
Dan maar over naar France 2 waar om 23.35 ‘Le concert de Noël de Notre-Dame’ aanving. Ik was iets te vroeg en zag nog
net het einde van het vorige programma. Daarin werd bij de bevrijding van
Parijs vanuit de Notre-Dame geschoten op een menigte die achter generaal De
Gaulle op weg was naar de kerk, maar de generaal stapte stoïcijns verder.
zondag 20 december 2020
OP 21 DECEMBER 2006 BEGON ZOALS ALTIJD DE WINTER
The Dodo used
to walk around
And take the sun and air
The sun yet warms his native ground -
The Dodo is not there!
In Memory of our friend John Riedijk
Still missed
Poem by Hilaire Belloc
woensdag 16 december 2020
ZOEK DE GELIJKENISSEN
Met de belofte dat hij de villa op de berg zal
onderhouden en het nodige zal doen om de overwoekerde tuin weer aantrekkelijk te
maken, kon Dodge zijn familie er onderbrengen, hij wordt er housesitter om het
in schoon Vlaemsch te zeggen.
Diezelfde Dodge publiceerde in 1949 The Crazy Glasspecker. De glasspecker
waar Dodge naar verwijst is een kleine vogel die een beetje lijkt op een Harpo
Marx met vleugels en die iedere dag, van zonsopgang tot –ondergang, zich een
weg probeert te pikken doorheen het glas van het onderkomen van de Dodges in
Arequipa (Peru).
In een nieuwe Netflix-serie met de naam Man vs Bee zal Rowan Atkinson de hoofdrol vertolken, waarbij hij als housesitter oppast op een luxevilla en daarbij wordt lastiggevallen door een volhardende bij. Rowan zou een van de bedenkers van het verhaal zijn. Nou ja…
maandag 14 december 2020
vrijdag 11 december 2020
MONTOYA HERENIGD MET McLAREN
Ja, Indycar is abuzz met de terugkeer van the chubby little guy, zoals Montoya wel eens genoemd wordt.
Hij is een fantastische coureur en een man die zich geen reet aantrekt van politieke correctheid en dergelijke onzin -als het hem niet aanstaat, zal dat geweten zijn- maar ik weet niet of dit het team is dat hem aan een derde zege kan helpen. Strikt genomen heeft McLaren as such er niets mee te maken. Indycar is qua chassis een : alle auto's zijn Dallara's (model DW -voor Dan Wheldon-12); iedereen gebruikt dezelfde banden en brandstof en er is keuze uit twee motoren, Honda en Chevrolet.
Alles zit 'm dus bij wijze van spreken in de chauffeur en in de voorbereiding van de auto op de race.
Qua chauffeur ga je niet veel beter vinden als Montoya en Sam Schmidt's team is een degelijk team. Het is echter geen Penske, Ganassi of Andretti. Simon Pagenaud en James Hinchcliffe hebben onder hun twee een half dozijn races gewonnen maar in Indianapolis is Schmidt Peterson nooit verder geraakt dan een pole position, Alex Tagliani een jaar of tien geleden. De laatste overwinning van het team is ook alweer een paar jaar geleden. Sinds Schmidt Peterson begin dit seizoen van naam is veranderd en Arrows McLaren is geworden, is het slim pickings geweest. Ze zijn ook zo stom geweest om de ervaren rot Hinchcliffe buiten te winkelen en te vervangen door een paar rookies. Geen wonder dat ze Montoya willen.
In Indianapolis is trouwens alles mogelijk. In het jaar van de honderdste verjaardag van de race, 2011, reed zelfs de Belg Bertrand Baguette aan de leiding op enkele ronden van het einde, nadat hij Danica Patrick was voorbijgegaan... Toen Bertrand moest gaan tanken kwam de rookie J.R. Hildebrand aan de leiding. Die slaagde erin te crashen in de laatste bocht van de laatste ronde en de zege ging naar Dan Wheldon, zijn tweede overwinning in de 500. Later in dat jaar kwam Wheldon om het leven op de Las Vegas Motor Speedway. Omdat Dan de nieuwe Dallara, model 12, had ontwikkeld, werd de auto officieel Dallara DW-12 gedoopt.
Dit jaar is de race voor
de tweede keer gewonnen door de zeer sympathieke brokkenpiloot Takuma Sato, die
uitkomt voor het team van oud-winnaar Bobby Rahal en tv-mens David Letterman.
donderdag 10 december 2020
maandag 7 december 2020
Aan de hele fanatieke Hamilton fankliek die maar niet wil gezegd hebben dat het de auto is die hun lieveling vijf of zes wereldtitels heeft bezorgd, niet zijn eigen uitzonderlijke talent: kijk wat de zo-goed-als-rookie George Russell doet in zijn allereerste race met Hamilton's auto. Hij kwalificeert zich tweede (na de andere Mercedes, met een F1-veteraan van negen seizoenen en 155 wedstrijden aan het stuur...) en wint ei zo na de race.
Ik denk dat Mercedes
moedwillig een handje heeft toegestoken om dat te beletten, eerlijk gezegd.
Voor een team dat altijd zo ligt te stoefen over zijn
"professionalisme", is de foute bandenwissel echt te onnozel om los
te lopen. Als Russell de race had gewonnen, waar het op het moment van de
bandenwissel aardig naar uitzag, zou dat maar al te duidelijk hebben gemaakt
wat een nietsbetekenend circus de F1, de gewaande top van de
autosport-ziggoerat, is geworden.
https://racer.com/2020/12/06/russell-feels-robbed-of-win-twice-but-escapes-disqualification/
Mensen die geïnteresseerd zijn in autoracen raad ik Indycar aan, of rally, of de Isle of Man TT, of desnoods stadium super trucks of, waarom niet, diecast racing. F1 is bezigheidstherapie geworden voor superrijke, rotverwende mietjes.
zaterdag 5 december 2020
ALZHEIMER?
° Werp je atlassen en aardrijkskundeboeken maar in de scheurmand want naast de 5 werelddelen Oceanië, Afrika, Amerika, Europa en Azië, komt per 1 januari Groot-Brittannië als zesde in de rij aanschuiven. Althans dat denken ze zelf!
° Toen ik deze ochtend niks in mijn pantoffel vond, vertelde mijn echtgenote me dat Sinterklaas waarschijnlijk mijn briefje niet gelezen had. Ik denk echter dat het veel erger is, Sinterklaas heeft Alzheimer volgens mij.
zondag 29 november 2020
zaterdag 28 november 2020
maandag 23 november 2020
Toen John Surtees in 2017 de pijp aan maarten gaf, was niemand erover verwonderd dat er geen SIR voor zijn naam stond.
Nu Lewis Hamilton zich SIR mag noemen, stelt een groot gedeelte van de wereldbevolking zich de vraag WAAROM?
Misschien heeft al dat knielen geholpen en heeft de Britse koningin dat als een knieval beschouwd, wie zal het weten?
Lewis, een ridder gedraagt zich niet zo arrogant als jij!
vrijdag 20 november 2020
woensdag 18 november 2020
vrijdag 13 november 2020
RANDNIEUWS BOEKEN
Ik heb net de cover aangekregen van de Portugese (Braziliaanse) vertaling van mijn Amerikaanse verhalenbundel "Heart Fever". Ik keek eerst verrast op: in tegenstelling tot de eerder melancholische covers van de Spaanse, Italiaanse en Duitse vertalingen gaat het voor Coração Febril om een kleurrijk, haast sprookjesachtig tafereel. Ik vroeg naar de reden en was opnieuw verrast toen ik het antwoord kreeg dat de covertekening gebaseerd is op een van de schilderijen van het personage Serge Butoyara in het verhaal Paint it, Black uit de bundel. Serge is een talentrijke halfbloed Tutsi met een traumatisch verleden die in Brussel woont en zich gespecialiseerd heeft in vervalsingen die door de kunstmaffia voor veel geld verkocht worden. Serge haat zijn vervalsingen omdat hij naam wil maken als schilder. Af en toe, meestal met een hoop drugs in zijn lijf, schildert hij zijn eigen visioenen die draaien om een sprookjesachtige, haast kinderlijke interpretatie van het bergachtige landschap van zijn geboorteland Rwanda waar hij als kind getuige was van vreselijke taferelen tijdens de Rwandese genocide. Zijn jeugdtrauma's, drugsverslaving en creatieve frustraties leiden naar zijn ondergang;
Zo zie je maar: een auteur kent niet altijd de
kleinste details van zijn eigen verhalen. En ik
was toch broodnuchter toen ik ze schreef.
donderdag 12 november 2020
EEN VOORSPELLEND BOEK?
In september 2018 verscheen bij uitgeverij De Eenhoorn het luisterboek Waar Zijn Alle Stemmen?
Dat vraagt The Donald zich nog alle dagen af.
woensdag 11 november 2020
11 NOVEMBER
“Calm fell. From Heaven distilled a clemency;
There was peace on earth, and silence in the sky;
Some could, some could not, shake off misery:
The Sinister Spirit sneered: 'It had to be!'
And again the Spirit of Pity whispered, 'Why?' ”
From 'And there was a great calm'
Thomas Hardy on Armistice 1918
maandag 9 november 2020
TE GAST OP HET BOEKENFEEST
Walter, mijne vriend.
Ik vind dit een zeer fijn idee. Een najaar zonder Boekenbeurs is toch een beetje raar, ook al ging ik er al jaren niet meer naartoe. Daar waren meerdere redenen voor. Vroeger kocht ik boeken op de BB die ik anders nergens vond. Dat was in de tijd dat, bijvoorbeeld, boekhandel De Krijger uit het exotische Erpe-Mere er een stand had. De Krijger is ondertussen De Arend geworden en heeft nu een webwinkel. Vooral die webwinkel maakt een verschil. De wereld is één grote webwinkel geworden en op boekenvlak bevalt me dat zeer.
De voornaamste reden waarom ik de Boekenbeurs ben beginnen mijden, is echter dat de BB hoe langer hoe minder met boeken te maken heeft. De laatste jaren zou je je eerder op een Oktoberfest-in-pocketformaat gewaand hebben dan op een boekenbeurs: meer bierstands dan wat anders. Dat krijg je waarschijnlijk als je papierboeren als Alexis Dragonetti, Geert Briers of Vé Bobelyn de organisatie van de BB toevertrouwt.
Wat me ook meer en meer stoorde was het fenomeen van het Boekenbeursboek. Het Boekenbeursboek is een boek dat gemaakt wordt, niet om gelezen te worden maar om op de Boekenbeurs GESIGNEERD te worden door een of andere loslopende mongool (M/V) die voor de spreekwoordelijke vijftien minuten roem verworven heeft in Vlaanderen. Het Boekenbeursboek eist gedurende de Boekenbeurs alle aandacht voor zich op en verdringt op die manier het èchte boek van het enige podium dat het elk jaar krijgt in de Vlaamse media.
En zo kan ik nog even doorgaan maar liever niet, zegt. Het leven is al triestig genoeg.
Boekbesprekingen heb ik niet meer geschreven sinds het college, maar ik wil wel eens oplijsten wat ik momenteel zoal aan het lezen ben.
Bovenaan bij de bijgerechten ligt 'Een danser in de sneeuw' van de zeer betreurde Gaston Durnez. Ik was nog een jonge tiener toen mijn moeder mij 'Een bloem in het geweer' in mijn handen duwde, een uitgave van Heideland, in de Vlaamse Pockets reeks. Het boekje was toen nieuw en nu niet meer maar ik heb het nog altijd. Gaston is sindsdien bij me gebleven. Zijn journalistieke carrière heb ik niet gevolgd maar ik herinner me nog goed boeken als 'Kijk, paps, een Belg!', 'Sun Corner Bar' en 'Een vogel in de brievenbus'. De laatste jaren heb ik zeer genoten van 'Vroeger waren we veel jonger' en 'De bolhoed van mijn vader'. Gaston is top.
Waarom ligt hij dan bij de bijgerechten? Dat heeft te maken met de manier waarop ik boeken ge- of misbruik bij het slapengaan. Ik neem een boek mee naar bed en lees tot mijn ogen beginnen dicht te vallen. Of tot het moment dat ik heel andere dingen begin te lezen dan die die in het boek staan... Dat is een heel vreemd fenomeen eigenlijk. Het is dan precies alsof mijn hersenen op eigen initiatief op avontuur gaan, alsof ik al begin te dromen met mijn ogen open, eigenlijk. Het is geen onaangenaam fenomeen al vraag ik me soms af of het misschien een voorbode is van iets erger, doch dit terzijde. Waar het om gaat is dat de stukjes in 'Een danser' ineens moeten uitgelezen worden. Daar stop je niet halverwege bij, dat gaat gewoon niet. Dus is 'Een danser in de sneeuw' ongeschikt als bed- en hoofdliteratuur.
Ook ongeschikt als bed-literatuur is de weergaloze biografie van de grote Jim Clark, 'The best of the best', geschreven door David Tremayne. Jim Clark was een van mijn jeugdhelden en het was een schok toen hij in april 1968 verongelukte in Hockenheim. Clark was werkelijk 'the best of the best'. Vergeet de Sennas, chumachers, Vettels en Hamiltons. Ze komen nog niet tot aan Clark z'n enkels. Ze komen nog niet tot aan de enkels van om het even welke coureur uit de Killer Years, de moordende jaren 50, 60, 70... Nog een beetje 80, zelfs. David Tremayne is een journalist die een aantal uitstekende boeken op zijn palmares heeft. 'The best of the best' is even uitstekend maar niet geschikt als bed-literatuur omwille van z'n gewicht. Het boek weegt 2,677 kg.
Ik ben ook bezig aan 'A beginner's guide to Voodoo'. Vreemd genoeg bestaat er geen 'Voodoo for dummies', onbegrijpelijk eigenlijk. 'A beginner's guide to Voodoo' is geen bedliteratuur omdat een mens maar liever geen risico neemt met dat soort dingen. Wat mij vooral interesseert is de passage 'everything you need to know about cating spells'. Een Voodoovloek is geen simpel ding. Voodoovloeken hebben namelijk de neiging om terug te komen naar degene die ze uitspreekt. Het is dus zaak je vijand iets toe te wensen dat jezelf niet zou raken als het je overkomt. Aan zoiets moet ge niet beginnen als uw brein bezig is met zijn koffers te pakken voor de nacht.
Mijn hoofdgerecht van dit moment is een boek uit de 'Culture' serie van Iain Banks. Wijlen Iain Banks, jammer genoeg, want, mijn God, kon die man schrijven en wat een zalige verbeelding had hij!
'The Culture' speelt zich af in een utopische wereld waar duizenden planeten gekoloniseerd zijn, waar alles in overvloed voorhanden is, waar mensen vreedzaam samenleven met droids en waar het reilen en zeilen van de samenleving geregeld wordt door "Minds", superintelligente artificiële ... entiteiten... Die voor alles zorgen, zowel voor het ophalen van het huisvuil als voor het functioneren van ruimteschepen. Maar natuurlijk is niet alles perfect want anders zou er geen verhaal zijn. The Culture bemoeit zich voortdurend met die werelden die geen deel uitmaken van haar imperium, soms omdat die werelden een bedreiging zijn voor The Culture, soms om andere redenen. De wereld van Iain Banks is van een rijkdom en een toegankelijkheid die je nog zelden tegenkomt in de SF. Bovendien heeft Banks een goed gevoel voor humor en is hij fijnzinnig in zijn woordgebruik. Geen schunnigheden in de boeken van Banks, bij wijze van spreken. Eén van de hoofdpersonages van het boek waar ik in bezig ben, 'Use of weapons', is Diziet Sma, een agente van The Culture's "geheime dienst". Diziet, Dizzy voor de vrienden, is een loopse teef maar dat ontdek je zonder dat er één schunnig woord gebruikt wordt. Meesterlijk.
De
ruimteschepen van Banks heten ook niet ordinair 'Enterprise' of 'Nostromo' of
'Millennium Falcon' of 'Galactica'. Neen. Ze heten 'Screw Loose' of 'Sweet And Full Of Grace' of 'So
Much For Subtlety' of 'Just Testing'.Elon Musk heeft zijn drijvende landingsplatforms genoemd naar ruimteschepen uit 'The Culture': 'Of Course I Still Love You' en 'Just read The Instructions'.
Uiteraard is er van Banks (zo goed als) niets verschenen in het Nederlands. Het boekenaanbod op de Vlaamse markt is minder dan pover.
Dat is het zo een beetje op deze moment. Ongetwijfeld geen Grote Literatuur but who gives a shit?
ps:
Hier een landing van een SpaceX booster op 'Of Course I Still Love You'. Goed
luisteren vanaf 1:07.
https://www.youtube.com/watch?v=g2tpHI5mKSI&feature=youtu.be
vrijdag 6 november 2020
DE UITGEVER ZAL ER NIET RIJK VAN WORDEN
Ooit heeft Hugues C. Pernath mij gezegd dat ik op zoek moest gaan naar die zin, die strofe waaraan meestal een gedicht is opgehangen. In de nieuwe dichtbundel van Patrick Jean Armand Conrad (75) zijn die niet zo moeilijk te vinden. In de cyclus Alsof volgt er na een opsomming van alsoffen, hoe Patrick naar de wereld kijkt:
alsof
het niet genoeg was geweest
blijven
wij doof voor de roepende rechters
en
blind voor wat komen moet
tot
de laatste snik, tot de laatste wals
doen alsof
In het deel Een bloedeloze zondag dat is opgedragen aan zijn overleden moeder, kijken we mee over de schouder van de dichter die dit lange gedicht moest schrijven, en er eerlijk en onverbloemd zijn droefheid in wegschreef:
Omdat
ze haar zoon niet zag wennen
aan
de gure eenzaamheid die hem te wachten stond
nadat
ze haar laatste bed had verlaten,
omdat
er nog meer te delen viel
dan
het geduldige wachten op de verlossing,
bleef ze zich vastklampen aan zijn woorden
En dan heb je nog die hartenkreet “Moeders sterven niet, ze laten je in de steek.” die tegelijk klinkt als een verwijt “Waarom heb je me verlaten?” Waar heb ik dat nog gehoord?
Ik
ben er echter van overtuigd dat iedere lezer andere citaten kan verkiezen, want
deze bundel staat vol met strofen die je als een quote kunt gebruiken.
Meer Conrad op
https://www.youtube.com/watch?v=ozJ-bXvVH0Q
Patrick Conrad: En de bomen,
Uitgeverij Vrijdag
donderdag 5 november 2020
de BOEKENBEURS vergeet de oudjes niet
Je zou
Jonathan Lethem kunnen kennen van verschillende reeds vertaalde boeken, zoals De burcht van eenzaamheid (The
fortress of solitude), De chronische stad
(Chronic city), De dissidenten (Dissident
gardens), en is dat niet het geval, dan moet je hem zeker kennen van De Minna-mannen (Motherless Brooklyn).
De Minna-mannen heeft Lionel Essrog, een detective die lijdt aan het syndroom van Gilles de la Tourette, als belangrijkste personage. Het is 1999. Essrog is op zoek naar de moordenaar van zijn baas, Frank Minna. Het is deze Minna die Lionel en zijn vrienden jaren geleden rekruteerde toen ze nog in een jongensinternaat-weeshuis in Brooklyn woonden. Minna leidde hen op tot een hecht - maar hopeloos amateuristisch - opsporingsteam, de Minna-groep. De Minna-mannen staan voor de grootste uitdaging van hun carrière als zij hun mentor bloedend terugvinden in een afvalcontainer. Hij is neergestoken en daar gedumpt door een overvaller wiens identiteit hij weigert te onthullen – zelfs niet op weg naar het ziekenhuis terwijl hij stervende is. Het boek is geschreven in de stijl van de echte noir en kan gemakkelijk naast de beste van het genre staan. Esquire bestempelde Minna als beste roman van het jaar.
Motherless Brooklyn verscheen in augustus 1999 en Edward Norton,
die op de hoogste toppen van de roem stond met zijn vertolking in Fight Club nam er nog datzelfde jaar een optie op om het te verfilmen. Hij verkocht aan de auteur zelfs het idee dat hij, mocht hij de filmplannen klaarkrijgen, het boek in een heel andere tijd zou laten spelen. En toen begon de zoektocht naar geld, meer geld, nog meer geld, nog meer van alles wat met film te maken heeft, maar het project leek de weg op te gaan van vele projecten, naar de stoffige laden van de vergetelheid.
Edward Norton,
de scenarist én de regisseur
die bovendien de rol van Essrog op zich nam, heeft zoals gezegd zijn Motherless Brooklyn gewoon verplaatst in
de tijd, en dat moet uiteindelijk toch sommige sterren aangesproken hebben. Het
minieme rolletje van Bruce Willis, het ietwat grotere part van Alec Baldwin,
net als het grotere part van Willem Dafoe, vormen een palet dat als door de beste schilder geborsteld
werd.
Bij Norton zijn we dus in 1957 en dat is niet de enige vrije vertaling van boek naar film. Om eerlijk te zijn veranderde Norton meer dan wat hij behield. En om nog eerlijker te zijn: het werkt!
Je kunt
beginnen met het boek te lezen en vervolgens de film bekijken, je zal je niet
vervelen.
De Minna-mannen, Jonathan Lethem, Uitgeverij Prometheus
dinsdag 3 november 2020
WIENER BLUT
De 55-jarige Kamala Harris
was de gedoodverfde favoriete om als kandidaat-vicepresident te worden gekozen
door Biden. Harris is zo de eerste zwarte vrouw in de geschiedenis van de
Verenigde Staten die zo'n positie in de race naar het Witte Huis bekleedt.
Zou dit geen reden
kunnen zijn dat beiden niet verkozen worden? Biden is niet meer van de jongsten
en bij zijn schielijk overlijden komt er een zwarte vrouw in het Witte Huis,
wat veel Amerikanen – wit, zwart, geel – na de zwakke Obama niet zien zitten.
Amerika is nog nooit zo
verdeeld geweest als nu, wordt er herhaaldelijk nageaapt. Ja? En wat dan met de
vorige presidentsverkiezingen? Mensen hebben blijkbaar problemen met cijfers.
Op 131.700.000 kiezers haalden de republikeinen een nipte meerderheid van 3.000.000
stemmen, ondanks het feit dat Hillary 2.000.000 stemmen meer had. Alles te
wijten aan het Amerikaanse kiessysteem.
Is het niet eigenaardig dat gisteravond op de Duitse zender ZDF de Oostenrijkse televisiefilm Wiener Blut werd vertoond? In de film worden we geconfronteerd met een Iman die naast zijn haat prediken ook nog leider is van een terroristische cel en een aanslag voorbereidt op het centraal station van Wenen.
maandag 2 november 2020
ZO ZONDER BOEKENBEURS
In een tijd dat managers en directeurs van uitgeverijen de wacht aangezegd krijgen en hiermee met de neus op de feiten worden gedrukt, is er toch een straaltje hoop, want er is nogal wat aandacht voor het boek, spijtig dat die aandacht wordt misbruikt om sommige boeken niet aan de bak te laten komen.
Hierna mijn keuze voor vandaag:
De Duitse schrijver Siegfried Lenz (Lyck 17-3-1926 – Hamburg 7-10-2014) leerde ik kennen toen ik met stijgende verbazing enkele van zijn ‘kleinere’ boeken las, terwijl ik ze toch maar in de ramsj had gevonden. Ik las Een minuut stilte, waarvan Vrij Nederland schreef “…dit boek doet pijn, mooie pijn.” Ik las de verhalenbundel Schitterlicht. De eenvoud van zijn verhalen en de stilistische schoonheid gingen me bekoren. Als filmfan ging ik ook even kijken op IMDB en zag daar dat de filmwereld Lenz ook omhelsd had. Daarom moest ik uiteraard meer over de auteur weten. Ik kwam tot de vaststelling dat ik hem enkele maanden na zijn dood leerde kennen en begreep ook de uitgever die de gelegenheid had gezien om stock van zijn boeken toch nog aan de man te brengen, nu de auteur nog in de belangstelling stond.
Ik vond over hem nogal wat
op Wikipedia en andere plekken over hem. Lenz was een zoon van een douanier. Op
13-jarige leeftijd ging hij bij de Hitlerjugend. In 1943 werd hij ingelijfd in
de Kriegsmarine. Hij weigerde een opstandige medesoldaat terecht te stellen en
deserteerde. Nadat hij door de Britten krijgsgevangen werd genomen, ging hij bij
hen als tolk aan het werk. Na een korte tijd werd hij vrijgelaten. Na
de oorlog studeerde Lenz Engels in Hamburg, naast filosofie en literatuurwetenschap.
Lenz maakte deel uit
van Gruppe 47, die na de oorlog de Duitse literatuur wilde bevorderen. In 1948
kwam hij bij de krant Die Welt. Toen
in 1951 zijn eerste roman Es waren Habichte in der Luft (je
kunt een PDF-versie lezen op het net: https://sites.google.com/a/narbor.space/rianadrian/es-waren-habichte-in-der-luft-roman-3423005424)
als vervolgverhaal in Die Welt verscheen en later als boek,
nam hij ontslag bij de krant. Daarna vestigde hij zich als schrijver. Toen hij
een jaar na het verschijnen van zijn debuut zijn tweede roman bij zijn
uitgeverij afleverde, vertelde de hem toegewezen redacteur, Otto Görner, hem
dat een boek met de titel De Overloper
niet zou verkopen, dat Duitsland helemaal niet zat te wachten op een boek over
een deserteur. Misschien, zei Görner hem, had De overloper nog kans gemaakt in 1946 maar nu in 1952, drie jaar na
de stichting van de Bondsrepubliek, niet meer. De overloper lag voor reeds meer dan zestig jaar stof te verzamelen
in een lade en dan stierf Lenz. De ontdekking ervan bleek een
sensatie en van het indrukwekkende boek werden meer dan 100.000 exemplaren in
Duitsland verkocht. Net zoals in Duitse
les vertelt meesterverteller Lenz op de voor hem kenmerkende wijze ook in De overloper een meeslepend en
universeel verhaal over een individu dat verwikkeld is in de strijd tussen
loyaliteit en geweten, liefde en verraad.
Net zoals Günter
Grass voelde Lenz zich sterk met de SPD verbonden. Lenz kreeg talrijke literaire prijzen.
De thematiek in zijn werk is verbonden met Masuren, het zuidelijke deel van Oost-Pruisen, waar hij opgroeide. Dat was een landschap van dichte
bossen en meren, bewoond door mensen die gemangeld raakten tussen de 'Heimat'
en de steeds dwingender eisen die het nationalisme van de moderne Duitse staat en de nationaalsocialistische terreurheerschappij stelde.
Gott Schläft in Masuren van Hans Hellmut Kirst
(1956) kreeg, als ik het me goed herinner de quote mee “Als God zich ter ruste
wilde leggen, dan zou hij het zeker doen in Masuren”. Meer weten over Mazurië,
zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Mazuri%C3%AB .
Toen de Polen na de
oorlog de Masuren inlijfden werden de meeste Duitsers uit hun heimat verdreven.
HET VERHAAL
Walter Proska, een
28-jarige soldaat in het Duitse leger, heeft zojuist verlof gehad en is op weg
naar zijn eenheid aan het front. Als de trein stopt in Prowursk, vlak voor de
uitgestrekte moerassen van Rokitno, vraagt een jonge vrouw, Wanda, om hulp. Ze
heeft een kruik bij zich met de as van haar broer die ze naar zijn weduwe in
het volgende dorp zegt te willen brengen. Walter, die op slag door Wanda
betoverd is, helpt haar zijn wagon binnen.
Maar de trein bereikt het dorp niet. Wanda moet
vluchten voor een patrouille en de trein loopt op een mijn die partizanen daar
gelegd hebben. Walter overleeft de aanslag en gaat deel uitmaken van een
handjevol soldaten dat onder leiding van
, een onberekenbare korporaal de
partizanen - die in de uitgestrekte moerassen kat en muis spelen met de
Duitsers - moet zien te overleven. Als Walter tijdens een patrouille Wanda weer
tegenkomt, is dat het begin van een (liefdes)geschiedenis waarbij Walter
geconfronteerd wordt met zichzelf en zijn geweten.
De tweedelige tv-film
die de ARD produceerde kreeg zoveel goede kritieken dat men na lezing ervan
haast dadelijk naar de winkel rent. Die Welt schreef: Eine Deutschstunde. Eine notwendige.
Eine, die einem lange nachgeht.
De Overloper, Siegfried
Lenz,Uitgeverij Van Gennep B.V
zondag 1 november 2020
ZO ZONDER BOEKENBEURS EN HEEL WAT PROBLEMEN BIJ UITGEVERIJEN TOCH EEN FEEST VAN HET BOEK
De Rat van Amsterdam – door Wim van Rooy
Deze bespreking verscheen op 17 oktober 2020 in Veren of Lood (verenoflood.nu)
Wim van Rooy las ‘De Rat van Amsterdam’ van Pieter
Waterdrinker, en vond er de grote Europese roman in waarop hij hoopte en naar verlangde.
Behalve in oorlogsgebied waar de rat de functie
heeft van opruimer van mijnen, en behalve in het boek over ratten van etholoog
en romanschrijver Maarten ’t Hart, die de rat als een sociaal levend (huis)dier
beschrijft, wordt over dat beest niet veel fraais verteld, en al zeker niet in
de literatuur.
De literaire rat
Ciske wordt in Piet Bakkers ‘Ciske de Rat’ (1941-1946) niet voor niets eerst
als een rat bestempeld, ook al blijkt achteraf dat het onhandelbare joch een
fijne mens wordt (dat moet oer-Hollands zijn). Harry Mulisch noemde een van
zijn boeken ‘Bericht aan de rattenkoning’, een verwijzing naar het fenomeen van
zwarte ratten (de rattus rattus) wier staarten in elkaar verknoopt zijn geraakt
en die daardoor niet meer uit elkaar kunnen en verhongeren. De koning van de
ratten resideert dan op de staarten die als troon fungeren, zo vertelt het de
mythe.
Ook bij heel wat literatoren is de rat een luguber
dier: bij Goethe in zijn Faust waar een reutelende rat mores wordt geleerd; bij
de Poolse auteur Jerzy Kosinski: in de controversiële roman ‘De geverfde
vogel’ (1966) gooit de ik-figuur een van zijn belagers in een put vol
ratten die er alleen een skelet van overlaten; bij de Amerikaanse pulpauteur
H.P.Lovecraft (vandaag als cultschrijver aanbeden door heel wat gecanoniseerde
romanciers) krioelen in het verhaal ‘The Rats in the Walls’ uit 1924 de
ratten tot gekmakens toe vooral in het mentale universum van het
hoofdpersonage; bij de Nederlandse romancier Ferdinand Bordewijk lopen er
meermaals ratten rond of wordt de rat in een of andere vergelijking betrokken
(‘…zijn krieloogjes keken met de wanhoop van een rat die wordt geworgd’); bij
Orwell is het zoals bij Kosinski een en al rattenwreedheid: in zijn roman ‘1984’
(die veel geciteerd maar nauwelijks begrepen wordt) wordt een kooi met
hongerige ratten over het hoofd van het hoofdpersonage getrokken. De roman ‘De
bende van Jan de Lichte’ van Louis Paul Boon, vertelt ons over iemand die
als een straatrat opgroeide en een criminele en wrede bendeleider werd: rat
wordt criminele rat.
Bij Luther is de paus de rattenkoning, de opperrat,
en na de Tweede Wereldoorlog noemde men de route die de nazi’s gebruikten om
naar Argentinië te ontsnappen de ‘Rattenroute’. In de film ‘The Death of
Stalin’ (2017), een zwarte komedie over de Stalin-terreur, spreekt Beria
over de slijmerig onderdanige Malenkov als een ‘rat zonder ruggengraat’,
terwijl Beria misschien wel de wreedste rat der ratten ooit was en daarom ook
een andere rat direct herkende. In Zweden – pour la petite histoire – wordt in
heel wat spreekwoorden of zegswijzen de kat vervangen door de rat: als de kat
van huis is, dansen de ratten, en: een rat in het nauw.
Moraal van de rat
Zoals bekend is Zweden al een hele tijd een gangsterparadijs van migranten-
maffiaclans met bomaanslagen en verkrachtingen à volonté. Het land, Zweden
genoemd, zou men dus in niet-versluierde taal als het rattenparadijs kunnen
bestempelen, een onorthodoxe omschrijving die in de krankzinnig geworden
verzorgingsstaat beslist niet langer oorbaar is, op straffe van beroepsverbod.
En last but not least: ik vermoed dat zelfs Rudy Kousbroek niets aaibaars over
de rat had kunnen vertellen. Hij attendeerde ons erop dat in de meeste oude literatuur
in verband met dieren niet wordt geobserveerd maar gemoraliseerd. Et voilà:
hier zijn we beland bij Nederlands scherpste moralist: Pieter Waterdrinker.
Nu immers is een nieuwe rat ten tonele verschenen,
een postmoderne rat die we nooit meer zullen vergeten: een rat uit Mokum! ‘De
rat van Amsterdam’ is de negende roman van één van de interessantste
Nederlandstalige schrijvers van de laatste decennia: Pieter Waterdrinker, een
chroniqueur die ik met een zekere wellustigheid vergelijk met de Amerikaanse
auteur Tom Wolfe, wiens romans er altijd weer in slagen de harde kern van
maatschappelijke problemen literair en met veel bravado een hoge status te
verlenen. Het hoofdpersonage van Waterdrinkers brisante vertelling waarschuwt
ons dan ook zonder omwegen: dit is geen maandverband- of feministenproza! En
inderdaad: wat we voorgeschoteld krijgen is een draaikolk van heftige opwinding
en stampede waarbij alle facetten van een op hol geslagen samenleving virtuoos
aan bod komen en waarin Amsterdam met zijn snobistische bobo-libertijns-rebelse
geest het nihilisme van de elites incarneert.
Waterdrinker woont al vijfentwintig jaar in Rusland
(zijn werk ‘Tsjaikovskistraat 40’ gaat erover) en van daaruit laat hij
zijn vrolijke en wervelende misantropie los op de ‘roofstaat aan de Noordzee’,
zoals hij Nederland noemt. Het perspectief dat hij daarbij hanteert is sui
generis. Zijn hoofdpersonage spaart Nederland niet, maar ook het Rusland dat
hij als ‘bewoner’ goed kent, krijgt geen carte blanche: elk land kent zijn eigen
toneelspel en leugens (p.20). Voor Waterdrinker is de mens immers het wezen dat
hij of zij overal en altijd al is geweest: een handige en schrandere
opportunist, een scharrelaar met – af en toe – een goede inborst, vol
hypocrisie en oneerlijkheid, maar meelijwekkend, ploeterend in de vuilnis van
het leven. Waterdrinker is een Hollandse Chamfort of La Rochefoucauld,
verfijnde denkers die de maat namen van het hoopje emoties dat de mens is, en
dat met een psychologie die elke contemporaine therapeut of zielenknijper tot
dilettant reduceert.
Men voelt in vele passages dat de auteur in al zijn
cynisme naar iets nobelers taalt, zeker als het dubieuze en dubbelzinnige
hoofdpersonage Ruben Katz het over zijn grote liefde Phaedra heeft, een vrouw
‘met een sudderende gekte in haar blik’ (p.245). Deze verre geliefde incarneert
onze onzekere en instabiele tijd en is dus ongrijpbaar, ‘vloeiend’ zou de
Poolse socioloog Zygmunt Bauman zeggen. Het barmhartige cynisme dat
Waterdrinkers proza kenmerkt, wordt gecounterd door hoop en liefde: het klinkt
melig, maar het is de grote kunst en kunde van de auteur – de stiel van
schrijver ligt hier in een ambachtelijke meesterhand – dat hij ons niet
verweesd en bitter achterlaat, ook al is zijn psychologische en sociologische
analyse van de postmoderne wereld er een van grote mistroostigheid. Hij voert
ons met sprezzatura en via een reeks uitgekiende stijlmiddelen die hun gelijke
niet kennen in de Nederlandse literatuur (die vaak damesliteratuur is), mee in
een avontuur dat ons de adem beneemt. Alleen een auteur als Peter Buwalda of
het idiosyncratische proza van Wessel te Gussinklo, kan de lezer zo verbluffen
en hem mee zuigen in een maalstroom waarin hij nu en dan kopje onder duikt.
Waterdrinkers roman is, vermoed ik, ten dele fictionele autobiografie, vooral
wanneer hij aan het moraliseren slaat in soms weldadig maar ook vaak
‘gewelddadig’ proza.
Ruben Katz
Het werk telt 590 bladzijden en vertelt het caleidoscopische verhaal van de
studieuze familie Katz die in 1990 vanuit Letland (dat tot Rusland behoorde)
met door corrupte ambtenaren vervalste paspoorten (die suggereren dat men Joods
is) naar Israël wil vluchten, maar uiteindelijk strandt in Amsterdam. Vanaf dan
worden deze nep- of crypto-Joden, die in het dom-naïeve Nederland al vlug de
A-status krijgen, overweldigd door een tsunami aan avonturen en verwikkelingen
met een duizelingwekkend karakter. Hun belevenissen worden met een dusdanige
vaart beschreven dat de auteur nu en dan auctorieel tussenbeide komt en
zichzelf voortdurend afremt door te stellen: “… maar we lopen op de zaken
vooruit”, zoals in een traditioneel-ouderwetse negentiende-eeuwse roman. Het is
een van de grote eigenschappen van deze bandjir aan verhalen dat de lezer dan
ongeduldig wordt en denkt: vertel het nu maar al, want ik ben zo razend
nieuwsgierig dat ik er bijna stendhaliaans opgewonden van raak.
De verteller van deze tintelende roman, de goocheme
Ruben Katz, doet zijn spannende verhaal vanuit een Nederlandse gevangenis, waar
hij voor fraude opgesloten zit; en passant merkt hij op dat de bajes vol
allochtonen en getinte jongens zit en dat vooral de koran er wordt uitgeleend.
Door de onnozele goedgelovigheid die uit de politieke correcte dogma’s straalt
is de gevangenis een oord van humanisme, mét TV op de kamer en met de nodige
intimidatie ten opzichte van de week gemaakte cipiers. Het zijn haast
onopgemerkt gesmokkelde zinnetjes die duidelijk maken dat de auteur zijn
kritische zin loslaat op een samenlevingsproblematiek die de mens met gezond
verstand in verbijstering en wanhoop achterlaat. Hij smeert het er nergens dik
op, ook al beschrijft hij bepaalde aspecten van de nieuwe morele liturgie
honderduit in een soort opwindingsdelirium. Tussen de regels echter maar soms
ook meer expliciet beschrijft hij het rattenkarakter van onze
infotainment-samenleving waarin we onszelf dood amuseren en waarin de hele
familie van Ruben Katz uiteindelijk kopje onder gaat en gek wordt, ieder op
zijn of haar manier.
Het leven als loterij
Ruben verneemt pas later wat zijn artistiek begaafde zusje overkwam wier
balletcarrière gefnuikt werd door een ruwe verkrachting, waarna ze zelfmoord
pleegde; zijn moeder werd geestesziek en de labiele intellectuele vader is een
fantast en wordt na hun vlucht uit het Letland van de Sovjet-Unie bedwelmd door
de nieuwe vrijheid. Ruben zelf wordt van moord beschuldigd op de
ongrijpbaar-schizofrene Phaedra Mudmann, dochter van de puissant rijke
oprichter én oplichter van de Nationale Armenloterij. Deze nieuwe loterij is
een ingenieuze vondst omdat ze continu een beroep doet op het schuldgevoel van
de hyperhumanistische christenmens maar anderen rijk maakt. Vader Mudmann is
als opperrat een filantropische zonnekoning, de vileinste rat onder de ratten
want zijn loterij als winstmachine is egoïsme vermomd als altruïsme,
psychopathologie vermomd als deugd.
Mudmann wordt gesecondeerd door een
pseudoreligieuze rat: een als orthodoxe priester uitgedoste Nederlander die met
zijn knuffelverschijning, zijn gewild-Slavische accent en zijn
goede-doelen-fetisjisme de laatste horde wegneemt voor de charitas van de domme
gutmensch in het uitgestrekte Filantropië, het van ostentatieve deugdzaamheid
doortrokken land waar migranten als halve heiligen worden voorgesteld en waar
moraal laaghangend fruit is. In die Nationale Armenloterij wordt Ruben Katz de
cynische bedenker van het grote graaien voor het zogenaamd ethisch goede,
waarbij het devies is ‘word een rat en laat het volk je keutels vreten’
(p.271). Het grote rattenbedrijf, dat ook bekend staat als ‘het bloembollenkoninkrijk
aan zee’, herbergt de knaagdierenadel en wordt via de Nationale Armenloterij,
die zogenaamd het heil van de mensheid en de aardbol beoogt, mede zijn
imperium, voorlopig toch, want het morele verval is imminent.
Deze loterij staat symbool voor de decadentie van
en het massale politiek-achterbakse gesjoemel en bedrog waarvan onze
samenleving doortrokken is, ze staat voor de synergie van de elites die
steevast op tijd de rangen sluiten; de Nationale Armenloterij – eigenlijk is
het woord ‘armenloterij’ een specifiek soort oxymoron – staat ook symbool voor
al die nep-goede doelen van een juridisch schimmenrijk die alleen maar een
geweten afkopen en anderen puissant rijk maken. We herkennen de personages uit
onze eigen politiek, maar Ruben Katz ziet ook de vele gelijkenissen met het
communisme dat men ontvlucht is en waarin ook de leugen regeerde.
Wie de achtereenvolgende linkiewinkie-bobo’s kent
van de (federale ) nationale Belgische loterij (en in Nederland zal het wel
niet veel anders zijn gezien de politiek correcte NGO’s die men steunt), en wie
de verhalen kent van de manier waarop hand- en spandiensten in de vorm van
sponsoring en stichtingen (in Nederland) aan de vrienden worden verleend,
krijgt eens te meer bewondering voor de auteur die dit soort organisaties en
hun perverse mechanismen als embleem koos voor alles wat grondig misloopt in
onze samenleving.
Geen uitweg
In dit razende relaas vertonen de tribulaties van Ruben Katz twee primaire
aspecten van de postmoderne waanzin: de corrupte Nationale Armenloterij met
zijn onzindelijke stichtingen en zijn orwelliaanse taalgebruik én de exotische
fake-peregrinatie van een maffe expeditie van verloren zielen die als
avontuurlijke en ondernemende Europeanen (en in zekere zin ook als fellow
travellers) naar Rusland gaan om aan de massa-immigratie in hun eigen land te
ontkomen. De avonturen van dat nieuwe narrenschip worden door de auteur ingebed
in een nihilistische era waarin de opportunistische ratten uit alle kieren en
gaten komen gekropen – en die uitgekookte en arglistige ratten zijn zowel bij
arm als bij rijk te vinden. Ze beginnen aan hun maatschappelijke sloopwerk
vanuit zowel gouden als gore riolen, vanuit de politiek en zijn chique
netwerken maar ook uit de giftige miasmen van het ordinaire duiken ze op. Ze
veranderen het voortreffelijke land dat Nederland ooit was in een plaats van
hebzucht en leugens: van Spinoza en Erasmus naar de verrotting van het hele
systeem.
Het is vooral die impliciete en vaak ook hilarische
beschrijving van de neergang van onze beschaving via het symbool van een uit
zijn postmoderne voegen gegroeide loterij, ooit opgevat als een edele bezigheid
waarvan ook de armen konden profiteren, dat Waterdrinker een hele maatschappij
te kakken zet. Terwijl zijn moeder hem altijd voorgehouden had dat hij wraak
moest nemen op het leven door gelukkig te zijn, bevindt Ruben Katz zich helaas
al te vlug in de deconfiture van een maatschappij die al lang geen samenleving
meer is en waarin een fake convivialiteit via grote tv-schermen door
influencers als nieuwe religie gecelebreerd wordt, zoiets als de narcistische
vertoning van ‘de warmste week’ van Vlaanderens pretzender VTM, waarbij de
media-croonies van de tv-poppenkast over elkaar heen buitelen tijdens de
olympiade van het deugden-narcisme, met de lachband op de achtergrond.
Eigenlijk is het in goedheid vermomde slechtheid (p.81).
Metamorfose
In deze roman wordt de lezer op briljante wijze het spektakel van het grote
bedrog ingeduwd, een superieure vorm van aftroggelarij waarin perceptie de
hoofdtoon vormt, de verwaande en perverse idee dat rijken de armen zouden
sponsoren. Het hele schouwspel echter is een spectaculaire en megalomane
cashmachine ten voordele van de gehaaide menslievenden van de bovenwereld – een
bovenwereld als een gemuteerde onderwereld die als broeinest van de
voorruitgang wordt voorgesteld, maar waarin zware criminelen met als dekmantel
de humaniteit van de boven ons gestelden en hun juridische spelletjes, al vlug
weer op een terrasje zitten, ‘met een consumptie erbij op kosten van de
samenleving’, een bovenwereld waarin de cipiers angst hebben en panisch zijn en
de gevangenen de baas omdat allerlei conventies en verdragen zoveel rechten
inhouden ten voordele van de penose dat een beetje crimineel alle gaten van het
systeem van buiten kent in een gevangenissysteem ‘zo poreus als koek’ (p.112)
en met mietjes als psychologische coaches.
Het collectieve schuldgevoel van de blanke-witte
man en uitgekookte advocaten voltooien het grote postmoderne toneel. Het klopt
wat de auteur schrijft: “De schepping is een krankzinnigengesticht vol
spiegels”. Het is in de zieke ingewanden van Amsterdam en zijn Nationale
Armenloterij dat het hoofdpersonage Ruben Ivanovitsj Katz belandt. Het
geïmmigreerde Russische jongetje komt er in een Mokum terecht dat al lang geen
Jiddisch of sociaaldemocratisch cachet meer bezit maar waar het perverse
boboïsme van de hoofdstedelijke arrogante bohemien-kaste (p.162) hoogtij viert.
Zijn aanvankelijke engagement en zijn edele dromen verkwanselt hij. Ze houden
geen stand tegen de verlokkingen van het regenteske rattendom en zijn morele
corruptie.
Aanvankelijk is deze wat schlemielige immigrant met
puistenkop zo gesloten als een oester. Gaande de weg echter voltrekt zich zijn
fatale Werdegang tot rat. Hij wordt immers een rat onder de ratten, een rat die
niet liegt maar de waarheid naar zijn hand zet en daardoor alles verliest. Het
zou een symbool kunnen zijn voor onze ‘affluent society’ zonder kern, en van
langsom meer zonder drang naar kennis. Zo organiseert het verdoemde Europa met
zijn ‘empathiewaan’ (het begrip is van de Nederlandse econoom Frits Bosch) zijn
eigen multiculturele zwendel. Het aanbidt op een ziekelijke manier de
verworpenen der aarde, waarbij dode kinderen de ultieme kers op de charitatieve
taart zijn (p.159). Europa als hedonistisch belevenispark voltrekt op alle
mogelijke manieren de eigen ondergang en trekt daarbij alle maatschappelijke
actoren – van hoog tot laag, van links tot rechts – nolens volens in het bad
van Nietzsches laatste mens. De wereld wordt geregeerd door ratten. Daarover
gaat deze blitse roman die de loopgraven beschrijft in de geesten van de
mensen, alle mensen, en waarbij achter hun menslievendheid en empathie de
knaagdierentanden zitten van het rattendom.
Synthese
Gregor Samsa, het hoofdpersonage in de novelle ‘Die Verwandlung’ (de
gedaanteverwisseling) van Franz Kafka, is op een morgen in een kakkerlak
veranderd. Kafka krijgt in Pieter Waterdrinkers roman concurrentie van Ruben
Katz. Die denkt de postmoderne gekte te overwinnen door rat te worden. Het is
de rat uit het riool van de wereld, in casu Amsterdam, waar de groene gekken
aan het bewind zijn. In het gouden mondiale buizenstelsel, en alvast ook in dat
van het dolgedraaide politiek correcte Mokum, zetelt immers de
authentiek-regenteske macht met haar mondaine society rattengedrag, en die
ongenaakbare macht kijkt vanuit zijn ‘Kingdome of Darkness’ uit Hobbes’
‘Leviathan’ meelijwekkend en met onaantastbare bravado neer op de ordinaire
rat. Geef ervaringsexpert Ruben Katz, die uiteindelijk metamorfoseert van een
rat mét obsceen veel luxe in een rat zonder geld, maar eens ongelijk met zijn
rattenmetafoor!
In Europa heerst vandaag de duisternis van het
tijdelijke genot. Een schijnsel van nieuw licht (p.385) zoals Goethe of
Chateaubriand dat nog hoopten te ontwaren, is nog bijlange niet in zicht. De
Verlichting is uitgewerkt, de EU is een imperiale machine, Europa wordt van
binnenuit weggevreten (p.401) en het nagelaten spirituele gat wordt opgevuld
met trivia, naakte hebzucht, politiek correcte krankzinnigheid en
islamitisch-criminele flauwekul. ‘Het oude Europa was op drift, iedereen was
almaar onderweg’ (p.418) en een Arabisch uiterlijk had in sommige Europese
wijken zo zijn voordelen (p.417).
Met ‘De rat van Amsterdam’ beschreef Pieter
Waterdrinker deze nihilistische situatie en daarom bestempel ik zijn laatste
werk dan ook als de grote Europese roman waarvan we al zo lang dromen.
De rat van Amsterdam – Pieter
Waterdrinker, Nijgh & Van
Ditmar






















