Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

vrijdag 13 januari 2023

TELEFOON NEDERLANDS

 In de kringen die als kleine planeten omheen burgermeester en schepenen van de stad Antwerpen cirkelen, heb ik al zeer dikwijls de idee laten vallen om een drie halve dagen bemande telefoon Nederlands in te stellen voor zij die het op taalgebied goed willen doen.

Dit is ingegeven door een recente boodschappentocht in mijn buurt. Daar kwam ik tegen dat TE OVERNEMEN en WIENKEL IS OPEN op nog geen 200 meter van mijn woonst aangekondigd werden.


Maar het mooiste moest nog komen, in een boekhandel die gericht is op een moslim cliënteel in een goed verzorgd pand in de Handelsstraat stond, in goede verzorgde en leesbare letters, een lijst van producten die er te koop zijn. Laat het nu ook in het woord WIEROOK zijn dat er een fout was geslopen, er stond namelijk WIERROOK. Is WIEROOK niet een product dat ook Arabische gomhars wordt genoemd? Ik wees een vriend die net passeerde erop, en die had het antwoord reeds klaar:

"Man zeik toch niet er had ook WIETROOK kunnen staan."



vrijdag 6 januari 2023

woensdag 4 januari 2023

WHAT A DIFFERENCE A DAY MAKE

 In juli 1940 ontsnapten drie Nederlanders vanuit bezet Nederland en staken met een twaalfvoetsjol de Noordzee over naar Engeland. Zij kegen de erenaam Engelandvaarders. Na hen zagen nog meer Nederlanders kans Engeland te bereiken.

Ruim 1700 Nederlandse mannen en vrouwen zijn, na veel moeilijkheden te hebben overwonnen, in Engeland of ander geallieerd gebied aangekomen. 

Een groot aantal mannen en vrouwen is echter op weg naar Engeland omgekomen of werd gearresteerd. Enkelen werden gefusilleerd, de meesten werden naar een concentratiekamp afgevoerd. 



Een bootvluchteling is iemand die om een politieke of economische reden zijn land ontvlucht over zee.



dinsdag 3 januari 2023

FUCK AFASIE

Een van mijn actiehelden, Bruce Willis heeft Afasie https://www.amphia.nl/folders/ergo-fysio-logo-afasie#:~:text=Praten%2C%20het%20vinden%20van%20de,goed%20functioneren%2C%20heet%20dat%20afasie.en ligt hiervoor in het ziekenhuis waar hij, omringd door zijn familie, op de dood wacht. 

Laten we hem herinneren met het beste van hem.


Gezelligheid alom ten huize Moore. Demi en Bruce, die van 1987 tot 2000 getrouwd waren, poseren samen voor de kerstboom. Ook hun drie kinderen, Tallulah (28), Scout (31) en Rumer (34), staan op de innige kiekjes. En Emma Heming, de nieuwe vrouw van Bruce, is ook van de partij tijdens het vroege kerstfeest. Ook zij deelt twee kinderen met de voormalige acteur: Evelyn Penn (8) en Mabel Ray (10). De dochters zijn ook te zien op de schattige foto’s. “Wij zijn familie!” schrijft Moore op Instagram. “We komen al helemaal in de kerststemming.”








zondag 1 januari 2023

FUCK F1

 

Toen we nog niet de leeftijd hadden bereikt om met oudejaar legaal dronken te mogen worden, keken we toch al uit naar 1 januari want op die dag begon traditiegetrouw een fonkelnieuw Formule 1 seizoen. De locatie was steevast het circuit van Kyalami, enkele kilometers noordwaarts van Johannesburg in Zuid-Afrika. De naam kwam, komt, van het Zoeloe khaya lami, wat zoveel betekent als “mijn (t)huis”.

Het zou vervolgens enkele dagen duren alvorens we zouden te weten komen hoe een en ander was verlopen, want in die tijd was nog zo goed als niemand geïnteresseerd in de Formule 1 en al zeker niet hier te lande, waar er in de pers meer aandacht ging naar duivenmelken dan naar de autoracerij. Opeens moet ik denken aan Pol Jacquemyns, maar laat ik proberen bij de les te blijven.

Zuid-Afrika was nog het thuisland van de Apartheid, al trok niemand zich daar gek veel van aan, en al zeker het F1-circus niet. F1 was één van de laatste sporten om het Apartheidsregime de rug toe te keren. Virtue signaling was nog niet uitgevonden.

Kyalami werd door de teams bezien als een gemoedelijke plek om een eerste indruk op te doen van de concurrentie en onderwijl een kleurtje te krijgen onder de zomerse zon. Het was een razendsnel circuit met het langste rechte stuk van de kalender, al was dat “rechte” stuk niet echt recht; op ongeveer één derde zat The Kink, een flauwe bocht naar rechts die echter plankgas werd genomen. Aan het eind zat Crowthorne Corner, een trage bocht van iets meer dan 90° naar rechts, een uitstekende plek om concurrenten uit te remmen en bijgevolg een geliefkoosd uitzichtpunt voor/van het publiek. Crowthorne stelde nooit teleur. 

In een tijd waarin het wereldkampioenschap nog te verhapstukken was en hooguit een dozijn races telde, was de verplaatsing naar Zuid-Afrika een flinke deuk in een teambudget. De meeste wedstrijden gingen door in Europa. Waar de F1 trouwens thuishoort, niet in apenlanden als Abu Dhabi, Bahrein, Saoedi-Arabië of Azerbeidzjan. Er was weliswaar een Amerikaans luik, met de VS, Canada en Mexico, maar die drie races volgden direct op mekaar en dus waren de onkosten beter gespreid. F1 was nog niet de obscene trog die het ondertussen geworden is. 

Zuid-Afrika was er, zeker voor de kleine privéteams (die bestonden nog… Siffert, Scirocco, ATS, Centro Sud, Rob Walker…), een beetje over en dus bleven er heel wat afwezig. Daarom niet getreurd echter! Er was altijd een uitgebreid lokaal contingent voorhanden om de start grid aan te dikken. De race maakte namelijk ook deel uit van het Kampioenschap van Zuid-Afrika. Voor zakformaat F1 buffs, zoals wij die waren, klonken namen als Jackie Pretorius, Basil van Rooyen, Pieter de Klerk en Sam Tingle heel bekend. 

John Love

En John Love. Vooral John Love, de man met de vreemde bakkebaarden en de zware voet. In 1967 ontglipte de overwinning in zijn thuisrace hem slechts op het nippertje, in de laatste ronden. Hij eindigde met zijn eigen, vijf of zes jaar oude Cooper-Climax tweede achter een ontketende Pedro Rodriguez.

In 1963 (toen de race het seizoen afsloot en op 28 december doorging) bestond het halve deelnemersveld uit Zuid-Afrikaanse privéteams, weze het soms met Europese coureurs aan het stuur. Naast the usual suspects verschenen ook Doug Serruier, Ernie Pieterse, Trevor Blokdyk, Brausch Niemann, David Prophet, Paddy Driver en Neville Lederle aan de start. Alhoewel, Lederle kwam niet “aan de start”. De dag voor de race reed hij zijn auto in de prak.

Een ander privéteam dat niet had opgekeken


"Kareltje" in zijn Porche




tegen de kosten van de reis was de Ecurie Maarsbergen van de bizarre Nederlandse edelman jonkheer Karel Pieter Antoni Jan Hubertus (“Carel”) Godin de Beaufort, die door iedereen gemoedelijk “Kareltje” werd genoemd. Kareltje was meer dan twee meter lang en behoorlijk breed in de schouders. Hij paste in geen enkele van de kleine badkuipjes die de F1-auto’s geworden waren, dus reed hij met een stokoude Porsche Formule 2, die hij in uitbundig oranje had geschilderd. 

Kareltje was enigszins aan de excentrieke kant. Hij racete op blote voeten en toen begin jaren 60 de Beatlemania toesloeg, werd hij tijdens de oefenritten voor de Britse Grand Prix gespot met een Beatlepruik in plaats van een helm op

 z’n hoofd.

: Het einde voor Kareltje.
  
Nürburgring 1964 

 In 1963 bestond Ecurie   Maarsbergen in Kyalami uit   één man: Kareltje. Toen hij,   de dag voor de wedstrijd, de   motor van zijn Porsche   opblies, moest hij ‘m op z’n eentje vervangen. Na voldane arbeid was het middernacht voorbij en het circuit was gesloten. Dus ging Kareltje zijn nieuwe motor in het holst van de nacht uitproberen op de openbare wegen. Wat hem prompt een gigantische verkeersboete opleverde. In de race eindigde hij tiende op twintig starters.

Met ander woorden: sleutelen en rijden kon-ie, Kareltje! Met zijn aftandse Porsche werd hij op twee jaar tijd vier keer zesde in een WK Grand Prix, een prestatie die hem in latere tijden wereldberoemd zou hebben gemaakt en die hem, in mijn ogen, ver boven het twijfelachtige niveau van Mad Max uittilt.

Op 1 januari 1968 scoorde de grote Jim Clark in Kyalami zijn vijfentwintigste overwinning in een WK Grand Prix, daarmee het record van Juan Manuel Fangio (24) brekend. Clark’s overwinningspercentage -25 zeges op 72 starts; een winstpercentage van 35%- is nog altijd groter dan dat van Senna (25%), Schumacher (30%), Hamilton (33%) en Vettel (18%) en andere zogenaamde GOATs. Het ligt lager dan dat van Fangio (48%) en Alberto Ascari (40%). 

Kyalami was de laatste zege van Jim Clark en de laatste zege van een Lotus in British Racing Green. Vanaf de eerstvolgende race -de buiten WK Tasman Series- waren de Lotussen uitgedost in de kleuren van hun belangrijkste sponsor, Gold Leaf sigaretten. Dat mocht toen nog, reclame voor sigaretten. Zoals eerder gezegd: virtue signaling bestond nog niet.

Nauwelijks vier maanden na Kyalami  verloor Clark het leven tijdens een F2-race op de lamme Hockenheimring.

Sundays were never quite the same after that.

Met de intrede van het grote geld werd de autoracerij meer en meer een business en/of redelijk stompzinnig entertainment dan de bikkelharde sport die ze in de jaren 50, 60 en 70 was geweest. Ze verloor, alleszins voor mij, veel van haar aantrekkingskracht.


Af en toe gebeurde er nog eens iets dat die hoogtijdagen van Kyalami even terugbracht. Zoals in 2009, toen Jackie Pretorius werd vermoord. Hij was in zijn huis in coma geslagen door dezelfde bende uitschot dat enkele jaren eerder, 2003, datzelfde huis met dezelfde bewoners al eens had overvallen. Toen was Pretorius’ echtgenote Shirley vermoord en had Pretorius zelf maanden in het hospitaal gelegen. De moordenaars werden gearresteerd aan de hand van Jackie’s beschrijving, werden berecht en veroordeeld maar na korte tijd weer vrijgelaten. Dit was het nieuwe, Apartheidvrije Zuid-Afrika, per slot van rekening.

maandag 28 november 2022

STEFAN ZWEIG 28/11/1881-22/2/1942

Exil

 








maandag 7 november 2022

YES TONIGHT JOSÉPHINE




Anne-Laure Van Neer (Antwerpen, 14 juli 1975) heeft het blijkbaar al voor zichzelf uitgemaakt: sterven doe je wanneer en waar je het wilt. Haar debuutroman JUSTINE (2015) werd een misdaadkomedie over een oude vrouw die met beide handen het verzorgingstehuis van zich af wil houden. Na veel nadenken vindt ze een oplossing: als ze nu eens een moord zou plegen, dan wordt ze wel voor de rest van haar leven opgesloten, maar hoeft ze niet met al die behoeftige en kwijlende medebewoners rekening te houden. Een schot in de roos, ja, JUSTINE werd genomineerd voor de Hercule Poirot prijs (HPp).

Van Neers tweede, MAURICE (2017), werd ook genomineerd. Het verhaal gaat over een huurmoordenaar die er de brui aan wil geven, hij heeft het namelijk aan zijn stervende moeder beloofd. Anne-Laure geeft er echter niet de brui aan. Haar derde publicatie is LOUISE (2019). Nieuw is het feit dat Anne-Laure met LOUISE de stal van uitgeverij Vrijdag gaat vervoegen. In dit boek is Anne-Laure tegelijk auteur en hoofdpersonage. LOUISE sleept opnieuw een nominatie voor de HPp in de wacht.

Zal het haar met nummer vier, JOSÉPHINE, anders vergaan? Nee, hoor, ook hier komt er een nominatie. Een tuintje, in een verborgen hoekje in de grote tuin van het tehuis, moet het de leden van de Thanatos-club  gemakkelijk maken om een eervolle dood te sterven.

Wanneer Wendy op Hebban schrijft: “Een wonderlijk recept dat proeft naar meer.” hoop ik dat ze het niet echt meent wat betreft de cakejes.

Voor iedereen die Agatha Christies verslond zijn de detectives, misdaadromans en thrillers van Anne-Laure het neusje van de zalm.

JOSÉPHINE is klaar voor het theater of de film. Ja, de HPp ging dit jaar naar JOSÉPHINE.


zaterdag 29 oktober 2022

GESCHIEDENIS

 Toen uitgeverij De Dageraad eind 1978 het boek Island in the winds van Athena G. Dallas-Damis toegezonden kreeg van een literair agentschap, vroeg men bij De Dageraad of ik het voor hen wilde lezen. Wat ik graag deed en hier kwam ik voor het eerst in aanraking met de janitsaren. Het boek werd aangekocht na mijn lovende recensie en door mij tijdens een huisbezoek in vertaling gegeven aan de Nederlandse schrijfster Catherine Duval die er de Nederlandse titel Eiland der Stormen aan meegaf. Catherine Duval – van Altena was toen behoorlijk bekend voor haar bundelingen van horrorverhalen en enkele streekromans. Toen ze met de vertaling begon kwam er algauw een telefoontje van hoe schrijft men janitsaren, want er is ook janitsjaren. Dan het maar even vragen aan mijn vriend Maarten van Nierop (die de rubriek Taaltuin volschreef voor de Standaard.) Het antwoord kwam snel: janitsjaren (Historische WP) is spraakkundig de juiste benaming, maar aan 100 jaar  foutief taalgebruik, janitsaren (Van Dale), kun je niet voorbijgaan. Die laatste geeft volgende verklaring: Janitsaar: soldaat in het Ottomaanse leger, behorend tot de in de veertiende eeuw gevormde en in 1826 opgeheven bevoorrechte klasse van soldaten die vroeger de kern vormde van het Ottomaanse voetvolk. Uiteraard is het bestaan van de Historische WP gerechtvaardigd als men volgend uitgebreid lemma leest: Janitsjaren: naam van de manschappen van een door Osmaanse Turken in de 14de eeuw opgericht keurkorps infanterie, dat een grote rol heeft gespeeld bij de geweldige Turkse veroveringen sindsdien. De J. bestonden van 1326–1826. Het korps werd gerekruteerd uit tot de Islam bekeerde en op een speciale school opgeleide christengevangenen, sinds de 15de eeuw ook door de op gezette tijden plaatsvindende lichtingen van christenkinderen.

Deze laatsten werden om het zo maar eens te zeggen, letterlijk uit de wieg gestolen. Bij het opgroeien wisten ze niet beter dan dat ze aanhangers van de  Islam waren.

Rusland voert Oekraïense kinderen weg: “Wij pakken wat van ons is”



donderdag 27 oktober 2022

RUWE LIJNOLIE

 


De tegenwoordig bijna vaste column van Tom Lijnolie in het zichzelf onafhankelijk weekblad noemende
HUMO, glijdt er gemakkelijk in en dat in de eerste plaats omdat ze meestal in een goede taal is geschreven, dit in tegenstelling tot het mondelinge verkrachten van diezelfde taal wanneer Lijnolie ze uitspreekt.

Lijnolie heeft zo zijn slachtoffers en hij was ooit  de grote verdediger van alles wat multicultureel was, en konden mannen en vrouwen met namen als Djamal, Mo en andere Groen-stemmers – die ons binnenkort zonder stroom zullen zetten – op zijn steun rekenen, tegenwoordig overschrijdt hij deze grens. En waarom?

De Antwerpse cultuurschepen Nabila Ait Daoud is het pispaaltje geworden, niet alleen valt Lijnolie haar en haar achterban aan – deze achterban zou onze taal nauwelijks spreken, laat staan schrijven – maar ze is volgens Lijnolie door deze achterban voor de verkeerde partij (N-VA) verkozen. Als het een andere partij was geweest, waren de hatelijke columns niet eens geschreven.

Ik vrees dat Lijnolie eigenlijk enkel en alleen niet houdt van vrouwen zoals Nabila en Zuhal die hun eigen gang gaan en alle andere spelers naar de reservebank verwijzen.

Net zoals ooit Nelly Maes, en heden ten dage Assita Kanko en Liesbeth Homans


maandag 24 oktober 2022

VERGETEN OP 21 JULI

Maurits van Liedekerke's verjaardag vergeten is onvergeeflijk, hij valt op 21 juli en omdat ik hem dit jaar bijzonder vond, had ik hem nog speciaal aangeduid, je wordt niet alle dagen 77 (zevenenzeventig). Maurits valt aan het eind van een korte reeks, 14 juli de sterfdatum van Nic van Bruggen, 18 juli Nadine mijn echtgenote, en 21 juli dus Maurits. Hierbij een gedicht van Maurits uit zijn bundel Voeten in de aarde (Contact) dat hij schreef na een bezoek aan Suriname en dat je volgens mij gelezen moet hebben.



donderdag 13 oktober 2022

LIEGEN ALSOF HET GEDRUKT STAAT

 Toen ik deze ochtend achtereenvolgens werd weggestuurd bij Delhaize en Albert Heyn, terwijl ik de caissière beloofde begin volgend jaar alles te betalen, omdat ik in januari 2023 een grote order verwachtte, ondervond ik dat als een grove belediging. En dat voor een gniffelend publiek dat het volledig met me eens was. Ze hadden net als ik waarschijnlijk de slangachtige kronkelingen van de heer Alexander De Croo en mevrouw Liz Truss gezien. Mijn kronkelingen konden mij niet helpen, terwijl de twee voorgaanden er wel mee wegkwamen, waarschijnlijk konden zij beter liegen dan ik en dat met een stalen gezicht.

Het is alsof de liberalen, die vroeger de diepe putten van een socialistische uitdeel-regering wisten te vullen, nu ook aan de ziekte van ‘we zien wel’ lijden. Heer vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen.


Ondertussen is het graan, het gas, de benzine, het elektra en de veldsla – die op twee maand tijd van 0,99 naar 1,19 en vervolgens 1,29 € per zakje ging – stukken duurder geworden.

Nu maar hopen dat die grote order volgend jaar mijn richting uitkomt!

vrijdag 7 oktober 2022

THE ULTIMATE FAILURE

 


Op 14 oktober 1962 (volgende week vrijdag exact zestig jaar geleden) kort na middernacht, steeg majoor Richard S. Heyser op van Edwards Air Force Base, Californië, in zijn Lockheed U-2, een kleine eenmotorige jet die de pittoreske bijnaam Dragon Lady had meegekregen. De Dragon
Lady
was het geesteskind van Kelly Johnson’s Skunk Works, de BlackOp afdeling van Lockheed. Het was een verkennings- en spionagevliegtuig dat de voor die tijd hallucinante hoogte van 70.000 voet, 21.300 meter, kon halen (en daar ook blijven), aan een kruissnelheid van ongeveer 700 km/u.
 

Wekenlang was Cuba, het doel van de vlucht, verborgen gebleven onder een dicht wolkendek. Maar nu kon Heyser Cuba duidelijk zien, zelfs vanop 72.500 voet hoogte. Niet dat hij veel tijd had om het uitzicht te bewonderen, want hij moest voortdurend zijn snelheidsmeter in de gaten houden. Vliegend op een hoogte waar de ijle lucht nauwelijks zijn vliegtuig kon dragen, was de veilige speling tussen maximum- en minimumsnelheid amper zeven mijl (elf kilometer)  per uur. U-2 piloten noemden de pietluttige marge de coffin corner. Als hij over de maximumsnelheid ging, zou zijn U-2 in stukken breken; meer dan 11 kilometer per uur trager en zijn motor zou afslaan en, hoogstwaarschijnlijk, niet meer aan de praat te krijgen zijn. De U-2 was een flinterdun vliegtuigje, gebouwd om zo min mogelijk te wegen en zo hoog mogelijk te vliegen, buiten het bereid van grondafweer en zelfs van jachtvliegtuigen. Geen enkel vliegtuig eiste meer vaardigheid van zijn piloten als de Dragon Lady. 

Heyser wist dat er recent op Cuba Russische luchtafweerraketten waren geïnstalleerd van hetzelfde type dat twee jaar eerder de U-2 van Gary Powers had neergehaald. De “onbereikbare” hoogte waarop de U-2 vloog, was duidelijk niet meer onbereikbaar. Hij was over het zuidwesten van de VS gevlogen, over de Golf van Mexico en om 7u35 keerde hij terug naar het noorden, vliegend over het westelijke deel van Cuba. Hij activeerde zijn top secret camera’s en hoorde de tonk-tonk-tonk-geluiden waarmee ze voortdurend van horizon tot horizon draaiden. In de volgende zes minuten namen ze 928 scherpe foto’s van wat er op de grond te zien was. Voor een goede foto-run was een stabiele, pijlrechte vlucht nodig. En stalen kloten om zo’n soort vlucht minutenlang vol te houden, wetend dat er negen kansen op tien een Russische SAM op je gericht was.  

Heyser haalde opgelucht adem toen hij eindelijk buiten de gevaarzone was en zette koers naar McCoy Air Force Base in Florida, waar hij landde om 9u20. De containers met de films werden dan per vliegtuig naar Washington gebracht, waar CIA-agenten ze naar het NPIC, het National Photographic Interpretation Center brachten.  De ontwikkeling en analyse van de films van Richard Heyser’s vlucht begon drie uur nadat hij geland was op McCoy. Ongeveer 24 uur later waren de onderzoekers toe aan de foto’s die gemaakt waren rond San Cristóbal, in de provincie Pinar del Río, ten zuidwesten van Havana. Ze vonden een “Sovjetstijl” constructiewerf voor middellangeafstandsraketten. Tegen de avond van maandag 15 oktober hadden ze lanceerinrichtingen gevonden en een Russische nucleaire SS-4 raket. Later in de avond werd het CIA ingelicht dat op zijn beurt, nog later,  McGeorge Bundy

Alarmeerde, de nationale-veiligheidsadviseur in de regering Kennedy. Die wachtte tot de volgende ochtend, 16 oktober, om voor dag en dauw zijn baas op de hoogte te brengen met de gevleugelde woorden “they’re there”, “ze zijn daar”. Kennedy, die in pyjama de krant zat te lezen, begreep meteen wie “ze” waren en waar “daar” was.  

Het was het begin van de Thirteen Days, van de Cubaanse rakettencrisis die de wereld tot aan de rand van een thermonucleaire wereldoorlog zou brengen, the ultimate failure, zoals JFK het noemde. 

vrijdag 30 september 2022

hey put in they're killing your soldiers below


"Remember The Alamo"



A hundred and eighty were challenged by Travis to die
By a line that he drew with his sword as the battle drew nigh
A man that crossed over the line was for glory
And he that was left better fly
And over the line crossed 179

Hey Up Santa Anna, they're killing your soldiers below
So the rest of Texas will know
And remember the Alamo

Jim Bowie lay dying, his blood and his powder were dry
But his knife at the ready to take him a few in reply
Young Davy Crockett lay laughing and dying
The blood and the sweat in his eyes
For Texas and freedom no man was more willing to die

Hey Up Santa Anna, they're killing your soldiers below
So the rest of Texas will know
And remember the Alamo

A courier came to a battle once bloody and loud
And found only skin and bones where he once left a crowd
Fear not little darling of dying
If this world be sovereign and free
For we'll fight to the last for as long as liberty be

Hey Up Santa Anna, they're killing your soldiers below
So the rest of Texas will know
And remember the Alamo


woensdag 28 september 2022

HOVAARDIGE PERS

 Diagonaal de berichten lezend over “nieuwe” onthullingen betreffende het overlijden van Max Rufus Mosley (1940-2021), viel het me op dat de pers, die hier te maken had met een van de rijkst gevulde levens uit dit tijdvak, meestal bleef steken bij twee onbetekenende details.   

De jaren 30: Mosley overschouwt troepen

Het eerste was Max’ afkomst. Veel schrijvelaars schenen het hem persoonlijk kwalijk te nemen dat zijn ouders Sir Oswald Mosley en Diana Mitford waren. Oswald was de vooroorlogse leider van de


Miss Diana Midford

 British Union of Fascists, de sinistere   Zwarthemden. Diana was de derde (van   zes...) van de vaak exuberante, soms   schandelijke, soms tragische, altijd   pittoreske Mitford zusjes. Max was hun   zoon. Evenmin als u en ik had Max er veel   aan te zeggen gehad wie hem verwekte,   dus waarom er einde- en oeverloos blijven   over doormelken, vroeg ik me af.  

 Idem dito voor zijn esbattementen in de   hoerententen van de wereld. Het was   duidelijk te merken dat de media het Max   nog altijd niet hadden vergeven dat hij er, in de nasleep van het Grote Schandaal, was in geslaagd die media de morele hoge grond te ontfutselen. Wat weinigen was ontgaan en velen had doen gniffelen. Voor de verkeerde dingen heeft de hedendaagse pers vaak een olifantengeheugen. Voor mij blijft Max in de eerste plaats de M in March, de racewagenconstructeur die in 1970 uit het niets opdook en stormenderhand de Formule 1 veroverde, weliswaar slechts voor een korte tijd.


Hoe moeilijk is het om stormenderhand de Formule 1 te veroveren? 

Wel, in de regel is het bijna een Mission Impossible. Nemen we, bijvoorbeeld, Toyota, één van de grootste autofabrikanten ter wereld, een multinational die ook liefhebbert in luchtvaart, scheepsbouw en robotica. Eind vorige eeuw besloot Toyota om stormenderhand de

Formule 1 te gaan veroveren. Geld speelde daarbij geen enkele rol. Iedereen in de Formule 1 keek toe met angst en vreze, want het budget van Panasonic Toyota Racing was vanaf het prille begin het hoogste uit de geschiedenis van de racerij. Uiteindelijk zou er niet minder dan drie jaar komen te zitten tussen het begin van de operatie en het moment waarop de eerste Toyota aan de start van een grand prix zou verschijnen. 

In 2009, na acht -ACHT!- seizoenen en 140 grands prix, gooide Toyota de handdoek in de ring. Op al die tijd had de autogigant niet één overwinning gescoord. Zilch. Nada. Nougatbollen. 

Kijken we nu even naar March. 

Eind 1969 was de Formule 1 in een sukkelstraatje beland. Er waren in 1969 grands prix geweest waar amper een dozijn deelnemers aan de start waren verschenen.  

Bij Cooper, het merk dat tien jaar eerder de motor-achterin-revolutie had geleid, vielen de muizen dood uit de kast. De baanbrekende constructeur uit Surbiton, die door concurrent Colin Chapman steevast “that bloody blacksmith” werd genoemd, verdween met stille trom uit de F1. 

Matra wilde in de toekomst enkel nog rijden met zijn eigen V12-motor, niet meer met de Cosworth V8, die nochtans in 1969 elf van de elf grands prix had gewonnen... De woorden "Fransen" en "domme arrogantie" duiken op aan de horizon. Matra zou nooit meer een grand prix winnen. Wereldkampioen Stewart en zijn teambaas Ken Tyrrell wilden per se met de Cosworth blijven rijden en moesten dus noodgedwongen op zoek naar een vervanger voor het Matra-chassis waarmee ze, met een Cosworth achterin, het WK van 1969 hadden gewonnen.  

Benzine- en bandenmerken boden hun producten niet meer gratis aan. Organisatoren van grands prix gingen overkop of vertikten het om wijzigingen aan te brengen die door de coureurs werden gevraagd om de veiligheid te verbeteren. Om die laatste reden was er in 1969 bijvoorbeeld geen grand prix van België geweest... Kortom: het was volop crisis in de Formule 1.  

Crisis is alleen maar een ander woord voor opportuniteit dachten vier Britse jongelui die meer enthousiasme en, in het geval van Max, branie hadden dan cash. Ze beseften dat dit misschien wel het ideale moment was om zich als constructeur te lanceren in de autoracerij. Zoals gezegd was Max de M in de naam van die nieuwe constructeur. De andere stichters waren coureur Alan Rees (de R), ingenieur Graham Coaker (de C) en ontwerper Robin Herd (de H). De A was de klinker die het geheel uitspreekbaar moest maken. 

De eerste schetsen voor de fonkelnieuwe auto werden gemaakt in november 1969. Meteen kondigde Max in de pers aan dat de auto zou voorgesteld worden in februari 1970 op het circuit van Silverstone. Dat gaf de drieste Vier Musketiers een goede tien weken om een F1-wagen te ontwerpen en te bouwen…  

De buitenwereld was er van in het begin van overtuigd dat March op een berg geld zat (500.000 pond was het gerucht dat de ronde deed; een ongehoord bedrag in die tijd) maar de realiteit was anders. De stichters hoestten elk 2.500 pond op en Porsche investeerde 30.000 pond in March op voorwaarde dat één van de March fabrieksauto’s naar de Zwitser Jo Siffert zou gaan. Siffert was namelijk in onderhandeling met Ferrari. Porsche wou zijn sportwagencoureur niet kwijt en dat zou automatisch gebeuren als Jo naar Ferrari ging, want dan zou hij contractueel ook aan Ferrari vasthangen voor de Sport-Prototypes. Dus was het voor Porsche zaak om voor haar stercoureur een stuur te vinden (en desnoods te betalen) in de F1, bij een team dat niet actief was in de sportwagenracerij. Het startkapitaal van March was 40.000 pond, in de context een habbekrats.

Het budget van March was zodanig pietluttig dat het verkopen van auto’s, van het (nog niet bestaande) March chassis, aan klanten een noodzakelijkheid was om de eindjes aan mekaar te knopen. Dat was in die dagen trouwens een courante praktijk; constructeurs als Lotus, Brabham en McLaren verkochten chassis, meestal de modellen van het vorige jaar, aan privéteams die ze wilden hebben. 

Het is één ding een chassis te verkopen dat zijn sporen heeft verdiend; het is nog iets heel anders om een chassis te verkopen dat niet bestaat. Iets verkopen, om het even wat verkopen, kon men echter altijd met een gerust gemoed overlaten aan Max.  

En dus verschenen er in maart 1970, amper vijf maanden nadat de eerste ontwerpschetsen waren gemaakt (vergelijk even met de drie jaar van Toyota…), niet minder dan VIJF Marches aan de start van de eerste grand prix van het nieuwe seizoen, die van Zuid-Afrika in Kyalami. Meer dan één vijfde van de deelnemers reed met een gloednieuwe March 701. (De naam van het type bestond uit zijn bouwjaar en de categorie waarin hij uitkwam; een March 743 is dus een Formule 3 uit 1974.)  

Het fabrieksteam bracht twee auto’s aan de start voor Chris Amon en Jo Siffert; Tyrrell begon het seizoen met Jackie Stewart en Johnny Servoz-Gavin (die later vervangen zou worden door François Cevert), en de onnavolgbare Andy Granatelli, Mister STP, bracht een day-glo oranje exemplaar aan de start voor Mario Andretti. (Later zou ook het privéteam van Colin Crabbe een 701 inzetten voor Ronnie Peterson en Hubert Hahne gebruikte er een in de grand prix van Duitsland.) 

De nieuwe Marches stonden ook niet zomaar om het even waar op de startgrid. Jackie Stewart en Chris Amon hadden dezelfde snelste tijd laten klokken. Omdat Stewart die tijd als eerste had gerealiseerd, stond hij op de pole position. Chris stond naast ‘m. 

Stewart leidde het eerste kwart van de race tot zijn banden het begonnen op te geven en hij Jack Brabham en Denny Hulme moest laten voorgaan. Niettemin scoorde March een podium in zijn allereerste race. (Toyota slaagde daarin pas in zijn vierde seizoen, in zijn 56ste race…) 

En het werd nog beter. Veertien dagen later won Jackie Stewart de Race of Champions, een wedstrijd buiten kampioenschap zoals die toen nog bestonden. In Jarama in Spanje won hij de tweede WK-race waaraan de 701 deelnam en een week later scoorde Chris Amon een zege in de International Trophy, nog een race buiten kampioenschap. Het was de derde zege van de March 701 in vier races… 

“Eerste gewin is kattengespin” zei mijn moeder altijd, en in 1970 ging dat helaas helemaal op voor March. De 701 was een degelijke auto maar geen revolutie; hij behoorde meer tot het verleden als tot de toekomst, al kan de mogelijkheid niet worden uitgesloten dat de zijpontons in de vorm van een omgekeerde vliegtuigvleugel Colin Chapman aan het denken hebben gezet. Enkele jaren later kwam hij voor de dag met de allereerste ground effect- of wing car, waarin zijpontons in vleugelvorm werden afgesloten met zijwanden om de luchtstroom onder de auto te kanaliseren. 

Maar in 1970 besefte men nog niet goed wat de potentie was van die aerodynamica en er was sowieso te weinig geld om de 701 verder te ontwikkelen. Naarmate het seizoen vorderde werd hij naar huis gereden door de nieuwe Lotus van Jochen Rindt en de Ferrari’s van Jacky Ickx en Clay Regazzoni. 

Er volgden nog een half dozijn podiumplaatsen en Stewart was tot het einde van het seizoen in de running voor het kampioenschap maar het succesverhaal van de 701 was afgelopen. Pas jaren later, met Vittorio Brambilla aan het stuur, zou March opnieuw zegevieren.  

woensdag 21 september 2022

woensdag 14 september 2022

BRIEF VAN EEN LEZER

 

Soms droom ik wel eens dat HUMO enkel nog televisieprogramma’s publiceert, aangevuld met wekelijks een column van Marc Didden, Jan Mulder, Arnon Grunberg en wat allerlei van Serge Simonart en de cartoons van Kamagurka.

Ik kan best zonder wat die blanke motherfokkende Zuidafrikaan uit het Waasland met zijn beenhouwersaccent mij (ons) probeert op te dringen, - ‘mijn mening is de enige toegelaten mening’ - is zijn leuze. Ook de venijnige uithalen die zijn leeuwenjacht doorspekken zijn van zo’n laag niveau dat niemand hem nog serieus kan nemen, zelfs de schepen met de allochtone naam niet, die Ruth Lasters’ (wtfiRL) gedicht moest weigeren, wegens ‘niet besteld’.

Het recente dubbelinterview in Humo van de zichzelf nog steeds socialist noemenden Tobback en Vande Lanotte is een leugentrommel. Wie gelooft nog de mannen die jarenlang in de weg stonden van jongeren die nog niet waren ingekapseld door de corruptie om hen heen. Wie van de twee kan met de hand op het hart zeggen dat ze stedelijke voorschriften niet hebben aangepast ten voordele van hun eigen geldbuidel en hun favoriete bouwfirma’s, die er enkel maar op uit zijn om hun stad te verminken.

De over het paard getilde Jeroom, die denkt te moeten schokken met het tonen van bepaalde lichaamsdelen, kan ik vertellen dat hij veertig jaar geleden als humorist had kunnen doorgaan.

En dan zwijgen we maar over de puberachtige Sociaal Incapabele Michiels die ook in De Ideale Wereld opduikt, maar daar spreekt met een stemmetje dat nog vervelender is dan het beenhouwersaccent van… (zie voorheen) en weinig verder raakt dan pis en kak.

Wanneer de De Ideale Wereld (VRT), waarop iedereen uitgekeken was, zocht naar een nog slechter programma om DIW te vervangen kwamen ze terecht bij de nieuwe IDW, misschien wel omwille van het feit dat de machtsgeile opinievormers liever Olga en Ella zagen die op een bevriende zender (die de goedkeuring van Humo heeft) hun gulden sporen verdienden, en geen scheve mond hadden.

Ach, ach, ach… waar is de HUMO van Jef Anthierens heen gevaren?

(adres bekend bij de redactie)


vrijdag 9 september 2022

THE QUEEN

 






In de Vuelta - ronde van Spanje - werd vandaag een minuut stilte gehouden voor de Britse koningin Elizabeth. 

Hoezo? Ze was toch maar de tweede.