Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

donderdag 26 april 2018

SUPER MARIO


Ronnie & Mario

Veertig jaar geleden werd de Italiaanse Amerikaan Mario Andretti wereldkampioen Formule 1.

Mario was geboren in 1940, in Montona in het Italiaanse Istrië. Istrië is één van die droeve grensgebieden die voortdurend aan eerst het ene dan weer het andere land werden toegewezen. Een beetje zoals de Elzas en, korter bij huis, de Oostkantons. Tegenwoordig heet Montona Motovun en ligt in Kroatië.

Want na de Tweede Wereldoorlog werd Istrië Joegoslavisch. En, zoals we rond de laatste eeuwwisseling opnieuw gezien hebben, ze kennen daar iets van etnische zuiveringen. Ook toen al. In 1948 ontvluchtte het gezin Andretti de vervolging van etnische Italianen en Sloveense en Croatische anti-communisten door het regime van Tito. Vader Alvise, moeder Rina en de tweelingbroers Mario en Aldo maakten deel uit van een vluchtelingenstroom van meer dan 300.000 die De Istrische Exodus zou worden genoemd. De Andrettis kwamen terecht in een vluchtelingenkamp in Italië . In 1955 weken ze uit naar de Verenigde Staten en vestigden zich in Nazareth, Pennsylvania.

Mario werd één van de topcoureurs van zijn generatie, van alle tijden eigenlijk. Hij won de Indy 500, de Daytona 500… Hij werd “Super Mario” genoemd tot Nintendo zich vergreep aan die naam. Vanaf dan was het “Magic Mario”. In de VS werd zijn naam synoniem van snelheid, zoals Stirling Moss dat was aan deze kant van de oceaan.

In de jaren 70 zette Mario zijn zinnen op de Formule 1. Na wat huurwerk links en rechts, werd hij in 1976 geëngageerd door de legendarische Colin Chapman, wiens Team Lotus in een dipje zat. Mario en Colin vormden een geweldige tandem. Mario stelde technische spitsvondigheden voor die hij kende van op de Amerikaanse ovals en Colin was enthousiast om ze toe te passen.

In 1978 kreeg Mario de Lotus 79, die officieel John Player Special heette, onder zijn gat. De JPS was een zogenaamde wing car. De volledige body van de auto functioneerde als een (omgekeerde) vliegtuigvleugel en plakte de auto tegen de piste. Mario en ploegmaat Ronnie Peterson, aka SuperSwede, draaiden rondjes rond de concurrentie. Hun dominantie was totaal.

Tegen de op twee na laatste race van het seizoen, Monza, waren er nog maar twee kandidaten voor de titel: Mario en Ronnie.

Eigenlijk was er nog maar één kandidaat voor de titel: Mario. Want Mario was contractueel de eerste coureur van het team. Velen waren er van overtuigd dat Ronnie in feite sneller was dan Mario en enkel tweede was in de stand om het WK omdat teamorders hem beletten de strijd aan te gaan. Gedeeltelijk was dat zo. Maar Ronnie was er ook nog een van de oude stempel: iemand die gemaakte afspraken respecteerde. Colin had hem ingehuurd als tweede rijder om Mario naar de wereldtitel te brengen en dat was wat Ronnie zou doen. Hij hield zich aan zijn woord en de afspraak.

Dat betekende daarom niet dat hij het allemaal even leuk vond. Ronnie was het zat om tweede viool te spelen en had voor het volgende seizoen een contract ondertekend bij McLaren. Het nieuws was pas, in Monza, bekend gemaakt.

Mario leidde het klassement met 63 punten. Ronnie was tweede met 51. Met nog drie races te gaan, 27 punten, was alles nog mogelijk, alleszins mathematisch, en met motorische sporten weet je nooit. (In die tijd gingen er 9 punten naar de winnaar, 6 naar de tweede, 4 naar de derde, en 3, 2 en 1 naar plaatsen vier, vijf en zes.)
Monza 1978
Mario vertrok van op de pole, met naast hem Gilles Villeneuve. Ronnie stond op de tweede rij naast Jean-Pierre Jabouille. De Italiaanse starter maakte er een zootje van. Hij liet de meute los vooraleer iedereen stil stond. Dat maakte dat coureurs uit de achterhoede bliksemsnel naar voor konden rijden. De hele troep stormde zes auto’s breed op de eerste chicane af. Het resultaat was een van de grootste massacrashes uit de geschiedenis van de F1. Met twee gebroken benen zat Ronnie geblokkeerd in zijn JPS, die brandde als een fakkel. James Hunt, Clay Regazzoni en Patrick Depailler slaagden er in hem te bevrijden uit het wrak alvorens hij ernstige brandwonden opliep. Het duurde twintig minuten vooraleer Ronnie medische hulp kreeg, en dan nog enkel omdat Mario, die uiteraard Italiaans spreekt, een dokter doorheen het cordon hysterische carabinieri en andere Italianen wist te loodsen. Ronnie werd naar het Niguarda hospitaal in Milaan gebracht, samen met Vittorio Brambilla, die een wiel tegen zijn hoofd had gekregen en bewusteloos was.

Ronnie’s verwondingen waren ernstig maar niet levensbedreigend. Gedurende het hele avontuur was hij alert geweest en volledig bij zinnen. De race werd herstart en gewonnen door Niki Lauda. Die nacht overleed Ronnie Peterson. Niet aan zijn verwondingen maar door geklungel aan de operatietafel.

Mario Andretti werd de tweede (en tot nader order laatste) Amerikaanse wereldkampioen. Vreemd genoeg was ook de EERSTE Amerikaanse wereldkampioen, de beminnelijke Phil Hill, in 1961 wereldkampioen geworden op het circuit van Monza toen zijn enige concurrent voor de titel, zijn ploegmaat Wolfgang von Trips, om het leven kwam tijdens de race… 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten